Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders (PvdA) ontkent dat de Turkse overheid systematisch christenen vervolgt. Wel noemt hij de situatie voor de kleine Aramese minderheid in Turkije zorgelijk. 

 

Koenders zei dit in reactie op de Kamervragen van de CDA-parlementariërs Martijn van Helvert en Raymond Knops, die zich grote zorgen maakten over de confiscatie van Aramese kerkelijke gebouwen in de provincie Mardin door de Turkse overheid.

 

Koenders ontkende dat het ministerie van godsdienstzaken Diyanet de kerkelijke gebouwen heeft geconfisqueerd:

Formeel is er sprake van eigendomsoverdracht naar aanleiding van bestuurlijke herindeling binnen de provincie Mardin. Volgens de Turkse autoriteiten is dit conform de geldende wet- en regelgeving gebeurd en gaat het niet om confiscatie. Het Turkse Directoraat voor Godsdienstzaken Diyanet heeft op 23 juni jl. berichten ontkend dat sommige eigendommen aan deze instantie zijn overgedragen. Op 5 juli jl. bevestigde de grootstedelijke gemeente Mardin dat deze eigendommen niet aan Diyanet zijn overgedragen. Het effect van de bestuurlijke herindeling is dat een aantal eigendommen die al meer dan duizend jaar in gebruik zijn bij de Aramese gemeenschap nu eigendom zijn geworden van de Turkse staat.

Niettemin noemt Koenders de situatie zorgelijk. Hij beloofde dat Nederland kwestie zal blijven aankaarten en de confiscatie met andere EU-landen zal onderzoeken:

De ambassade in Ankara onderhoudt over deze zorgelijke kwestie nauw contact met de Aramese gemeenschap en NGO’s die zich bezighouden met de rechten van minderheden in Turkije. Nederland zal de rechten van religieuze minderheden in Turkije bij de autoriteiten blijven aankaarten. Samen met een aantal andere EU-ambassades zal de situatie van de christelijke minderheden ter plekke zo spoedig mogelijk door middel van een veldbezoek verder worden onderzocht.

Volgens Koenders is er in Turkije geen sprake van systematische christenvervolging. Hij noemt de positie van christenen een zorgpunt:

Het gaat op dit moment te ver om te stellen dat er in Turkije sprake is van systematische christenvervolging. Wel blijven de rechten en positie van christelijke minderheden een zorgpunt. De Nederlandse regering zal Turkije als lidstaat van de Raad van Europa en kandidaat-lidstaat van de Europese Unie dan ook blijven aanspreken op de internationaalrechtelijke verplichtingen die het land is aangegaan ten aanzien van de bescherming van deze minderheden.

Op woensdag 19 juli schreef Johnny Shabo, voorzitter van de Aramese Federatie, een opinieartikel over de confiscatie van de Aramese kerken, kloosters en begraafplaatsen in de Volkskrant. Hij eindigde zijn betoog met een niet bepaald vrolijke conclusie:

In Turkije is het praktisch onmogelijk om een kerk te bouwen, terwijl moskeeën door de staat worden gefinancierd. In Turkije worden in geschiedenisboeken inheemse christelijke onderdanen als verraders en handlangers van het Westen afgeschilderd. De inheems Aramees-christelijke minderheid wordt bijvoorbeeld niet erkend, terwijl Arameeërs al bijna vierduizend jaar in Turkije wonen, sinds de neef van Abraham Laban de Arameeër in Paddan-Aram leefde, in de buurt van het huidige Urfa. In Turkije is het doceren van het Aramees, de taal van Jezus, formeel niet toegestaan. In het oostelijke deel van de provincie Mardin gaat de confiscatie van bezitting van Arameeërs onverminderd door. (…) Turkije is nooit een rechtsstaat geweest.

 

Zie ook:

Turkije confisqueert 50 kerken, kloosters en begraafplaatsen

Kamervragen Martijn van Helvert over inbeslagname Aramese kerken door Turkije

Turkse overheid geeft geconfisqueerde Aramese kerken niet terug

 

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons