Op 16 oktober werd Pakistan in de mensenrechtenraad van de Verenigde Naties gekozen. Na Saoedi-Arabië zit er nu dus nog een notoire mensenrechtenschender in een orgaan dat de mensenrechten moet beschermen.

 

De Verenigde Naties zijn ooit opgericht om de vrede in de wereld een stapje dichterbij te brengen. Hoewel een nieuwe wereldoorlog mede hierdoor is voorkomen, regionale conflicten dankzij ingrijpen van de VN soms worden opgelost en de VN via Unicef en de Unesco heel goed werk doet, is de organisatie verre van perfect. De verkiezing van de Islamitische Republiek Pakistan – een land dat berucht is vanwege de vele mensenrechtenschendingen, vooral tegen minderheden – in de mensenrechtenraad is hier een goed voorbeeld van. Eerder al werd Saoedi-Arabië – een koninkrijk waar jaarlijks tientallen mensen in het openbaar worden onthoofd – in deze raad verkozen.

Pakistan had een tijdje een mortuarium op de doodstraf, maar heeft in 2014 de doodstraf weer heringevoerd. Met veel enthousiasme, want in 2015 werden er 326 mensen opgeknoopt en 87 in 2016. Bovendien bestraft Pakistan ook blasfemie met de dood. Mensen die ervan worden beschuldigd Mohammed te hebben beledigd krijgen de doodstraf opgelegd. Bewijs is hiervoor vaak niet nodig. De Pakistaanse blasfemiewet is er vooral voor om religieuze minderheden te onderdrukken. Christelijke media hebben veel aandacht voor christenen die ten onrechte ter dood worden veroordeeld in het ‘land der zuiveren’, maar ook Ahmadi-moslims zijn het slachtoffer van deze praktijken. Om het extra cynisch te maken, enkele dagen voordat Pakistan in de mensenrechtenraad van de Verenigde Naties werd verkozen veroordeelde een rechter in het land drie onschuldige Ahmadi-moslims ter dood. Misselijkmakend.

Wat krijgen we straks? Noord-Korea in de mensenrechtenraad? Turkije? Wit-Rusland? Iran? Het wordt een naargeestige, postmoderne bedoeling zo. Overigens zitten de Latijns-Amerikaanse dictaturen Cuba en Venezuela ook in deze raad.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons