Naast de Brexit-perikelen hangt het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk als unie ook al jaren als een mogelijk zwaar van Damokles boven de Britse politiek. Noord-Ierland is het bekendst om haar republikeinse bewegingen als Sinn Fein, maar de laatste jaren komt de dreiging van secessie vooral uit Schotland. In 2015 boekte de Schotse onafhankelijkheidspartij SNP onder leiding van Nicola Sturgeon een enorme winst. 

Hoe anders is dat nu! De verkiezingen van afgelopen donderdag hebben ervoor gezorgd dat de Unie veiliger lijkt dan ooit. De SNP verloor in Schotland een groot deel van haar districten aan de Conservatieven en een paar districten aan Labour. De Schotse SNP-premier Sturgeon stelde op voorhand dat deze verkiezingen in haar land vooral zouden gaan over de komst van een mogelijk nieuw onafhankelijkheidsreferendum. De Schotten zitten daar klaarblijkelijk niet op te wachten. Onder de Conservatieven is het ondenkbaar dat een nieuwe ”Indyref” plaats gaat vinden. Sturgeon en de SNP staan met lege handen.

Maar daar bleef het niet bij. In Noord-Ierland won de unionistische DUP, ooit opgericht door de ultra-conservatieve dominee Ian Paisley, er een aantal zetels bij. Doordat de Tories van premier May geen absolute meerderheid in het Lagerhuis wist te behalen, mag de DUP nu aanschuiven in de nationale regering. Wie had dat ooit kunnen denken?

En zo lijkt het Verenigd Koninkrijk als land voorlopig gered. De voorstanders van de Unie hebben de touwtjes stevig in handen. Ook met het oog op stabiliteit is het uitgesloten dat er alsnog een nieuw referendum over Schotse onafhankelijkheid komt. De DUP in het centrum van de macht maakt deze verschuiving van de panelen extra symbolisch.