Over massaverkrachtingen door Noord-Afrikaanse soldaten in Franse dienst werd decennialang gezwegen. Ze zijn nog steeds grotendeels onbekend. De slachtoffers moesten hun lot – misbruik, uitstoting, ziekte en abortus – in stilte dragen.

Red: over het bronnengebruik en de verantwoording van de voornaamste claims in deze bijdrage is enige discussie ontstaan. Lees voor de voornaamste beschuldigingen deze bijdrage van Natasha Gerson en Jamal Beija op Joop.nl, en het antwoord van Bart Schut op Jalta.

In de ochtend van 17 april 1945 marcheerde het Franse leger Freudenstadt binnen. De angst onder Franse officieren dat het idyllische stadje in het Zwarte Woud fel verdedigd zou worden, bleek ongegrond. Eigenlijk hadden zij beter moeten weten, Freudenstadt was een Lazarettstadt, een verzamelplaats waar gewonden werden behandeld en die dus niet aangevallen of verdedigd behoorde te worden. Maar ergens ging iets mis in de communicatie – zoals dat nu eenmaal gaat in een oorlog – en Franse artillerie en Amerikaanse bommenwerpers zetten de stad in lichterlaaie. Toen op de zeventiende de eerste troepen binnenmarcheerden, waren de inwoners wanhopig bezig het vuur te blussen.

Valt de verwoesting van Freudenstadt wellicht nog af te doen als collateral damage in een oorlog waarin zoveel steden en dorpen met de grond gelijk werden gemaakt, wat er in de dagen die volgden op de inname van de stad gebeurde, is dat niet. De infanterie van het Franse 1e Leger bestond voor een groot deel uit Noord-Afrikaanse vrijwilligers. Deze troepen – spahis, goumiers, maar ook reguliere infanterie – waren moedig en effectief, vooral in bergachtig gebied, maar hadden een disciplineprobleem. In Italië speelden zij een belangrijke rol bij de geallieerde opmars naar het noorden. Tegelijkertijd bouwden zij onder de burgerbevolking in korte tijd een gruwelijke reputatie op als plunderaars en verkrachters.

Het verwoeste centrum van Freudenstadt, mei 1945

Het verwoeste centrum van Freudenstadt, mei 1945

Oorlog en verkrachting gaan hand in hand, dit is altijd zo geweest. De oude Grieken berichtten er al over, al zagen zij vrouwen vooral als legitieme oorlogsbuit. In de Middeleeuwen en tijdens de verschrikkingen van de 30-jarige Oorlog werd verkrachting gezien als een normaal bijverschijnsel van de krijgshandelingen. In de Tweede Wereldoorlog nam de mate waarin dit gebeurde nieuwe, afschuwelijke vormen aan en kreeg het meer en meer het karakter van vergelding, bestraffing en vernedering van de burgerbevolking. Verkrachting werd een wapen in de strijd, zoals recent in de Joegoslavische Burgeroorlog, de strijd in Darfur, de genocide in Rwanda of nu in de Islamitische Staat.

Troostmeisjes

Alle partijen in de Tweede Wereldoorlog maakten zich er schuldig aan, maar de waarheid is dat het in sommige legers om uitzonderingen ging en het bij andere schering en inslag was, ja zelfs als normaal werd beschouwd. De verkrachting door de Japanners van honderdduizenden zogenaamde ‘troostmeisjes’ is een gruwelijk voorbeeld van dit laatste. Toen de Duitsers in 1941 de Sovjet-Unie binnenvielen, besloot Hitler dat soldaten aan het Oostfront niet zouden worden bestraft voor misdaden tegen de burgerbevolking in het Barbarossa-decreet: moord, plundering en verkrachting op grote schaal maakten een einde aan de mythe van de ‘gedisciplineerde’ Wehrmacht. Toen de krijgskansen keerden en het Sovjetleger Duitsland binnentrok, leek er geen maat te staan op de verkrachtingswoede van de soldaten van het Rode Leger. Alleen al in Berlijn werden meer dan 100.000 Duitse vrouwen misbruikt en omdat het veelal om groeps- of serieverkrachtingen ging, lag het totaal aantal misdrijven op een veelvoud hiervan.

