Hoe Al-Qaida in een paar dagen tijd Obama’s Syriëpolitiek onderuithaalde. De Amerikanen zullen terug naar de tekentafel moeten.

De rook en het stof van de Amerikaanse bommen waren nog nauwelijks opgetrokken of US Central Command had al een communiqué uitgegeven met de uitleg dat de luchtaanval geen vergelding was. Nee, de bedoeling was slechts geweest de mysterieuze – maar volgens de VS levensgevaarlijke – Khorasangroep te raken. Dat was gelukt, meldde CentCom, onder andere de Franse bommenmaker David Drugeon zou bij de aanval op 6 november zijn gedood. Tot zover het officiële verhaal, maar wat was er echt gebeurd? Wat was de werkelijke aanleiding voor de Amerikaanse luchtaanvallen van vorige week in de Noord-Syrische provincies Idlib en Aleppo?

Over de Khorasangroep zijn de meningen van analisten verdeeld. Het is niet onmogelijk dat er binnen of onder bescherming van het aan Al-Qaida gelieerde Jabhat al-Nusra (het “ondersteuningsfront”) een groep zich bezig houdt met het plannen van aanslagen op de VS en West-Europa. Vóór september van dit jaar had nog nauwelijks iemand van Khorasan gehoord en de timing van de plotselinge golf van openbaringen die in de media erover verschenen, was op zijn minst verdacht te noemen. Was Khorasan een excuus om de Amerikaanse luchtaanvallen op Al-Qaida – let wel: niet die op IS dus! – in Syrië te rechtvaardigen? Sommigen gingen zelfs zo ver het bestaan van de organisatie in twijfel te trekken: journalist Glenn Greenwald, beroemd geworden door de Snowden-affaire, schreef eind september een artikel over de Khorasangroep, getiteld‘The fake terror threat used to justify bombing Syria’.

Zorgvuldiger nadenken

Greenwalds artikel was een reactie op de eerste golf Amerikaanse luchtaanvallen in Syrië, waarbij tot de bijna unanieme verbazing van analisten niet alleen de Islamitische Staat, maar ook het Nusrafront doelwit was. Oké, Jabhat al-Nusra (JaN) is de gewapende arm in Syrië van Al-Qaida, Amerika’s erfvijand sinds 9/11, maar algemeen had men aangenomen dat de US Air Force de Nusrastrijders met rust zou laten. Per slot van rekening vochten deze zij aan zij met de meer gematigde opstandelingen van het Vrije Syrische Leger (FSA) tegen het regime van president Bashar al-Assad en was het ook al tot gewapende confrontaties tussen JaN en de Islamitische Staat gekomen. En juist het FSA was door Washington geoormerkt als boots on the ground in de strijd tegen IS.

Velen zagen de aanvallen op Khorasan/Nusra eind september als een overtreding van de belangrijkste regel van Obama’s buitenlandse politiek: “don’t do stupid shit”. De bedoeling hiervan was een contrast te vormen met de vaak ondoordachte acties van Obama’s voorganger George W. Bush – het schrikbeeld van de desastreuze inval in Irak onder valse voorwendselen spookt nog steeds door de gangen van het Witte Huis, het Pentagon en het hoofdkwartier van de CIA in Langley, Virginia. Nee, onder deze regering zou zorgvuldiger worden nagedacht over de consequenties van militaire acties en als deze niet duidelijk waren, kon er maar beter van worden afgezien.

Het schrikbeeld van de desastreuze inval in Irak onder valse voorwendselen spookt nog steeds door de gangen van het Witte Huis, het Pentagon en het hoofdkwartier van de CIA in Langley, Virginia.

Monty Python in Syrië

De grootste angst in Washington was dat luchtaanvallen op hun militie de jihadisten van Jabhat al-Nusra regelrecht in de armen van de Islamitische Staat zou drijven. Ook zou het Front aan populariteit kunnen winnen na Amerikaanse bombardementen en zou de afstand tussen JaN en FSA alleen maar groter worden. Deze laatste organisatie wordt immers gezien als bondgenoot van de VS (zij ontvangt als speler in de Syrische burgeroorlog Amerikaans geld en wapens), wat de toch al wankele coalitie tussen FSA enerzijds en het Nusrafront en het ook al jihadistische Islamitische Front anderzijds nog verder onder druk zou zetten.

Dit laatste gebeurde inderdaad en nog een graadje erger dan de regering-Obama had durven vermoeden. De afgelopen weken vielen strijders van het Nusrafront posities van de belangrijkste FSA-milities aan in de noordelijke provincies Idlib en Aleppo. Met name het Syrische Revolutionaire Front (SRF) van opstandelingenleider Jamal Marouf moest het ontgelden. Bondgenoten van het SRF, troepen van de Hazzm Beweging, schoten hun wapenbroeders te hulp, maar bleken niet opgewassen tegen de jihadi’s van JaN die op hun beurt werden bijgestaan door strijders van het Islamitische Front (niet te verwarren met de Islamitische Staat. Kunt u het nog een beetje volgen, Monty Python is er niets bij vergeleken.)

https://www.youtube.com/watch?v=gb_qHP7VaZE

Washington smeken om luchtsteun

Veel SRF- en Hazzmstrijders liepen over naar het Nusrafront en namen hun Amerikaanse wapens (waaronder de zo begeerde TOW-antitankraketten) mee. De jihadisten dreigden zelfs de grensovergang met Turkije in Bal al-Hawa te veroveren, wat de bevoorrading van het snel uit Noord-Syrië verdwijnende FSA praktisch onmogelijk zou maken. De vertwijfelde FSA-commandanten smeekten Washington om luchtsteun: niet tegen Assads regeringstroepen, niet tegen de Islamitische Staat, maar tegen hun voormalige bondgenoten! Op 6 november gaven de Amerikanen toe aan hun smeekbedes en voerden een serie luchtaanvallen uit op posities van JaN in Idlib en Aleppo. Volgens CentCom ging het hierbij dus om een antiterreuractie tegen de Khorasangroep, maar het Nusrafront vatte de aanval op zoals zij naar alle waarschijnlijkheid was bedoeld: een waarschuwing, tot hier en niet verder, laat het FSA met rust. Nog vreemder was dat ook stellingen van Ahrar as-Sham werden geraakt, een Syrisch-jihadistische organisatie binnen het Islamitische Front en nu juist een militie die plaatselijk tegen IS strijdt.

Het lijkt er niet op dat het Nusrafront zich door de Amerikaanse speldenprikken zal laten tegenhouden. Integendeel, te verwachten is dat de aanvallen op de “gematigde” rebellen zullen aanhouden totdat het FSA volledig is verdreven uit Noord-Syrië (hier een kaart van welke partijen precies welke gebieden beheersen). Als dit gebeurt, brengen de jihadisten de Amerikanen in een onmogelijke situatie. De enige plaats waar het FSA dan nog gebied in handen heeft, zal in het uiterste zuiden van Syrië zijn, honderden kilometers verwijderd van de dichtstbijzijnde posities van de Islamitische Staat. Als boots on the ground voor een grondoffensief tegen IS zal het FSA daarmee geen optie meer zijn en de vraag is wie de Amerikanen dan hiervoor willen gebruiken.

De Grote Amerikaanse Satan

Laten we hun opties even doorlopen: de Koerden, die deze rol tot nu toe succesvol vervullen in Irak, hebben in Syrië eenvoudigweg te weinig mankracht om de Islamitische Staat te verslaan. Met Amerikaanse luchtsteun en veel kunst- en vliegwerk kunnen zij ternauwernood vasthouden aan de gebieden die onder druk van IS staan, zoals in Kobane. Het Islamitische Front strijdt tegen IS wanneer het wordt aangevallen, maar van een tegenoffensief is het nog niet gekomen en het kan ook niet verwacht worden dat dit op korte termijn gebeurt. De Syrische islamisten hebben hun handen vol met het verdedigen van plaatsen als Aleppo en de oostelijk van Damascus gelegen enclave Oost-Ghouta, waar zij de afgelopen maanden veel terrein hebben verloren aan het regeringsleger van Assad. Bovendien staat het IF – zoals de naam al doet vermoeden – ideologisch veel dichter bij IS dan bij de meer gematigde rebellen, laat staan bij de Grote Amerikaanse Satan.

Met Amerikaanse luchtsteun en veel kunst- en vliegwerk kunnen de Koerden ternauwernood vasthouden aan de gebieden die onder druk van IS staan, zoals in Kobane.

