De Chinese overheid werkt aan een ambitieus ‘Sociaal Krediet Systeem’ waarbij elke burger zijn eigen digitale rapportcijfer krijgt. Aan de hand van zijn internetgedrag wordt van elke burger bijgehouden wat voor aankopen hij doet, of hij keurig zijn rekeningen betaalt, hoe hij zich op sociale media gedraagt, en vult u zelf maar in. Ook het strafblad telt mee (niks nieuws: de overheid weet dat al). Over medische dossiers wordt niks gezegd, maar het ligt voor de hand dat ook die worden  ‘meegewogen’: wat heb je aan zo’n sociale kredietcode als niet alles wordt verdisconteerd? Uiteraard doemt weer het klassieke spookbeeld op van ‘De Nieuwe Mens’ zoals George Orwell die in 1984 van de Homo Sovieticus had geschetst.

Goed om rekening mee te houden, want China is nog steeds een communistische eenpartijstaat. Ook in de eenentwintigste eeuw zijn er volop totalitaire verleidingen. Daarbij maakt de Chinese overheid zich grote zorgen over het ‘morele vacuüm’ waarin de bevolking terecht is gekomen na de invoering van het staatskapitalisme. Egoïsme, consumentisme, corruptie, drugs- en drankverslaving, allerlei soorten criminaliteit: China lijdt aan alle ziekten van een maatschappij die door een snelle modernisering uit het lood is geslagen. Doe daar de enorme trek van het platteland naar reusachtige flatwijken in anonieme miljoenensteden nog bij, en je kunt je voorstellen dat de vervreemding in China nog vele malen erger is dan elders.

China kent niet echt een minderhedenprobleem, wat een geluk is met zoveel potentiële banlieues. De Han-Chinees leeft in een wereld vol Han-Chinezen, wat misschien het gevoel geeft dat je niet alleen op de wereld bent, maar het ook moeilijk maakt om op te vallen of uit te blinken. Dat laatste moet in een moderne markteconomie, die veel meer prestatiegericht is dan het oude socialisme, toen iedereen gelijk was en er niet zo veel viel te willen of af te wijken. In de jaren zeventig hadden Chinese wooncomplexen één telefoon, en de conciërge wist precies welke kameraad er voor wie belde. Afluistertechnisch een stuk simpeler, er heerste toen nog de menselijke maat. Kom daar nu eens om in de wereld van Chinese internetbedrijven als Alibaba, Baidu en Tencent. Te midden van alle explosief toegenomen rijkdom en ongelijkheid, moet het voor de autoriteiten ook veel moeilijker zijn om te weten wat zich in alle uithoeken van het land afspeelt. Dat hoeft misschien ook niet meer tot in detail (de dagen van de planeconomie en het rode boekje zijn voorbij), maar een hoogtechnologische samenleving vraagt eerder om méér dan om minder discipline, zoals ook de Ferrari rijdende zoontjes van steenrijke partijbazen tot de orde geroepen moeten worden. Dan is de doodstraf wel een keiharde afschrikking, maar daarmee krijg je geen 1,357 miljard Chinezen in het gareel.

Er is dus een disciplinering van onderop nodig, waarbij niet de partij maar de mensen zelf elkaar in de gaten houden. In het Westen vinden we dat eng, maar het is nog veel enger als er helemaal geen sociale controle is. Officieel is China nog steeds een socialistische staat, en blijft het van belang de bevolking van socialistische waarden te doordringen. Maar het geloof daarin is beperkt, terwijl de Chinezen van oudsher door een pragmatische handelsgeest worden gedreven. Waar de overheid zeer wantrouwig staat tegenover religie en bij de opvulling van de alom beklaagde ‘spirituele leegte’ weinig heeft te bieden, is een sociale kredietcode in de vorm van een rapportcijfer van de overheid voor elke burger een briljant idee. Het houdt rekening met de ijdelheden waarvoor de moderne massamens gevoelig is en de zucht naar erkenning en de statussymbolen zonder welke hij niet kan leven.

In de jaren dertig had je in de Sovjet-Unie de Stachanov-arbeider (het grote voorbeeld woonde in Donetsk, tegenwoordig de hoofdstad van de Russische separatisten in Oekraïne), en die sprak in die toen nog idealistische tijd wel degelijk tot de verbeelding. Zoals alle onderscheidingen uit de Rode Leger door veteranen vol trots gedragen worden. In het Westen is het heel gewoon om ‘de besten’ met lintjes te onderscheiden; je hebt zelfs prijzen in de journalistiek. Ook kritische mensen worden graag gewaardeerd, hun eerzucht is veel groter dan bij ‘gewone mensen’ die liever onderduiken in de groep. De Nederlandse ‘zesjescultuur’ heb je in China, waar het rendementsdenken de volksgeest beheerst, natuurlijk ook. Als de Nederlanders de Chinezen van Europa zijn, dan zijn de Chinezen de Nederlanders van Azië. Met dit verschil dat er veel meer Chinezen zijn en de volksmassa’s in Azië permanent moeten worden gemobiliseerd. Het cliché wil dat in Japan elke verkoper het lied van de verkoper moet zingen, wat in China niet hoeft te worden aangemoedigd, omdat in elke Chinees een verkoper schuilt. Net als in elke Hollander. Maar een goed rapportcijfer voor sociaal gedrag, wat de gedisciplineerde Japanners niet hoeft te worden bijgebracht, kunnen de moderne Chinezen wel gebruiken.

Denkt u even met mij mee. Zou u niet benieuwd zijn naar uw rapportcijfer als de overheid die elke maand per email op uw smartphone zet? Ik herinner mij van de lagere school nog wedstrijden in hoofdrekenen, waarbij de onderwijzer de scores op een groot bord bijhield, zodat de hele klas ze konden zien. Reken maar dat dat werkt. Nog belangrijker is dat u ook de score van uw buurman kent, van uw collegae op het werk, en van de mensen waarmee u zaken doet. In Tiel hebben wij ook een kantoor dat de kredietwaardigheid van elke Nederlander registreert, dus waarom in China niet? Makkelijk ook als dat meteen openbaar wordt gemaakt, want wie geen schulden maakt, hoeft geen transparantie te vrezen of bang te zijn dat hij aan de schandpaal wordt genageld (wat in China bij openbare terechtstellingen van corrupte overheidsfunctionarissen massaal gebeurt).

Alleen in Amerika kunnen mensen makkelijk van hun schulden weglopen, en zulke ‘Amerikaanse toestanden’ willen ze in China niet. Daar zorgt de overheid voor willekeur, maar iedereen weet dat daarmee niet te spotten valt. Je kunt daar zomaar te horen krijgen dat je binnen een dag je huis uit moet voor stadsvernieuwing of het aanleggen van een hogesnelheidslijn. Maar soms zien we ook dat een enkel huisje blijft staan, wat de indruk wekt dat China een rechtstaat is waarin het individu een kans heeft. Impliciet wordt daarmee de boodschap verspreid dat het voor de vooruitgang goed is dat er maar weinig van zulke koppige boeren zijn. Anders wordt het een puinhoop en kan er geen rivier meer worden verlegd. Tegenover elk individu dat niet meewerkt met de autoriteiten, staat een zwijgende meerderheid van miljoenen anderen die zich aan zo’n ouderwetse dwarskop ergeren en graag zien dat hij wordt opgeruimd.

Het nieuwe futuristische ‘Sociale Krediet Systeem’ speelt in op de zesjescultuur die van nature bij elk volk bestaat (met een zes zit je goed en kun je als de overheid niet kijkt je eigen dingen blijven doen), terwijl een hoger cijfer de ambitieuze ‘toppertjes’ kan inspireren in hun zoektocht naar betere banen met meer aanzien. Zo werkt het in het Westen ook. Het vagevuur der ijdelheden bestaat ook in New York en Londen, waar verder onzichtbare beurshandelaren de blits maken, uit cijfers en uiterlijk vertoon. Iedereen houdt daar de dagkoersen bij. Dat is nergens vreselijk subtiel. In Europa (Duitsland) zijn velen nog aan hun privacy gehecht, uit angst voor machtsmisbruik van overheden uit het verleden. Maar in het digitale tijdperk bestaat geen privacy meer, behalve in het dekking zoeken in de massa en de sociale media. In China, waar ze nooit privacy hebben gekend, zijn ze beter voor deze toekomt toegerust.

Dat ‘Sociale Krediet Systeem’ gaat er komen en is er eigenlijk al, in talloze varianten, waarbij je mogelijk straks ook in populaire spelletjesshows op televisie sociale bonuspunten kunt verdienen. Waarom niet meestemmen met je smartphone? Het Eurovisie Songfestival en Big Brother wijzen de weg. Ik voorspel een doorslaand succes, omdat het volk de rapportcijfers aan medeburgers uitdeelt, en niet de partij, en mensen het leuk vinden als het daarbij niet altijd even eerlijk toegaat. Dat spoort met hun eigen levenservaringen. Van de papieren volksdemocratie die China al sinds 1949 is, begint China steeds meer op een echte volksdemocratie te lijken. In het Westen zouden we zeggen: smart government.