Historicus Dennis de Witte beschrijft in de driedelige zomerserie ‘Rusland en het Westen: een complexe verhouding’ de moeizame relatie die het land van Poetin met ons heeft.

Tsaren, Kameraden en president Poetin

Al eeuwenlang buigen invloedrijke Russen zich over de vraag of Rusland deel uit zou moeten van het Westen, óf zich zou moeten positioneren als het centrum van een eigen Slavische invloedssfeer. Het was immers tsaar Peter de Grote zelf die als jongeman door Europa trok, in de hoop voldoende kennis op te doen over het Westen. De tsaar wilde leren van de West-Europese gebruiken en technologie, met als doel ze toe te passen in zijn plannen om het Russische keizerrijk te moderniseren. Hij slaagde hier slecht ten dele in.

Het eeuwenoude vraagstuk over waar en vooral hoe Rusland zich zou moeten opstellen op het geopolitieke toneel blijft actueel. Na een reeks van revoluties in 1917 ging het tsarenrijk ten onder en grepen de communisten de macht. Dit leidde tot de oprichting van de Sovjet-Unie, die ook wel de Unie van Socialistische Sovjet Republieken (USSR) genoemd. Hoewel de Sovjet-Unie in haar ideologie hevig afstand nam van het kapitalistische Westen was zij, wat politieke ideologie betreft, een exponent van Westers denken. Het socialisme is immers een product van Westerse denkers – Karl Marx, Friedrich Engels, Karl Kautsky enzovoort. Hoewel de woordkeuze verschilde was de politieke taal hetzelfde. Het Westen en de Sovjet-Unie verschilden met elkaar van mening over hoe ze de samenleving het beste konden inrichten begrepen ze wat de ander bedoelde.

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in de jaren 1989-1991 deed het communistische juk verdwijnen in Oost-Europa. Behalve de voormalige Oostbloklanden traden ook de van de Sovjet-Unie onafhankelijk geworden Baltische Staten – Estland, Letland en Litouwen – toe tot Westerse verbanden als de NAVO en de Europese Unie.

Velen in het Westen en ook in Rusland hadden de ijdele hoop dat ook de nieuw ontstane Russische Federatie toenadering zou zoeken tot haar rivalen. Dat heeft niet zo mogen zijn. Uiteindelijk heeft Rusland zich opnieuw ontpopt als tegenstander van het Westen. De Kosovo-crisis van 1998-1999, het militaire conflict in Georgië in 2008 en de burgeroorlog in Oekraïne (vanaf 2014) laten zien dat Rusland zich niet langer aan de Westerse zijde schaart, maar met een hernieuwd zelfbewustzijn haar dominantie toont in regionale conflicten. Deze dominantie wordt geopolitiek verder benadrukt door het dichter naar zich toe trekken van enkele voormalige Sovjet-republieken in de Russische invloedssfeer. Het oprichten van de Euraziatische Economische Unie is hier een voorbeeld van. Opgericht door Wit-Rusland, Rusland en Kazachstan heeft dit economische samenwerkingsverband als doel om de onderlinge banden van de deelnemende landen te versterken en ook de voormalig Sovjet-republieken Kirgizië en Armenië zijn inmiddels toegetreden tot dit verband, dat mogelijk een Euraziatische tegenhanger kan worden van de Europese Unie.

Drie historische vragen

In deze driedelige serie artikelen onderzoek ik hoe Rusland ondanks liberale hervormingen in de jaren negentig zich sinds het begin van de nieuwe eeuw ontwikkeld heeft tot een opponent van het Westen. Dit doe ik aan de hand van drie historische vragen die elk bijdragen aan een chronologische ontwikkeling van het moderne Rusland.

Ten eerst kan de ontwikkeling van het nieuwe Rusland niet uitgelegd worden zonder de hervormingen van Mikhail Gorbatsjov, de laatste secretaris-generaal van de Sovjet-Unie. Met zijn hervormingspolitiek legde hij de basis voor het na de val van de Sovjet-Unie ontstane hervormingsgezinde politieke klimaat. Hoe kon dit klimaat eigenlijk ontstaan?

Ten tweede onderzoek ik de regeringsperiode van Boris Jeltsin. Als eerste president van de nieuwe Russische Federatie speelde Jeltsin een belangrijke rol in het mislukken van aansluiting van Rusland bij het Westen. Dankzij de zwakke Jeltsin ontstond er bij veel Russen de behoefte aan een sterkere leider, een die aan het Westen weerstand kon bieden. Deze leider vond men in de huidige president Vladimir Poetin. Waarom mislukten de economische hervormingen? En hoe kon Poetin aan de macht komen?

Ten derde onderzoek ik hoe Poetin erin slaagde het economische verzwakte, politiek verdeelde en internationaal tot regionale factor gedegradeerde Rusland weer te positioneren als een grote mogendheid. Hoe succesvol was hij hierin?

Na het beantwoorden van deze drie historische vragen kan ik ook antwoord geven op de hoofdvraag: Hoe heeft Rusland zich uiteindelijk toch weer ontwikkeld tot een opponent van het Westen?

Sovjet-imperialisme en Russische identiteit

De ontwikkelingen in Rusland kunnen niet los gezien worden van de politieke structuur van de voormalige Sovjet-Unie. Boris Jeltsin verwierf de macht door te breken met de communistische agenda en in te spelen op Russisch nationalisme. Maar hoe slaagde hij erin om nationalisme te kanaliseren in een land dat decennialang onder een communistische juk verkeerd had?

De Sovjet-Unie had vanaf haar oprichting altijd een sterk Russisch karakter gehad. De communistische revolutie begon in Rusland, haar revolutionaire kopstukken Vladimir Lenin en Leon Trotski waren Russisch en vanuit de Russische hoofdstad Moskou werd de Sovjet-Unie geregeerd.

Hoewel revolutionairen van het eerste uur als Lenin zich sterk afgezet hadden tegen de imperialistische Russische identiteit, was het integreren van de verschillende volkeren, die hun eigen taal en cultuur hadden, noodzakelijk om verdeeldheid te voorkomen. Het idee was daarom dat als de volken tot één volk zouden worden samengesmeed men wel in staat moest zijn om elkaar te verstaan en te begrijpen. Dit eenwordingsproces zou bewerkstelligd moeten worden door ‘russificatie’. Dit hield in dat de Russische taal en cultuur voorrang genoten boven de eigen taal en cultuur van niet-Russische volkeren in de USSR.

Doordat de Russische identiteit op deze manier breder dan de Russische natie beleefd werd vereenzelvigden veel Russen zich vooral met de Sovjet-Unie en niet met hun eigen Russische Sovjet-republiek. Net als tijdens het keizerrijk vereenzelvigden Russen zich dus weer met een imperialistische identiteit. Dit had als voordeel dat etnische Russen eigenlijk niet in conflict kwamen met niet-Russen, hun identificatie met de Russische natiestaat binnen de Sovjet-Unie was immers zwak. Voor de eigen Russische natievorming was de imperialistische identificatie echter negatief. Het gevoel van nationale eenheid werd bovendien verstoord door een grote en groeiende kloof tussen arme en rijke bevolkingsgroepen, waarbij de rijke stedelingen verwesterden en de plattelandsbevolking sterk stagneerde in de ontwikkeling.

Perestrojka en Glasnost

Onder leiding van kameraad Jozef Stalin regeerde de Sovjet-Unie hard en autocratisch over de Sovjet-republieken. Russificatie werd als middel ingezet werd om de identiteit van niet-Russische bevolkingsgroepen te ondermijnen. Het beleid van Michail Gorbatsjov, die in 1985 secretaris-generaal van de partij werd, kan echter gezien worden als het begin van de verandering. Zijn perestrojka (herstructurering) was gericht op het hervormen van de door decennialang stalinistisch bewind volledig ingestorte Sovjet-economie. De door Gorbatsjov ingezette hervormingspolitiek was gericht op het redden van het stervende communisme, maar kon niet voorkomen dat de Sovjet-Unie tussen 1989 en 1991 definitief instortte.

Gorbatsjov brak met het militariserende beleid van zijn voorgangers. Hij stak gelden bestemd voor defensie in de ingestorte economie. Na een ontmoeting met zijn Amerikaanse ambtsgenoot Ronald Reagan plaveide Gorbatsjov bovendien de weg voor de ambitie de voorraad kernwapens in de wereld te reduceren. Daarnaast liet hij zijn bondgenoten van het Warschaupact, de satellietstaten van het Oostblok, weten dat ze niet langer zonder meer hoefden te rekenen op militaire steun. Hierdoor verslapte de greep van de Sovjet-Unie op haar satellieten. De genadeklap volgde in 1991 na een door conservatieve communisten van de oude garde georkestreerde mislukte staatsgreep, waarbij Gorbatsjov door de coupplegers gegijzeld werd in zijn vakantieverblijf aan de Zwarte Zee. Na zijn terugkeer in Moskou werd de Communistische Partij verboden en droeg Gorbatsjov de macht over aan Boris Jeltsin, leider van de democratische oppositie en president van de Russische Sovjet-republiek. Jeltsin was fortuinlijk genoeg zelf ontsnapt aan gevangenschap.

De machtsoverdracht van Gorbatsjov naar Jeltsin betekende het definitieve einde van de Sovjet-Unie. Jeltsin was in de jaren tachtig door Gorbatsjov benoemd tot partijchef van Moskou. Hij had als taak de agenda van glasnost (openheid) en corruptiebestrijding uit te voeren. Jeltsin besefte dat door de hervormingen van Gorbatsjov het communisme niet als vanouds aan zou slaan bij de welvarender geworden bevolking. Hij gebruikte Russisch nationalisme als politiek middel om zijn macht te vergroten. Hij wist handig te profiteren van de onvrede die leefde bij een groot deel van het Russische volk.

putschTijdens de conservatieve Putsch beklom Jeltsin, inmiddels president van de Russische Sovjet-republiek, een tank voor het parlementsgebouw. Hij sprak vanaf die tank het Russische volk toe en riep het leger op hem te steunen. Gorbatsjov had de basis voor de democratische transitie gelegd door de politiestaat met haar totalitaire grip op de Sovjet-Unie en haar satellietstaten te ontmantelen. Bovendien introduceerde hij glasnost en perestrojka en de markteconomie. Dankzij al deze hervormingen slaagden Jeltsin en zijn medestanders er in om in 1991 verkiezingen te winnen. Zij zouden proberen Rusland met het Westen te integreren.

Waarom deze integratie volkomen mislukte, daarover leest u binnenkort in deel II van dit drieluik over Rusland en het Westen.