Op economisch gebied is de EU al jaren een dominante speler. Nu de geopolitiek nog.

De jaarlijkse veiligheidsconferentie in Munchen werd dit jaar gedomineerd door een thema dat niet officieel op de agenda stond: de groeiende westerse verdeeldheid. Trumps extreem-nationalistische kijk op de wereld ziet internationale verhoudingen (handel en defensie) als een zero-sum game. Bij elk verdrag ziet hij niet de gezamenlijke winst maar alleen de Amerikaanse verliezen. En geopolitieke rivalen zijn er niet om mee te onderhandelen maar om via confrontatie tot concessies te dwingen.

Als het om economische zaken gaat, valt de Europese Unie nadrukkelijk in die laatste categorie. De EU is het grootste handelsblok ter wereld – het gecombineerde EU bruto nationaal produkt ligt met $23 miljard ruim hoger dan dat van nummer twee, de VS ($20 miljard). Het is op het gebied van economische regelgeving ook een agressieve evangelist voor Europese waarden. Het gebruikt handelsverdragen met omringende landen en andere handelsblokken voor het opleggen van Europese standaarden op het gebied van milieuhandhaving, arbeidsomstandigheden en mensenrechten. Het is ook in directe concurrentie met de VS waar het gaat om de wereldwijde regelgeving over zaken als mededingingsrecht, accountancystandaarden en meer recent privacywetgeving (de GDPR-standaard waarover Amerikaanse internetbedrijven steen en been klaagden). Het schuwt de confrontatie niet als het om economische zaken gaat: de afgelopen 25 jaar heeft het tal van handelsoorlogen uitgevochten met de VS om zo de eigen standaarden via een voorwaartse verdediging op te leggen aan Amerikaanse producenten.

In de afgelopen jaren is bij het Amerikaanse politieke en zakelijke establishment het besef gegroeid dat Amerika zijn eigen rivalen heeft gesponsord. De Chinezen kregen onbeperkte toegang tot Amerikaanse markten en kredieten, zodat ze hun economie in turbotempo konden opkrikken tot een niveau waarop die nu naast hogere levensstandaarden voor de eigen bevolking ook een agressievere buitenlandse politiek kan financieren. Bij de EU werkte de sponsoring vooral militair. Onbelast door de plicht om de eigen veiligheid te garanderen, konden de Europeanen in alle rust werken aan hun economische en politieke integratie. En zo uitgroeien tot een serieuze economische rivaal voor de VS. Zo dreigen zowel de EU als China de speelruimte van de VS in toenemende mate te beperken – met dank aan Amerikaans beleid.

Trump is niet de eerste die hier iets tegen probeert te ondernemen. Onder George W. Bush was er al een Republikeinse poging om de EU uiteen te spelen door het blok op te delen in een ‘old & new Europe’. Alleen het ‘nieuwe’ Oost-Europa zou een nuttige bondgenoot voor de VS vormen, het oude Europa (Chiracs Frankrijk voorop) was eerder een blok aan het been. Wat anders is aan Trumps aanpak is de agressie waarmee zowel hij als zijn diplomatieke vertegenwoordigers dit beleid doorzetten. Men probeert niet alleen de Europese lidstaten tegen elkaar uit te spelen, bijvoorbeeld door nationalistische regeringen in Hongarije en Polen openlijk te prijzen terwijl men de Duitse en Franse regeringen aanvalt. Men mengt zich ook in de interne aangelegenheden van Duitsland om zo de politieke tegenstellingen te vergroten – met als transparant doel om Merkels positie te verzwakken en daarmee de EU van haar leiderschap te beroven.

De EU zal zich niet uiteen laten spelen, daarvoor zijn de belangen te groot. Maar als opgeven geen optie is, blijven er twee alternatieven over. Het een is doormodderen. In 2017 leek dat nog een realistische optie. Misschien werd ook bij Trump immers de soep niet zo heet gegeten als hij werd opgediend. Als hij eenmaal daadwerkelijk aan het regeren zou slaan, zou hij vast wel zien hoe nuttig al die internationale overlegstructuren zijn – en hoeveel de VS ook te winnen heeft bij handhaving ervan. Inmiddels gelooft in de EU niemand meer in een mogelijke inhoudelijke draai van Trump. Men snapt dat de NAVO aan betekenis heeft verloren, en dat bij een militair conflict aan de randen van Europa niet de NAVO maar het EU-verdrag de basis zal vormen voor een gezamenlijke Europese militaire reactie.

Inmiddels kan een Europees leider van enige betekenis geen toespraak meer geven zonder te orakelen over nut en noodzaak van Europese defensiepolitiek. Toch gaat het allemaal nog erg langzaam. Rutte heeft het over ‘sancties’ als belangrijkste geopolitieke wapen in het Europese arsenaal – een middel dat op het slagveld van beperkte betekenis is (zie de Georgische en Oekraiense enclaves die ondanks Europese sancties nog steeds door de Russen bezet zijn). Merkel belijdt net als Macron met de mond de vorming van een Europees leger “ter aanvulling op NAVO-structuren”, maar bedoelt daarmee vooral een lappendeken van regionale samenwerkingsprojecten. Hoe belangrijk die samenwerkingen ook zijn, zonder een overkoepelende Europese defensiedoctrine en een Europese militaire gezagsstructuur om deze doctrine in concrete besluiten en bevelen om te zetten, is zo’n leger van nul en generlei waarde.

Dat is tragisch, omdat de nood veel hoger is dan de Europese politieke leiders doen voorkomen. Trumps besluit om de VS uit de NAVO te halen, lijkt een kwestie van tijd. Het Amerikaanse politieke establishment zal luidkeels protesteren, maar in praktijk kan het Congres er weinig tegen doen. Op dat moment heeft de EU geen andere keus dan de militaire integratie versneld door te voeren. Het zou goed zijn als we op dat besluit een voorschot namen door nu al een serieuze inhoudelijke discussie te voeren over hoe die integratie moet plaatsvinden. Tijd voor de EU om behalve economisch ook geopolitiek volwassen te worden.