Bert Verhoeff (1949) groeide op in Amsterdam Slotervaart, waar hij de HBS voltooide. Na zijn middelbare schooltijd werkte hij een aantal jaren voor uitzendbureaus en liftte door Europa. In de jaren zeventig ging hij als leerling-fotojournalist aan de slag bij Anefo, een groot fotopersbureau. Bij Anefo was hij later jarenlang als fotojournalist in binnen- en buitenland actief. Vanaf eind jaren zeventig werkte hij als freelancefotograaf voor onder meer voor Het Parool, NRC Handelsblad, het AD, Vrij Nederland, De Volkskrant en Elsevier.

Van het eind van de jaren jaren tachtig tot 2004 was hij vaste freelancer voor De Volkskrant. In 1999 publiceerde hij zijn eerste fotoboek, De boomgaard der gelukzaligen, waarna hij anderhalf jaar in Australie doorbracht, waar hij ook een fotoboek over publiceerde. Vanaf 2004 maakte hij vrijwel uitsluitend nog fotoboeken en tentoonstellingen. Op 2 juni 2016 komt een fotoboek van Bert Verhoeff uit over de Amsterdamse kraakbeweging in de eerste helft van de jaren tachtig: Kraakrepubliek.

Welke plek op aarde zou je ooit nog eens willen bezoeken?

‘Bijna een kwart eeuw geleden bezocht ik Irian Jaya, voormalig Nederlands-Nieuw-Guinea, in Indonesië. Ik trok een maand lang met een lepra-arts op de motor over dat eiland, reisde ook met boten en kleine vliegtuigjes. Dan landden we midden in de jungle op een piepklein landingsstripje en zagen we honderden Papoea’s met peniskokers rond het vliegveldje staan.

Ik sliep bij de Nederlandse paters en ook bij Papoea’s thuis. Ik ben toen ook in de beroemde Baliemvallei geweest die pas in 1938 bij toeval door een westerling werd ontdekt, toen hij er overheen vloog. Dat was wel de meest avontuurlijke reis die ik ooit heb gemaakt en ik zou hem graag opnieuw willen maken om te kijken hoe het nu is. De Papoea’s worden al heel lang zwaar onderdrukt, maar er komen bijna geen journalisten. Ik lees er nooit verhalen over.’

Is er een boek dat je ooit nog wil lezen?

‘Op mijn zestiende en mijn achttiende, heb ik twee maal Oorlog en Vrede van Tolstoj gelezen. Ik vond dat zo’n fascinerend en prachtig boek. Ik denk nog steeds: Ik wil het nog een keer lezen. Maar dat doe ik pas als ik oud en der dagen zat ben. Dat ben ik nog niet, dus dat zal nog wel een tijd duren. Als ik het ga lezen, dan zal ik inmiddels wel mijn eigen einde naderen. Ik ben heel benieuwd, hoe ik het bijna vijftig jaar later zal vinden. Als je jong ben zijn je ervaringen natuurlijk veel sterker en intenser. Blijft het nog overeind?’

Welke ontwikkeling hoop je nog mee te maken in de Nederlandse media?

‘Tien jaar geleden konden we onmogelijk voorspellen dat er nu smart phones zouden zijn en dat er sociale media als Twitter, Facebook en Instagram zo’n grote rol in ons leven zouden spelen. Dat is aan de ene kant een prachtige ontwikkeling, maar wat ik nu ook zie, is een neerwaartse spiraal met betrekking tot de professionele fotografie. Fotografen krijgen steeds minder betaald voor hun werk. Je ziet die ontwikkeling bij alle creatieve vakken, ook bij muziekmakers, schrijvers en journalisten. Veel van wat makers maken, moet tegenwoordig maar gratis of anders wordt het wel geroofd of gekopieerd. Ik vind dat een dramatische ontwikkeling. Ik zou echt niet weten hoe, maar ik hoop voor de jonge beginnende collega’s dat er een einde aan die trend komt en zij nog hun brood kunnen verdienen in de toekomst.’

Met welke man of vrouw zou je ooit een wijntje willen drinken?

‘Met Johan Cruijff. Ik heb er lang over nagedacht en kwam uit op toch wel de belangrijkste vraag van de twintigste eeuw .. ha, ha: “Waarom heeft Nederland de finale van het WK voetbal tegen Duitsland verloren in 1974.” Daar worstelen we allemaal mee, niet waar? Ik was er indertijd bij. Ik heb toen een hele mooie foto van Cruijff gemaakt, die met holle ogen van het veld afloopt na de wedstrijd, terwijl je op de voorgrond bondscoach Rinus Michels ziet die misprijzend achterom kijkt. Het was ook een beeld van ontreddering.’

‘Vlak voor die wedstrijd had je de beruchte zwembadscène gehad. Bild Zeitung zou naakte meisje ingehuurd hebben om ons nationale elftal af te leiden door met ze te gaan zwemmen in het hotelzwembad. Dat was het verhaal. De vrouw van Cruijff, Danny, werd daar zo boos over dat ze Johan verbood om vier jaar later naar Argentinië te gaan. Daar stond Nederland weer in de finale van het WK en verloor opnieuw. Als Cruijff erbij was geweest, is het niet zo gek om te denken dat ze misschien wel gewonnen zouden hebben. In 1974 waren ze verreweg de beste ploeg, maar tegen Duitsland speelden ze als een krant. In de jaren zeventig heeft het Nederlands team twee maal in een WK-finale gestaan en verloren. Dus de grote vraag is: Hebben die naakte Bild-meisjes Nederland nou van twee wereldkampioenschappen beroofd? Die vraag zou ik graag aan Cruijff willen stellen. Ik wil daar wel eens antwoord op hebben. Daar zijn zo veel speculaties en vragen over. Toen ik terugkwam in Nederland, merkte ik hoe het hier leefde. Die enorme teleurstelling. Het moraal van het Nederlandse volk, heeft toen een hele grote klap gehad. Veel Nederlanders haatten de Duitsers al, maar die haat is toen voor jaren weer opgelaaid. Pas de laatste tien jaar is de verhouding met Duitsers weer genormaliseerd.’

