“Niet alle moslims zijn terroristen,” luidt de grijsgedraaide mantra. Het is een dooddoener waar geen speld tussen is te krijgen, maar een recente studie toont dat het omgekeerde wel waarheid aan het worden is.

Het is het soort rapport waarvan je niet bepaald vrolijker wordt naarmate je er meer van leest. De ‘Global Terrorism Index 2014’ van het Institute for Economics and Peace kwantificeert nuchter en zakelijk de onbeschrijflijke tragediën die achter elke terreurdaad schuilgaan; alle aanslagen gepleegd in de 21e eeuw  van de organisaties die we inmiddels maar al te goed kennen van televisie, internet en kranten: IS, Al-Qaida, Boko Haram, de Taliban, Al-Shabaab – de lijst gaat maar door.

De conclusies van het rapport zullen nauwelijks als een verrassing komen voor de oplettende nieuwsvolger, maar het is toch verhelderend ze zo op een rij te zien. Ten eerste: terrorisme groeit, het aantal slachtoffers ervan lag in 2013 maar liefst 61% hoger dan in het jaar ervoor. Ten tweede: religie heeft in de loop der jaren bijna een monopolie verkregen op terreur. En ten derde: het woord ‘religie’ in de vorige zin kan gerust worden vervangen door een ander zelfstandig naamwoord: islam.

Compliment voor inlichtingendiensten

Eerst over de hierboven geconstateerde groei. Het aantal terroristische aanslagen is deze eeuw – vergeef mij deze beeldspraak – geëxplodeerd: van ongeveer 1500 in het jaar 2000 naar bijna 10.000 in 2013. Hetzelfde geldt voor het aantal dodelijke slachtoffers, dat groeide in diezelfde periode van 3.361 naar 17.958. Dat is dus respectievelijk ruwweg een verzeven- en een vervijfvoudiging in iets meer dan een decennium. Als het om terrorisme gaat, is het Westen een betrekkelijk veilige plaats om te leven: slechts 5% van de 107.000 dodelijke slachtoffers van terreur in deze eeuw viel in een van de 34 geïndustrialiseerde OECD-landen (en daarvan ook nog eens meer dan de helft bij slechts één aanslag: 9/11). Dat het aantal terrorismeslachtoffers in de westerse wereld na de “topjaren” 2001 (9/11 – 2.996 doden), 2004 (Madrid – 191 doden) en 2005 (London – 52 doden) zelfs sterk is gedaald – met de opmerkelijke uitzondering van Anders Breiviks moord op 77 Noren in 2011 – is een enorm compliment voor veiligheids- en inlichtingendiensten in Europa en Noord-Amerika.

Want, en hier gaan we langzaam over naar de tweede en derde conclusie van het rapport, terrorisme is geografisch sterk geconcentreerd. Hoewel het een wereldwijd fenomeen is (er zijn nauwelijks landen op onze aardbol die in de 21e eeuw gevrijwaard bleven van aanslagen) viel maar liefst 82% van alle dodelijk terreurslachtoffers in slechts vijf landen: Irak, Pakistan, Afghanistan, Nigeria en Syrië. De oplettende lezer zal snel zien welke grootste gemene deler deze landen hebben, maar daarover straks meer. Ondanks de geconstateerde concentratie, breidt terrorisme zich als een olievlek uit. Nooit eerder waren er zoveel landen (24) met meer dan 50 dodelijke slachtoffers van terreur als in 2013. En waar het vanaf 2007 leek dat het aantal terroristische aanslagen stabiliseerde of zelfs licht daalde, is vanaf 2011 jaar na jaar een sterke groei waarneembaar.

640px-North_face_south_tower_after_plane_strike_9-11

Overvleugeld door religie

Waarom? Wanneer we kijken naar de motieven achter terroristische aanslagen zien we een duidelijke omslag van nationalistische en ideologische motieven naar religieuze. Afscheidingsbewegingen als EtA in Spanje, de IRA in Noord-Ierland of de Tamil Tijgers op Sri Lanka zijn het afgelopen decennium praktisch van het toneel verdwenen, iets wat in het decennium daarvoor al was gebeurd met marxistische organisaties als de RAF, Action Directe of de Rode Brigades. Waarmee niet is gezegd dat zij niet meer bestaan: de Colombiaanse FARC, Maoïsten in India en Nepal of de Koerdische PKK zijn voorbeelden van bewegingen die de Koude Oorlog hebben overleefd. Ruwweg kan gesteld worden dat het aantal nationalistisch-separatistisch en politiek-ideologisch gemotiveerde aanslagen gelijk is gebleven sinds het begin van deze eeuw. Zij zijn echter volledig overvleugeld door the new kid on the block: religie.