Dit laatste geldt in nog sterkere mate voor het Nusrafront. De verschillen tussen JaN en IS zijn nauwelijks met het blote oog waarneembaar en zitten hem meer in het hoe en wanneer dan in het wat. Toegegeven, JaN-leider Abu Mohammed al-Golani houdt vol dat zijn prioriteit in de Syrische burgeroorlog ligt bij het verslaan van Assad en niet bij het stichten van een kalifaat, maar de strijd tegen de regering in Damascus is voor dejihadisten van het Nusrafront geen doel maar een middel om tot hetzelfde resultaat als IS te komen: een puur soennitische staat, onderhevig aan de meest orthodoxe uitleg van de sharia. Er wordt zelfs gefluisterd dat de aanval van JaN op het FSA in Idlib en Aleppo is bedoeld om er een tegenhanger van de Islamitische Staat te kunnen vestigen: een emiraat. Dat de verschillen tussen kalifaat en emiraat marginaal zijn – hoewel niet voor de koranvaste mujahid – zal duidelijk zijn. Mocht het tot een confrontatie tussen Nusrafront en Islamitische Staat komen, is te verwachten dat de JaN-strijders zich in meerderheid bij IS zullen aansluiten en het kalifaat het emiraat simpelweg absorbeert.

Al-Assad als lachende derde

Inmiddels zit Barack Obama met een groot probleem. Het lijkt er steeds meer op dat de lachende derde van de strijd tussen gematigde rebellen, Syrische islamisten, Al-Qaida jihadisten en IS’ers niemand anders dan president Bashar al-Assad is. En inderdaad, op de grens tussen Hama en Idlib, de provincie waar de strijd tussen FSA en Nusrafront het hevigst woedt, heeft zijn regeringsleger de afgelopen weken belangrijke successen behaald. Nu de stilzwijgende wapenstilstand tussen Assad en IS is vervangen door felle gevechten, lijkt het er steeds meer op dat het SAA (Syrian Arab Army, Assads leger) en de eraan verbonden milities, waarvan het Libanese Hezbollah de belangrijkste is, de enige kracht in Syrië is die het tegen de Islamitische Staat kan of wil opnemen. Het probleem is dat de Amerikanen Assad – niet ten onrechte – als deel van het probleem en zeker niet als de uitweg van het Syrische labyrint zien.

Weliswaar is de retoriek vanuit het Witte Huis tegen het regime in Damascus de afgelopen maanden in felheid afgenomen, maar nu in bed kruipen met de van oorlogsmisdaden beschuldigde Syrische dictator zou als enorm gezichtsverlies worden gezien. Ook van de oppositie in Washington kan weinig druk worden verwacht om met Assad in zee te gaan. Senator John McCain, de belangrijkste Republikein als het om buitenlandse politiek gaat, stelde vorige zomer nog voor Assads troepen te bombarderen om zo zijn vertrek te bespoedigen (maar goed, je kunt van de Syrische Middellandse Zeekust tot India lopen zonder ooit een land te hoeven verlaten dat McCain niet op enig moment heeft willen bombarderen.) Een ondubbelzinnige keuze voor Assad als “the lesser of two evils” zou de zwaardhouw kunnen zijn die de Gordiaanse knoop ontwart, maar Obama is geen Alexander.

Stupid shit

Met het oprollen van de door Amerika gesteunde rebellen heeft Al-Qaida/Jabhat al-Nusra het tapijt onder Obama’s Syriëpolitiek weggetrokken en niemand in Washington weet hoe het nu verder moet. Zoals steeds in het conflict met de Islamitische Staat reageert Washington in plaats van te ageren en het lijkt erop dat met name in Syrië de Amerikanen steeds dieper het moeras inworden getrokken. De Amerikaanse reflex lijkt een karikatuur van buitenlandse politiek: pappen, nathouden, wat geld ertegenaan gooien, meer wapens het gebied in pompen, schrikken als deze in verkeerde handen vallen en hopen dat de gebeurtenissen op het slagveld de impasse tot een eind brengen. En als de uitkomst hiervan Washington niet aanstaat, worden er weer wat bombardementen uitgevoerd zonder al te veel over de consequenties na te denken. Kortom, de soort stupid shit die de Syrische burgeroorlog met een onbekend aantal jaren, nog eens honderdduizend doden en een miljoen extra vluchtelingen zal verlengen.