Welke ontwikkeling hoop je nog mee te maken in de Nederlandse samenleving?

Afghanistan, oktober 1989. © foto Bert Verhoeff

Afghanistan, oktober 1989. © foto Bert Verhoeff

‘Ik zag een tijd gelden die serie van Bas Heijne over de nieuwe mens. Over het dilemma van de maakbare mens. Wat kunnen we allemaal via de genetica in de toekomst gaan doen met foetussen? Wordt het mogelijk om een nieuwe Einstein te maken, een nieuwe Mozart of een nieuwe Messi; en wie wil dat nou niet? Je kunt dodelijke ziektes waarschijnlijk voorkomen. Veel ouders zullen dat willen proberen. Maar ik weet niet zo goed wat ik daarmee moet, want we kunnen dan waarschijnlijk ook kleine Hitlertjes maken en andere psychopaten. Het is een fascinerend dilemma.’

‘Wat ik nou hoop? Nou het lijkt me vooral interessant om mee te maken. Ik ben nogal een atheïst. Ik geloof nergens in. Maar ik vind het ongelooflijk wat we nu mee maken. Ik zag bij jou op je tijdlijn een video staan met straatinterviews met jonge Turken in Istanboel, die vonden dat alle ongelovigen afgemaakt moesten worden. Ik hoop niet dat het in ons land die kant opgaat. Ik hoop dat wij de Nederlandse samenleving, die we in de afgelopen honderden jaren hebben gebouwd, ondanks de instroom van vluchtelingen en andere migranten, kunnen behouden.’

‘Wij zullen ook moeten accepteren dat we in een multiculturele samenleving leven. Maar als de migranten onze wetten en regels respecteren, dan hoeft dat geen problemen te geven. Ik weet dat er ook genoeg moslims zijn die niet zo denken als die Turken, maar als we te veel mensen met een ander geloof hier krijgen, moeten we wel gaan oppassen. Ja natuurlijk zijn dergelijke mensen al hier! Er zijn niet voor niets 150 Nederlandse moslims naar het Midden Oosten afgereisd om voor IS te vechten. Een stelletje volslagen idioten. Ik hoop niet dat wij onder pressie van die groep ons anders gaan gedragen. Maar eigenlijk gebeurt dat natuurlijk al. Er is zelfcensuur in de media, onder cabaretiers en columnisten. Ik hoop niet dat mijn kleindochter een hele enge samenleving gaat meemaken. Maar daar ziet het wel naar uit.’

‘Op Internet en Facebook kun je foto’s en filmpjes uit de jaren zestig vinden uit Iran en Afghanistan met vrolijke westerse geklede mensen, met meisjes die aan het volleyballen zijn. Wat is er nou in godsnaam gebeurd in die landen, dat deze volken die ooit zo op het westen waren georiënteerd, zo’n totaal andere kant op zijn gegaan? Dat je die beweging naar die extreem conservatieve islam en die radicalisering hebt gekregen? Dat is echt een raadsel. Behalve olie, komt er ook echt helemaal niks uit die landen. Er wordt daar helemaal niets geproduceerd. Alle vernieuwing komt uit het westen, vooral de VS. Er is in het Midden Oosten sprake van een gigantische stilstand. Dat komt alleen maar door die godsdienst en ik snap niet dat die bevolkingen er maar braaf in mee blijven gaan.’

© foto Deta Verhoeff

© foto Deta Verhoeff

In welke periode van de geschiedenis zou je één dag willen leven?

‘Ik kies voor twaalfduizend jaar geleden. De periode dat de mensen nog rondtrekkende jagers waren en in kleine groepen leefden. De periode voordat de mensen landbouwers werden. Vanaf het moment dat de mensen ze zich ergens vast gingen vestigen, kreeg je hiërarchie, slavernij, onderdrukking en uitbuiting. Alles wat bij een georganiseerde samenleving hoort. In de jagerstijd met die kleine groepen, had iedereen elkaar nodig. Slavernij en uitbuiting bestonden toen nog niet. Er was natuurlijk wel een rolverdeling. De mannen jaagden, de vrouwen slachtten de dieren en verzamelden voedsel. Dat je in die tijd als je ziek of zwak was, werd achtergelaten om te sterven, dat zijn natuurlijk maar details … ha, ha.’

Wie zou je achterlaten op een onbewoond eiland?

‘Laat de boze blanke mannen en de extremisten daar maar heen gaan. Dan kunnen ze het op dat eiland uitzoeken, vrede sluiten of anders wel tot de dood uitvechten. Of ze komen tot consensus of er gaan heel veel dooien vallen. Wat ik met boze blanke mannen bedoel? Dat zijn de mannen die zich overal boos over maken. Bijvoorbeeld de mannen die staan te schreeuwen als er een paar Syriërs in hun dorp komen wonen. Die andere groep betreft natuurlijk de moslimextremisten, maar ook de Joodse extremisten. Christelijke extremisten heb je ook, maar die doen niet zo veel kwaad. De moslimextremisten wel. Zij lopen echt vijf eeuwen op ons achter.’