Een staat zonder middelen om iets te veranderen is zonder middelen voor zijn instandhouding.                                                                            

Edmund Burke

 

Het is al erg genoeg dat mede door verkiezingen in Duitsland, Frankrijk, Italië en Nederland er dit jaar nauwelijks stappen te verwachten zijn om de ernstig  kwakkelende EU van een nieuwe richting te voorzien. Ook na die verkiezingen lijkt het er nog niet op dat in de genoemde landen nieuwe stabiele regeringen zullen komen. De onzekerheid wordt nog vergroot door de Europese commissie, die vijf scenario’s voor ontwikkeling van de EU tot 2025 in een witboek heeft uitgewerkt.

Een van de Commissarissen schijnt binnenskamers het volgende ter toelichting mee te geven: ‘we zijn de leiders al te lang en te veel ter wille geweest met uitgewerkte plannen. Laat ze nu zelf maar eens zweten.’

Dat ‘zweten’ zou dan moeten beginnen eind van de maand als de regeringsleiders in Rome bijeenkomen om de zestigste verjaardag van de EU te vieren. Maar voorlopig is er nauwelijks iets zinnigs van die leiders te verwachten, niet alleen vanwege de aanstaande verkiezingen. Het komt ook vanwege de vele meningsverschillen tussen de noordelijke en zuidelijke landen over de economie/Euro en tussen de oostelijke en westelijke landen over immigratie/identiteit.

Wat zijn de scenario’s van de commissie?

Korte typeringen zijn

  • Alleen de markt
  • Voortmodderen
  • Kopgroepen/ meerdere snelheden per landengroep
  • Minder maar beter
  • Grote sprong voorwaarts

De commissie durft niet te kiezen, dus we moeten zelf een poging doen om de scenario’s af te wegen en daarna een keuze te maken.

 

1)Alleen de markt

De EU wordt teruggebracht tot de interne markt, een economische vrijhandelszone. Economische integratie van lidstaten wordt verdiept, blokkades voor handel en het bedrijfsleven verdwijnen door Europese regelgeving. Andere vormen van samenwerking verdwijnen of worden op een laag pitje gezet.

Pro: Vrij verkeer van goederen en kapitaal krijgt ruim baan.

Contra: Alle andere vormen van samenwerking op gebieden als bankenunie, energie, immigratie, informatica, milieu en veiligheid worden (grotendeels) teruggedraaid. De toekomst van de Euro ziet er somber uit, omdat voor instandhouding van een munt ook budgettaire discipline van de betrokken overheden vereist is. De munt zal dus waarschijnlijk met grote verliezen worden opgeheven. EU landen gaan in dit geval waarschijnlijk nog meer concurreren met belastingtarieven etc. om het meest van de markt te kunnen profiteren.

Conclusie: uiteindelijk blijven alleen verliezers over. Niet doen

2) Voortmodderen

Eigenlijk zegt dit woord het al. De bestaande onduidelijkheid over wat Brussel doet en wat de nationale staten doen duurt voort. Niets werkt goed: Eurozone, bewaking buitengrenzen, immigratie, coördinatie buitengrenzen, nieuwe handelsverdragen en instandhouding gezond financieel systeem (banken).

Conclusie: veel langer gaat het zo niet meer, het beeld van machteloos vergaderen blijft hangen. Niet doen.

3) Kopgroepen

Coalities van gelijkgezinde landen gaan nauwer samenwerken. Dat is nu al het geval bij de euro (19 EU-landen) en Schengen (22 EU-landen). Er kunnen kopgroepen komen voor defensie, belasting (uniforme tarieven om belastingontwijking te voorkomen), sociale zaken (minimumuitkeringen, Europese WW), terreurbestrijding (veiligheidsdiensten delen alle informatie), fraudebestrijding (Europees aanklager). Het is altijd mogelijk voor een lidstaat om later bij een kopgroep aan te haken.

