Het is maar de vraag of de massale protesten van de afgelopen weken de moordpartijen van de almachtige drugskartels en de corruptie van ordetroepen en politiek in Mexico kunnen stoppen.

Hoewel het een stuk moeilijker is er beelden van te vinden op YouTube zijn de onthoofdingen niet minder barbaars. En misschien zijn de slachtoffers niet zo beroemd als James Foley en Steven Sotloff, hun collega-journalisten zijn bijna net zo vogelvrij in Mexico als in het IS-kalifaat. De drugskartels onthoofdden hun – vermeende – tegenstanders al toen er nog nooit iemand van de Islamitische Staat had gehoord. De massamoord in Mexico voltrekt zich in stilte, internationale media berichten er weinig over, zeker in vergelijking met de gebeurtenissen in het Midden-Oosten. Maar juist die stilte lijkt nu te worden verbroken.

Al weken is Mexico in de greep van massale volksprotesten. De burgers van het bevolkingrijkste Spaanstalige land op aarde zijn de bloedige drugsoorlog, de bijna onbegrensde macht van de kartels en de wijdverspreide, diepgewortelde corruptie zat. De cijfers van de strijd tussen de kartels en de staat en de kartels onderling laten die van menige burgeroorlog verbleken. Sinds 11 december 2006, de dag waarop de toenmalige president Felipe Calderón het leger de deelstaat Michoacán instuurde om het geweld van het “La Familia”-kartel de kop in te drukken, zijn in heel Mexico bijna 100.000 doden gevallen, is een nog groter aantal bendeleden gearresteerd en zijn zo’n 1,5 miljoen Mexicanen op de vlucht geslagen. Om nog maar te zwijgen over dedesaparecidos, de ruim 25.000 vermisten.

De burgers van Mexico zijn de bloedige drugsoorlog, de bijna onbegrensde macht van de kartels en de wijdverspreide, diepgewortelde corruptie zat.

“Ya me cansé”

Tot deze laatste groep behoren 43 studenten uit de ten zuiden van de hoofdstad Ciudad de Mexico gelegen provincieplaats Iguala. Op 26 september viel de politie een groep demonstrerende studenten van het Raul Isidro Burgos College aan. Drie demonstranten en drie omstanders kwamen daarbij om het leven en 43 studenten zijn sindsdien spoorloos verdwenen. Aangenomen wordt dat de politie hen op bevel van de oud-burgemeester van Iguala, José Luis Abarca, overdroeg aan leden van een drugsbende waarmee Abarca’s vrouw, Maria de los Angeles Pineda, innige banden had. Slechts een van de slachtoffers werd gevonden, de ogen uitgestoken en zonder gezicht. Drie bendeleden zouden vorige week hebben bekend de anderen te hebben vermoord, verbrand en hun resten in vuilniszakken in een rivier te hebben geworpen. Een aantal van die zakken is gevonden, maar gewacht wordt nog op het resultaat van DNA-onderzoek om te zien of het daadwerkelijk om de vermiste studenten gaat.

43_lege_stoelen
Het bloedbad in Iguala was niet het eerste in Mexico’s drugsoorlog, maar de zaak verenigde wel alle elementen waarvan de Mexicanen meer dan genoeg hebben: onschuldige slachtoffers, corrupte politiemannen die werken voor boven de wet staande kartels, verstrengeling van de politiek met de kartels en een justitiële afhandeling waaruit blijkt dat voor veel politici de slachtoffers geen enkele prioriteit hebben. 80 procent (volgens officiële cijfers, onafhankelijke NGO’s schatten dat dit percentage dichter bij 95 ligt) van Mexico’s moorden blijft onbestraft, sowieso al geen statistiek waar de autoriteiten trots op kunnen zijn, maar in deze zaak werd het desinteresse zelfs hardop uitgesproken. Aan het einde van een persconferentie over de ontvoeringen in Iguala verzuchtte procureur-generaal Jesus Murillo: “Ya me cansé”, ik ben er moe van. Zijn uitspraak ging viral en werd de slogan van massaprotesten die zich vanuit Guerrero, de staat waarin Iguala ligt, razendsnel over heel Mexico uitbreidden. Overal droegen demonstranten spandoeken met “Ya me cansé” om te tonen dat niet de autoriteiten maar zij de situatie in hun land beu zijn.