Waar in 2000 het aandeel van religieus geïnspireerde terreuraanslagen ongeveer even groot was als de twee hierboven genoemde motieven, heeft reliterrorisme sinds 2006 en vooral vanaf 2011 een enorme vlucht genomen. Niet geheel toevallig valt dat laatste jaartal samen met het begin van de Syrische burgeroorlog, die zich sindsdien heeft ontpopt tot een magneet voor islamitische terroristen uit de hele wereld – van Jamaica tot Australië en van Finland tot Zuid-Afrika. Waarmee we bij de derde conclusie komen: terrorisme is in rap tempo een vrijwel exclusief islamitische aangelegenheid aan het worden.

Een who is who van moslimterroristen

Neem de twintig bloedigste terreuraanslagen van vorig jaar. Maar liefst negentien werden uitgevoerd door islamitische terreurbewegingen. De lijst leest als een who is who van moslimterroristen: het Nigeriaanse Boko Haram, het Nusrafront (Al-Qaida’s officiële militie in Syrië), de Taliban in Afghanistan, het Somalische Al-Shabaab, Pakistans Lashkar-e-Jangvhi, Al-Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAP uit Jemen) en nog wat minder bekende Algerijnse, Syrische en Pakistaanse bewegingen). Slechts één van de twintig bloedigste aanslagen van 2013 werd uitgevoerd door een niet-islamitische organisatie, toen precies een jaar geleden christelijke Anti-Balaka militieleden een moskee aanvielen in de Centraal-Afrikaanse hoofdstad Bangui en daarbij 54 gelovigen vermoordde.

 

 In de ogen van moslimterroristen is zo ongeveer iedereen een legitiem doelwit

Want laten we dit niet vergeten: de terroristen zijn in overgrote meerderheid moslims, maar de slachtoffers zijn dat ook! Of het nu gaat om Syrische regeringsaanhangers, sjiitische moskeegangers in Bagdad of nietsvermoedende dorpelingen in noordelijk Nigeria – de geweldsorgie van het gewapende islamisme richt zich aanzienlijk meer op geloofsgenoten dan op ongelovigen. Enerzijds komt dit omdat de definitie van een kafir de afgelopen decennia enorm is verruimd via het leerstuk van takfir (het verklaren tot ongelovige van moslims die niet voldoen aan de eisen van de meest radicale islamieten: bijvoorbeeld sjiieten, alevieten, Druzen, maar ook soennieten die niet recht genoeg zijn in de leer), waardoor in de ogen van de terroristen zo ongeveer iedereen een legitiem doelwit en dus fair game is. Anderzijds is het een praktische kwestie: zoveel christenen of atheïsten leven er gewoonweg niet in de landen waar islamitische terreurbewegingen het actiefst zijn, waardoor medemoslims een veel gemakkelijker doelwit vormen.

Weinig hoop voor de toekomst

De Global Terrorism Index doet de lezer ook weinig hoopvol stemmen voor de toekomst. De Islamitische Staat (IS), de grote speler van 2014 in het terroristenwereldje komt nog nauwelijks voor in het rapport dat de cijfers van het lopende jaar niet heeft meegenomen. Is er iemand die durft te beweren dat terrorisme in 2014 een kleiner probleem zal blijken dan in de voorgaande jaren? In de Index staat te lezen dat er jaarlijks landen bijkomen waar het risico op grootschalige aanslagen toeneemt en daar staat niet één West-Europees land tussen. Wie twijfelt er serieus aan dat wanneer IS de Westerse bombardementen echt gaat voelen, “kalief” Abubakr al-Baghdadi de door en door gehersenspoelde aanhangers van zijn doodscultus op New York, Parijs, London, Brussel of Amsterdam zal afsturen om daar hun entreekaartje voor het paradijs te verdienen? Misschien is het een idee voor het Institute for Economics and Peace de waarschuwende woorden van Dantes Inferno boven het eerstvolgende rapport te plaatsen.

Vooruit, laten wij eindigen met een nuancerende – zij het niet bepaald positieve – noot. Op de Global Terrorism Index is af te dingen dat staatsterreur er niet in wordt meegeteld. De vatbommen van Bashar al-Assad, de als snoepjes zo gemakkelijk uitgedeelde doodvonnissen van de Egyptische junta, de “collateral damage” van de Amerikaanse drones en Israëlische artillerievergeldingen – zij worden allen genegeerd in het rapport, wat een tikje arbitrair overkomt. Nog vreemder is dat aan de duizenden doden die jaarlijks vallen in de Mexicaanse drugsoorlog nauwelijks aandacht wordt besteed, hoewel velen van hen niet anders dan als slachtoffers van de meest gruwelijke vorm van terreur kunnen worden beschouwd. En tenslotte, laten we niet overdrijven. Er worden wereldwijd jaarlijks veertigmaal zo veel “gewone” moorden gepleegd als dat er mensen door terrorisme om het leven komen. Het recordaantal terreurdoden van 2013 – bijna 18.000 wereldwijd – is nog steeds minder dan het aantal moorden in datzelfde jaar in Venezuela alleen.

De Global Terrorism Index 2014 is hier als PDF te downloaden.