Pro kopgroepen kunnen sneller en beter reageren op problemen.

Contra EU fragmenteert verder in koplopers en achterblijvers. Bovendien is onduidelijk of er nog enigszins homogene groepen met koplopers op nieuwe beleidsterreinen denkbaar zijn. Wellicht is dit op bescheiden wijze mogelijk, maar substantieel wordt het niet.

Conclusie: Niet  doen, het lost te weinig op    

 

4) Minder maar beter
De EU-27 richt haar aandacht op een beperkt aantal kerntaken. Op die terreinen krijgt de Unie meer macht (inclusief sancties), verder doet EU weinig of niets. Beleidsterreinen die de commissie noemt zijn defensie, handel, innovatie, immigratie, onderzoek en veiligheid.

Toegevoegd zou kunnen worden bewaking financieel systeem, buitenlandse zaken, energie-, informatica- en milieubeleid. Dit alternatief is dus niet per se minder, het gaat er meer om tot een heldere afbakening te komen over taakverdeling tussen de EU en de lidstaten.

Pro: Een heldere taakverdeling is niet alleen beter maar ook een conditie sine qua non bij elke oplossing. Minder taken voor Brussel zal conform de wens van de meeste staten zijn.

Contra: Het lijkt onvermijdelijk dat in dit alternatief zinnige samenwerking op deelterreinen kan sneuvelen, alleen omdat landen vinden dat het niet teveel mag worden.

Conclusie: Dit is zeker een begaanbare weg, maar het gevaar bestaat dat het te weinig meer om het lijf zal hebben om van waarde te blijven.

5) Grote sprong voorwaarts

De 27 lidstaten kiezen gezamenlijk in feite voor een federatieve staat met dito regering en partijen. Er vindt integratie op alle zinnige beleidsterreinen plaats. De EU is vertegenwoordigd in internationale organisaties (VN, NAVO, IMF). Er komt een Europees leger, een diplomatieke dienst. Politiek op verschillende terreinen – fiscaal, asiel, energie, milieu en informatica – wordt op federaal niveau geregeld. Ook de antitrust om concurrentie te bevorderen. Grote infrastructurele projecten worden (soms) centraal gepland. De aangesloten staten zijn vooral verantwoordelijk voor binnenlandse zaken en beleidsuitvoering, net als in de VS.

Pro: Dit is veruit het meest efficiënte model.

Contra: Er is geen draagvlak voor, niet bij de bevolking een ook niet bij de meeste lidstaten.

Conclusie: het wachten is op een gemeenschappelijke vijand, zoals de Engelsen dat waren bij de stichting van de VS. Pas dan zou nood de wens op behoud van soevereiniteit bij de meeste EU landen kunnen doorbreken. Nu is dit nog utopisch, dus niet proberen.

Gewenst scenario: Veel betere taakverdeling

Het moet toch mogelijk zijn om zinnige zaken op centraal niveau te doen en alle bijzaken uit Brussel weg te halen, gecombineerd met een veel eenvoudiger structuur.

Dat laatste zou dan een halvering van het parlement kunnen betekenen, opheffing van de standplaats Straatsburg en concentratie in Brussel. De commissie zou beperkt kunnen worden tot 12 leden, terwijl de functie van de voorzitter van de vergadering van regeringsleiders wordt afgeschaft en door de commissie wordt overgenomen.

De kans echter dat het doormodderen wordt is groot, bij gebrek aan leiderschap in Europa.

Bondskanselier Merkel is aangeschoten wild, Macron heeft als kansrijke presidentskandidaat in Frankrijk nog geen politieke achterban en in Italië weet niemand wie de volgende premier wordt en welke partijen dan aan de macht komen. Daarmee geven de drie grootste landen na het uittreden van het Verenigd Koninkrijk een wat deplorabel beeld. Middelen voor verandering ontbreken, waardoor instandhouding moeilijk wordt.