Het was een relatief rustige week op het front van de Amerikaanse verkiezingen. Geen caucus of voorverkiezing en zelfs geen ongehoorde opmerking. Trump en Clinton bereiden zich voor op een overwinning in New York, waar dinsdag voorverkiezingen worden gehouden.

Cruz en Sanders wonnen de meeste van de laatste primaries. De koplopers kunnen eigenlijk wel weer een opsteker gebruiken. Daar lijkt het dan ook op: de bookmakers van PredictIt schatten de kans dat Clinton dinsdag in New York wint op een dikke 92%, de kansen van Trump duiden met 99% op Noord-Koreaanse uitslagen. Clinton staat momenteel zo’n 14 procentpunt voor op Sanders. Trump heeft een voorsprong van rond de 30 procentpunt.

Wall Street en National Rifle Association

Deze verhoudingen zijn natuurlijk niet verrassend. New York is de thuisstaat van beide koplopers. De race lijkt in dat opzicht gelopen en er was dan ook weinig animo voor het debat tussen Clinton en Sanders. Toch was het debat één van de hardste tot nu toe. Clinton haalde hard uit naar Sanders’ steun voor de wapenindustrie, waarmee zij hem impliciet de schuld geeft, of op zijn minst associeert met enkele zeer dodelijk massale schietpartijen in de recente geschiedenis. Dit is uiteraard een emotioneel beladen thema en Democratische kiezers hebben ene uitermate lage dunk van de wapenlobby en de National Rifle Association. Sanders moest terugkrabbelen van eerdere opmerkingen dat Clinton niet de capaciteit zou hebben voor het hoogste ambt. Wel herhaalde hij twijfels over haar ‘judgement’. In Amerikaanse verkiezingsretoriek is ‘twijfelen aan iemand’s ‘judgement’ een eufemisme voor iemand niet in staat achten morele beslissingen te nemen. Zo legde Sanders een link tussen de macht van de financiële industrie en de zeer royaal beloonde toespraken die Clinton houdt voor zakenbanken, waarvan de inhoud niet openbaar is.

Clinton is klaar met Sanders – en progressieve Democraten met haar

Uit dit debat worden twee zaken nog maar eens duidelijk.

Clinton snakt ernaar zich definitief te ontdoen van de lastpak Sanders. Het gevecht met hem duurt al veel langer en is vermoeiender dan het Clinton kamp hoopte of verwachtte. Zij wil zich qua organisatie en strategie meer en meer toeleggen op het echte werk. Deels doet ze dit al door Trump in plaats van Sanders aan te vallen. Daarmee presenteert ze zich al als de Democratische kandidaat voor de verkiezingen in november en doet ze Sanders af als een kleine hindernis.

Toch legt deze ‘kleine hindernis’ grote zwakheden in de kandidatuur en persoonlijkheden van Clinton bloot. Ze is impopulair onder jongere kiezers, wordt onbetrouwbaar geacht, en wordt geassocieerd met een groeiende lijst aan schandelen, van mislukte onroerend goedinvesteringen toen zij First Lady van Arkansas was (1979 – 81) tot het regelrecht aan de laars lappen van de regels van haar eigen State Department. Haar associatie met financiële instellingen die een grote rol speelden in de crisis van 2008 en haar steun voor de oorlog in Irak maken Clinton ongeliefd bij progressievere Democraten. Deze zijn niet alleen nodig om voorverkiezingen te winnen, een succesvolle kandidaat moet ook ten alle kosten voorkomen dat deze grassroots supporters thuisblijven in november. Ondanks de grip op de Democratische partijorganisatie van de Clintons heeft Hillary hoge ‘unfavorability ratings’. Veel kiezers vinden haar maar niks. Het mag een klein wonder heten dat zij de onvermijdelijke koploper voor de nominatie is.

Trump: partij wil niet dat ik win

Hoe zit het bij de Republikeinen? Trump kan zich met een overwinning in het belangrijke New York weer eens als daadwerkelijke winnaar neerzetten. Toch lijkt de kans kleiner en kleiner dat hij een absolute meerderheid aan gedegeleerden behaalt voordat de conventie in Cleveland van start gaat. Volgens Politico denkt 90% van de insiders binnen de Republikeinse Partij dat het op een contested convention uitdraait. Vorige week schreef ik hier al dat Trump op dit scenario voorsorteert. Hij is er inmiddels zeker van dat het bestuur van de partij, de Republican National Committee (RNC), niet wil dat hij wint, zo vertelde hij aan Anderson Cooper van CNN. No shit, Sherlock …