Amerika is niet de vijand van de EU, maar de Amerikaanse president is dat wel.

De aanloop naar Trumps staatsbezoek aan het Verenigd Koninkrijk verliep zoals we dat van hem gewend zijn: veel idiote, soms ronduit schandalige opmerkingen die volledig losgezongen leken van de politieke werkelijkheid in ons deel van de wereld, vermengd met wat onacceptabele politieke inmenging in binnenlandse Britse aangelegenheden en een enkele persoonlijke belediging van een Britse prominente persoonlijkheid.

Terwijl twee bondgenoten van de VS – het VK en de EU – nog middenin moeilijke onderhandelingen zitten over het afwikkelen van het Britse EU-lidmaatschap, kon Trump het niet laten zich er persoonlijk mee te bemoeien. Hij verklaarde in Boris Johnson de ideale opvolger van Theresa May te zien (?), raadde de Britse regering aan Nigel Farage aan te stellen als onderhandelaar(??) en hem het mandaat te geven om de onderhandelingen zonder deal af te breken(???). Het is allemaal te belachelijk voor woorden, maar het gaat bij Trump vrijwel nooit om de uitvoerbaarheid. Belangrijker is de boodschap die hij met dit pleidooi afgeeft: de EU is de vijand, althans wel de zijne. Hij doet bij voorkeur zaken met mensen die zijn wereldbeeld delen, en die zaken doet hij dan vooral op een manier die Amerika nadrukkelijk bevoordeelt. America First immers.

Om die boodschap nog wat nadrukkelijker te laten doorklinken, zond het Witte Huis Trumps ambassadeurs in West-Europa erop uit om de woorden van de president van ondersteunend commentaar te voorzien. Zo verklaarde de Amerikaanse ambassadeur in Londen dat zijn land graag een handelsakkoord sloot met het Verenigd Koninkrijk. De Amerikaanse ambassadeur in Den Haag deed er nog een schepje bovenop door te beweren dat een akkoord tussen de VS en Nederland ‘vandaag nog’ gesloten zou kunnen worden.

Het was om meerdere redenen een opzienbarende boodschap. In de eerste plaats ging de ambassadeur daarmee voorbij aan het feit dat onderhandelingen over vrijhandelsverdragen eerder een kwestie van decennia dan van jaren zijn – de bewering dat een verdrag tussen de VS en ons land wel even in een middagje zou kunnen worden geregeld is ronduit lachwekkend. Belangrijker is dat hij ook leek te zijn vergeten dat wij lid zijn van de EU, en dat handelsverdragen een Europese competentie zijn. Dat is ook niet voor niets zo: juist omdat we binnen de EU de handelsgrenzen hebben afgeschaft, moeten we aan de buitengrenzen een gezamenlijk stelsel van tariffaire en non-tariffaire regels hanteren voor alle handel van buiten de EU. Hij was het natuurlijk niet voor niets vergeten. Trump onderhandelt immers liever met 28 kleinere landen afzonderlijk dan met de 28 samen. In die eerste situatie kan hij de 28 elk voor zich zijn wil opleggen, in het laatste scenario moet hij op voet van gelijkwaardigheid onderhandelen met een machtig blok van 500 miljoen burgers/consumenten.

In Den Haag trapte gelukkig niemand in dit transparante verdeel en heers verhaal. Toch blijft het verbijsterend dat een voormalige bondgenoot binnen twee jaar kan veranderen in een… Misschien is vijand een te sterk woord. Het Amerikaanse volk is immers niet onze vijand. Het is zelfs onze belangrijkste geostrategische bondgenoot. Maar deze Amerikaanse president is wel onze vijand. Niet een heel gevaarlijke, wel een vervelende. En vooral: een ongemanierde.