In handen van de kartels

Op veel plaatsen in Guerrero liepen de protesten uit de hand: barricades werden opgeworpen, overheidsgebouwen aangevallen en bezet, radio-en televisiestations overgenomen. In Mexico-Stad probeerden demonstranten zelfs het paleis van president Enrique Peña Nieto in brand te steken. De situatie dreigde zo uit de hand te lopen dat de overheid wel moest reageren: op 4 november werden Iguala’s oud-burgemeester Abarca en zijn vrouw, bendeleidster Pineda eindelijk gearresteerd. Maar de geest was uit de fles, de demonstraties gingen door en er begonnen politieke koppen te rollen. De gouverneur van Guerrero, Angel Aguirre trad al op 23 oktober af, maar het was en is niet genoeg voor de demonstranten die roepen om het hoofd van procureur-generaal Murillo en zelfs om dat van president Peña Nieto zelf.

Zoals gezegd, de Mexicanen hebben reden te over woedend te zijn. Want hoewel het land vergeleken met andere in de regio (Honduras en Venezuela zijn de twee landen met de hoogste moordcijfers per hoofd van de bevolking op aarde) relatief veilig is, zijn hele gebieden in handen van kartels zoals de beruchte Zetas, het Golfkartel, de “Tempeliers”, het kartel van Sinaloa en dat van de grensstad Ciudad Juárez. En het zijn allang niet meer alleen bendeleden of politiemannen die risico lopen slachtoffer te worden. Gewone burgers zien steeds vaker hoe hun leven gevaar loopt – de verdwenen studenten in Iguala hadden niets met de drugsoorlog te maken, het enige dat zij deden was demonstreren tegen de verkeerde politicus.

Onthoofding

Een van de favoriete manieren van de drugsbendes – vermeende – tegenstanders te vermoorden is onthoofding. De parallellen met de Islamitische Staat in Irak en Syrië liggen voor de hand, wat Al-Jazeera columnist en docent aan de Universiteit van Arizona Musa al-Gharbi tot de conclusie deed komen dat het Westen alleen in oorlogsmisdaden is geïnteresseerd wanneer deze door moslims worden gepleegd en dat gelijke of ergere gruweldaden Latijns-Amerika worden genegeerd. De kartels zijn erger dan IS, schreef Al-Gharbi, en gaf als voorbeeld: “(het Westen) was woedend toen IS 1500 Yezidi-vrouwen ontvoerde, seksueel geweld tegen hen pleegde en hen als slavinnen gebruikte. Maar de ontvoeringen en vrouwenhandel door de kartels zijn vele malen erger. Deze gebruiken tienduizenden Mexicaanse burgers als slaven voor hun ondernemingen en gebruiken systematisch verkrachting als wapen in de strijd.” En inderdaad, het lijkt erop dat de narcos in Mexico er net als de Islamitische Staat eeneigen doodscultus op nahouden, compleet met rituelen, heiligen en kerken (de naam van het Tempelierskartel spreekt boekdelen).

Het Westen is alleen in oorlogsmisdaden geïnteresseerd wanneer deze door moslims worden gepleegd.

Niet vergeten mag worden dat politie en leger verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de slachtoffers in Mexico’s drugsoorlog. Human Rights Watch bracht begin vorig jaar een rapport uit waaruit bleek dat in 149 van 250 door de mensenrechtenorganisatieonderzochte verdwijningen politie of leger de hand bleek te hebben. En Amnesty International constateerde een toename tussen 2003 en 2013 in het aantal gevallen van marteling door de staat van 600 procent! Op 12 september riepen de Internationale Federatie voor Mensenrechten (FIDH) en twee Mexicaanse NGO’s het Internationale Strafhof in Den Haag op een onderzoek te openen tegen de regering in Mexico-Stad wegens het “systematisch” plegen van “misdaden tegen de menselijkheid”.

Perfecte dictatuur

De protesten zullen nog wel even aanhouden en er zullen meer koppen rollen – politieke, dus in overdrachtelijke zin ditmaal. Maar uiteindelijk lijkt het weinig voor de hand te liggen dat er echt iets verandert in Mexico. De corruptie zit te diep, de kartels zijn te machtig en te gewelddadig. Te veel drugs gaan de grens met de VS over en te veel geld en wapens vinden hun weg de andere kant op. De altijd al invloedrijke kartels zijn aan het begin van deze eeuw handig in het machtsvacuüm gesprongen dat ontstond nadat er een einde kwam aan de “perfecte dictatuur”, zoals de Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa de situatie in Mexico ooit omschreef: de periode van ruim 70 jaar dat de Institutioneel Revolutionaire Partij (PRI) aan de macht was. In deze zeven decennia was het land weliswaar corrupt en autocratisch, maar de staatsinstituties van la dictadura perfecta waren sterk genoeg om in ieder geval de ergste uitwassen van de drugshandel enigszins aan banden te leggen. De Mexicaanse democratie heeft – ondanks al haar zegeningen – daar tot nu toe volledig in gefaald.

Beeld: Jan-Albert Hootsen