Afgelopen vrijdag kwam The Washington Post met een alarmerend bericht: het Amerikaanse Ministerie van Gezondheidszorg (Department of Health and Human Services, HHS) zou het Centers for Disease Control and Prevention (CDC) hebben ‘verboden’ om 7 woorden te gebruiken in officiële documenten voor de begroting van 2018. De Post heeft dat gehoord van een beleidsanalist die aanwezig was bij een briefing op het CDC-kantoor in Atlanta, waar deze lijst werd gepresenteerd. Andere aanwezige analisten hebben dit bevestigd. Het gaat om de volgende termen:

  1. “vulnerable” (kwetsbaar)
  2. “entitlement” (het iemand rechtens toekomende)
  3. “diversity” (diversiteit, verscheidenheid)
  4. “transgender” (transgender, met een andere sekse identificerend dan toegewezen gekregen bij geboorte)
  5. “fetus” (foetus, ongeboren baby)
  6. “evidence-based” (op bewijs gebaseerd)
  7. “science-based” (op wetenschap gebaseerd)

Bewijs onwenselijk?

In sommige gevallen schreven de HHS-ambtenaren alternatieven voor; in plaats van ‘evidence-based’ en ‘science-based’ zou men voortaan kunnen optekenen: ‘CDC bases its recommendations on science in consideration with community standards and wishes’ (Het CDC baseert zijn aanbevelingen op wetenschap, de normen en wensen van de gemeenschap in acht nemende). Blijkbaar bekt dat beter. Er zit ook een impliciet addertje onder het gras: als de ‘gemeenschap’ bepaalde ‘normen en wensen’ heeft die onwetenschappelijk zijn en zich niets aantrekken van bewijs, dan zou dat volgens deze formulering de wetenschap nog wel eens kunnen overtroeven. Stel dat een gemeenschap het ‘normaal’ vindt om niet te vaccineren en het ‘onwenselijk’ vindt om dat toch te doen, ook al is er heel sterk wetenschappelijk bewijs voor dat dat van levensbelang is voor de volksgezondheid, dan mag het CDC inentingen blijkbaar niet aanbevelen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat het uitlekken van deze verbodenwoordenlijst voor heftige ophef zorgde.

Al meteen weersprak HHS-woordvoerder Matt Lloyd echter het bericht als een ‘volkomen verkeerde voorstelling van de discussies met betrekking tot het begrotingsformuleringsproces’. Waar de lijst met 7 woorden dan wel op sloeg, werd helaas niet duidelijk; het bestaan ervan werd ook niet ontkend. Gezien het feit dat een hele reeks overheidsorganisaties die zich bezighouden met milieu al vlak na Trumps aantreden in januari een communicatiebeperking opgelegd kregen, lijkt het allemaal niet zo ondenkbaar dat nu de zorgsector wordt getroffen door censuur.

Nou, niet helemaal…

The New York Times onderzocht het verhaal en vond verscheidene CDC-ambtenaren die het bevestigden, hoewel het genuanceerder ligt: ‘Het voorstel was niet zozeer een verbod op woorden, maar een aanbeveling om bepaald taalgebruik te vermijd om het voor Republikeinen makkelijker te maken om de begroting goed te keuren.’ Dus, omdat binnen de GOP-gelederen angst bestaat voor bepaalde termen, moet men het maar anders noemen om zo genoeg geld te krijgen.

Uit conservatieve hoek zingt men onverrassend ‘Fake news!’ richting de Post, terwijl uit progressieve hoek de HHS-aanbeveling ‘Orwelliaans’ wordt genoemd en een poging om bepaalde woorden ‘kapot te maken’. Dat is van beide kanten toch wat overdreven. ‘Verboden’ klopt inderdaad niet, ‘afgeraden’ omwille van partijpolitieke gevoeligheden zou correcter zijn. In de praktijk zou dit wel het taalgebruik van beleidsmakers kunnen beïnvloeden omdat deze woorden, zeker na alle publiciteit, extra beladen zijn geworden. De omstreden onderwerpen die vrijwel onlosmakelijk verbonden zijn met deze termen, zoals abortus en vrouwenrechten, LHBT-rechten en -emancipatie, en wetenschappelijk bewijs versus religieuze opvattingen, raken hierdoor nog verder gepolariseerd. Dit doet niemand goed.

 

Afbeelding: Twitter (simpel, publiek domein).