Vandaag vindt in Frankrijk de eerste ronde van de parlementsverkiezingen plaats. In de honderden kiesdistricten die het land rijk is mogen de kiezers naar de stembus  om de kandidaat voor hun voorkeur aan een zetel in Parijs te helpen. De partij van de pas gekozen president Macron lijkt de grote favoriet. Het zou een politieke aardverschuiving betekenen: de traditionele partijen kunnen worden weggevaagd. 

Maar dat brengt voor ”En Marche!” zoals de jonge club van Macron heet, ook risico’s met zich mee. Zijn de kandidaten wel ervaren genoeg? Op het oog niet. De meeste mensen die voor de partij verkiesbaar zijn hebben zelfs geen enkele politieke ervaring. Verfrissende mensen en geluiden zijn altijd goed, maar het valt voor Macron te hopen dat de partij op korte of langere termijn niet vervalt in LPF-toestanden. Er is bovendien niet veel tijd geweest om de kandidaten grondig te screenen.

Tegelijkertijd brengt deze tactiek de politiek in Parijs dichter bij de kiezers. Ondanks het districtenstelsel is de politiek in Frankrijk door de hoge mate van centralisatie mijlenver verwijderd van de achterban. De meeste mensen kunnen zich maar moeilijk identificeren met politici. Veel van Macrons kandidaten komen juist rechtstreeks uit de maatschappij: docenten, politieagenten en zelfs huismoeders. Ze delen gemeenschappelijke idealen, maar zullen ongetwijfeld op een groot aantal onderwerpen ook stevig van mening verschillen. Het is afwachten in hoeverre ze loyaal zijn aan de president.

Maar ”En Marche!” lijkt wel een meerderheid te gaan behalen in het parlement. Niet omdat meer dan de helft van Frankrijk laaiend enthousiast is, maar het districtenstelsel met twee ronden helpt de partij behoorlijk. Voor het Front National is dit een nadelig systeem. Die partij zakt overigens in veel peilingen verder weg en lijkt de derde partij van het land te gaan worden. Ook in Frankrijk blijft de ”patriottische lente” waar politici als Wilders en Le Pen voortdurend over spreken uit. Integendeel: een pro-Europese kandidaat krijgt een stevig mandaat. Kijk je mee, Theresa May?