We zijn in oorlog. Sinds 2001 neemt Nederland deel aan de War on Terror. Obama mag deze nu wel heel netjes “overseas contingency operations” noemen, maar de Verenigde Staten en haar bondgenoten hebben er nooit een geheim van gemaakt in oorlog te zijn met Al Kaida. Tegelijkertijd heeft Al Kaida er ook nooit een geheim van gemaakt in oorlog te zijn met “het Westen”. Klaar als een klontje zou je dus zeggen. Niets is minder waar. Na een aanslag van Al Kaida op Europese bodem mag je veel zeggen, maar vooral niet het woord oorlog in de mond nemen. Dat is raar. Heel raar.

Al 14 jaar behoort ook Nederland, relatief zonder veel mokken, tot de coalitie in de strijd tegen het terrorisme. Ons land heeft troepen geleverd aan Operation Enduring Freedom in Afghanistan, de Hoorn van Afrika en de Transsahara, en tijdens de invasie van Irak in 2003 bestond onze “politieke steun” uit commandotroepen en F16’s. Sinds 2014 zijn wij ook onderdeel van de coalitie tegen ISIS. Kortom: we zijn al 14 jaar onafgebroken met onze troepen aanwezig in de regio. Wat dacht u dat wij daar aan het doen waren? Wat denkt u dat er uit onze bommen komt? Welk geluid denkt u dat de geweren van onze troepen maken? Kom niet aan met het excuus dat u serieus dacht dat Nederland al die tijd alleen maar schooltjes heeft zitten bouwen, waterputten heeft geslagen en andere zachte “hearts and minds”-achtige dingen deed.

We zijn in oorlog, al jaren, en we hebben hier geen nacht minder slaap om gehad. De afgelopen 14 jaar was vooral business as usual. Toenmalig premier Balkenende moest even met de billen bloot voor een heuse enquêtecommissie, maar het liegen tegen de Tweede Kamer en het electoraat over de Nederlandse deelname in Irak had verder geen politieke consequenties. Noch voor de betrokkenen, noch voor het CDA als partij. De enige oorlogsvoering die het Nederlandse electoraat in die 14 jaar heeft gezien, was de semantische oorlogsvoering door politici die de Nederlandse inzet wanhopig probeerden te framen als een “opbouwmissie” in plaats van het meer waarheidsgetrouwe vechtmissie.

We zijn in oorlog en hebben hier nooit last van gehad. Tot vorige week. Toen vielen er plotsklaps enkele splinters van 14 jaar asymmetrisch hakken neer in Parijs, op de redactie van een satirisch magazine. Enkele politici en opiniemakers merkten op dat we in oorlog waren – het bovenstaande in acht nemende een No shit Sherlock-je – en acuut had iedereen de neiging om zo verontwaardigd mogelijk te kijken. “Wat zeg je me nou? Wij? In oorlog? Maar….maar… met wie dan, en wat hebben wij er dan weer mee te maken?” Kortom, paniekerig de (suggestie van) verantwoordelijkheid overgooien als een hete aardappel want ich habe est nicht gewusst tenslotte. Sterker nog, iedereen die het woord “oorlog” in de mond durfde te nemen zou bewust bevolkingsgroepen tegen elkaar aan het opzetten zijn.

Deze paniekerige angstreactie laat vooral zien dat we op zoek zijn naar een “schuldige” waar wij de gebeurtenissen op kunnen afschuiven. Rechts-rabiate gekken zijn ervan overtuigd dat het de schuld is van “de moslims”, daarbij volledig voorbijgaand aan het feit dat Al Kaida en ISIS (gezien de slachtoffers die zij maken) ook niet zoveel op hebben met de gemiddelde “gewone” moslim. Daarnaast zijn zij zoals hierboven al aangehaald wat henzelf betreft dus wél openlijk in oorlog met het Westen. Dus met iedereen die een Westers paspoort draagt en die, ongeacht religie, voor Westerse waarden staat. Zo bewezen ook de Charlie Hebdo-moordenaars door een islamitische politieagent koelbloedig te executeren terwijl hij redactieleden beschermde die hun grondwettelijk beschermde vrijheid uitoefenden. De vleesgeworden Voltaire.

Labiel links is vooral bang. Bang om Wilders in de kaart te spelen, bang voor de mogelijkheid dat het om meer gaat dan sociaal-economische omstandigheden alleen en bang om kritisch te blijven ten overstaan van “woordvoerders van de islamitische gemeenschap”, die er op hun beurt niet voor terugdeinzen zichzelf te vergelijken met de joden in de jaren ’30 en ’40. U weet wel, diezelfde joden die momenteel tegen radicaal-islamitische geloofsgenoten extra bescherming krijgen.

De aanslag op Charlie Hebdo is niet de schuld van onze rol in het Midden Oosten, maar het is onmogelijk deze twee zaken los van elkaar te zien. Terroristische aanslagen zijn onderdeel van het scala aan tactieken die deze organisaties toepassen: zowel in het Midden-Oosten als in het Westen. In plaats van de confrontatie met onszelf en elkaar aan te gaan, lijken wij niets anders te kunnen doen dan discussie voeren over het woord “oorlog”. Hitst dit juist niet diverse bevolkingsgroepen met elkaar op? Moet je wel alles willen zeggen in deze tijd? Deze discussie is ridicuul. Het maakt een semantische strijd van iets dat een strijd van ideeën zou moeten zijn. Dit geeft een gebrek aan vertrouwen aan in niet alleen onze rechtstaat, maar vooral in Nederlandse moslims. Alsof “zij” een aparte soort mensen zijn die tegen onze vrijzinnige rechtsstaat beschermd moeten worden. Alsof “zij” het niet aankunnen, die vrijheid van meningsuiting. Het wordt eens tijd om in te zien dat “zij” ook “wij” zijn.

En “wij” zijn in oorlog. Sinds 2001 met Al Kaida en sinds 2014 via bombardementen met ISIS. Beide organisaties hebben een succesvolle structuur op weten te zetten in het Westen om zodoende ook asymmetrische oorlogstactieken, zoals terroristische aanslagen, toe te kunnen passen. De oorlog waar wij in verwikkeld zijn stopt heus niet aan de grenzen van Irak, Syrië of Afghanistan. Dit betekent niet dat wij in paniek hoeven te raken. Wij kunnen het hoofd koel houden: het grote strijdtoneel bevindt zich nog altijd in het Midden-Oosten en of deze zich naar Nederland laat verplaatsen, is aan ons Nederlanders. Let wel: dat is dus iedereen met een Nederlands paspoort. Want als je wilt weten wie “jullie het Westen” is die “medeschuldig” is aan de oorzaken en gevolgen van deze al 14 jaar voortdurende strijd, hoef je alleen maar in de spiegel te kijken om daar een brave belastingbetalende medeplichtige te zien.