De onteigening van de kerkelijke bezittingen Arameeërs in de Turkse provincie Mardin is deels teruggedraaid door de Turkse overheid. Van de in totaal 110 bezittingen die in 2017 werden geconfisqueerd zijn 55 bezittingen teruggegeven.

Het betreft 55 kerken, kloosters en begraafplaatsen die in 2017 werden geconfisqueerd. Nadat Mardin een grootstedelijke gemeente werd verkregen de dorpen in de buurt van Mardin de status van wijken. Hierdoor werden deze dorpen verbonden aan het provinciaal bestuur. Het provinciaal bestuur van Mardin had het eigendom van 55 kerken, kloosters en begraafplaatsen via een speciaal comité overgedragen aan het ministerie van Financiën. Het ministerie van Financiën had het eigendom van deze kerken, kloosters en begraafplaatsen vervolgens overgedragen aan het Turkse presidium voor godsdienstzaken (Diyanet). Dit is nu teruggedraaid.

De voorzitter van de Aramese Federatie noemt het teruggeven van een deel van de geconfisqueerde bezittingen ‘een druppel op een gloeiende plaat’. De landerijen en overige private eigendommen die ook in 2017 werden geconfisqueerd zijn nog altijd niet teruggegeven aan de rechtmatige eigenaren. Daarnaast hebben de drieduizend Arameeërs die in de provincie Mardin wonen nog altijd te maken met honderden rechtszaken die betrekking hebben op confiscatie van bezittingen.

In Nederland heeft de Aramese Federatie nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de confiscatie van kerken en bezittingen van Arameeërs in Nederland. CDA-parlementariërs Martijn van Helvert en Raymond Knops hebben naar aanleiding hiervan Kamervragen gesteld. Vervolgens werd er door de Nederlandse ambassade in Turkije een onderzoek gestart naar confiscatie van kerken in Turkije.

Afbeelding: © Mardin Museum 

 

Turkse overheid geeft geconfisqueerde Aramese kerken niet terug