Toen de geallieerden in mei 1944 eindelijk een doorbraak forceerden in de Slag om Monte Cassino, zwermden de Noord-Afrikaanse troepen uit over de dorpen en stadjes van La Ciociaria, een streek ongeveer 50 kilometer ten zuidoosten van Rome. De Franse officieren konden of wilden hun soldaten niet in de hand houden (het gerucht ging zelfs dat zij hun soldaten hadden toegezegd 48 uur de andere kant op te kijken). La Ciociaria werd systematisch geplunderd en duizenden (volgens sommige schattingen zelfs 20.000) vrouwen werden verkracht. Honderden mannen die hen probeerden te beschermen, werden vermoord.

Het was de geboorte van het Italiaanse woord ‘Marocchinate’, synoniem voor groepsverkrachting. Alberto Moravia schreef er in 1957 een roman over, La Ciociara, die door Vitorio de Sica twee jaar later werd verfilmd. In de film speelt Sophia Loren een weduwe uit Rome in die net als haar 12-jarige dochter door Noord-Afrikaanse soldaten wordt verkracht. De jonge leeftijd van de dochter in het verhaal is niet overdreven, tijdens de Marocchinate werden meisjes van 11 en vrouwen van ver in de 80 verkracht.

‘La Mama Ciociara’, monument in Castro dei Volsci voor de moeders die probeerden hun dochters te beschermen

‘La Mama Ciociara’, monument in Castro dei Volsci voor de moeders die probeerden hun dochters te beschermen

Het waren dezelfde troepen die nog geen jaar later door het Zwarte Woud trokken en het brandende Freudenstadt innamen. Het was het begin van een dagenlange orgie van plunderingen en verkrachtingen. Het stadsarchief bezit een interview op cassette met Dr. Renate Lutz-Lebsanft, die van 1943 tot 1945 als assistent-gynaecologe werkte in het ziekenhuis van Freudenstadt. Lutz-Lebsanft beschrijft gedetailleerd wat er zich in die aprildagen afspeelde: “De eerste nacht meldden zich 25 tot 35 verkrachte vrouwen bij de kliniek. Daarna waren het er dagenlang ongeveer 100 per dag. Wij ‘spoelden’ hen om de kans op infecties, syfilis of gonorroe te verkleinen. Dan zeiden wij dat ze na zes weken terug moesten komen om te kijken of ze een geslachtsziekte hadden opgelopen of dat zij zwanger waren geraakt. En natuurlijk zei ik hen dat zij andere vrouwen die hetzelfde lot hadden ondergaan, moesten overtuigen zo snel mogelijk naar de kliniek te komen. Uit angst voor geslachtsziekten deden velen dat, maar velen ook niet, uit schaamte.”

Taboe

Lutz-Lebsanft vertelt in het interview dat zo’n 600 verkrachte vrouwen zich bij haar meldden. Anderen gingen alleen naar hun huisarts en velen bezochten helemaal nooit een dokter. Daarom schat zij het aantal verkrachte vrouwen in de stad op minstens 1000, een getal dat hoogleraar Ingo von Münch in 2012 heeft bevestigd. In ogenschouw nemend dat Freudenstadt in 1945 ongeveer 10.000 inwoners telde, zou dit betekenen dat er relatief meer vrouwen zijn verkracht dan door de Russen in Berlijn. Toch is er decennialang gezwegen over deze oorlogsmisdaden: de slachtoffers – zoals zo vaak in verkrachtingszaken – schaamden zich, de Duitse autoriteiten gingen uit schuldgevoel voor de eigen misdaden zo snel mogelijk over tot de orde van de dag, de Fransen hielden de zaak onder de pet om gezichtsverlies te vermijden en in Marokko – het land waaruit veel daders afkomstig waren – is elke kritiek op het leger taboe.

Pas begin jaren 90 verbrak de feministische schrijver en filmmaker Helke Sander de stilte. Zij maakte de documentaire BeFreier und Befreite (int. titel: ‘Liberators Take Liberties’) over de massaverkrachtingen van Duitse vrouwen in 1945. Het kwam Sander op ernstige kritiek te staan, haar documentaire zou een revisionistische agenda dienen en door extreemrechts in Duitsland worden gebruikt. (Het is waar dat neonazi’s en revisionisten proberen massaverkrachtingen en andere oorlogsmisdaden tegen de Duitse bevolking, zoals het bombardement op Dresden, voor hun agenda te misbruiken, maar dit doet niets af aan die misdaden zelf. Bij het maken van dit artikel zijn extreemrechtse bronnen consequent genegeerd.) Maar het tij van openheid was niet meer te keren, Die Zeit en Der Spiegel schreven over Freudenstadt en steeds meer slachtoffers en getuigen spraken zich uit en ondersteunden met hun verhalen de documentaire van Sander en het getuigenis van Lutz-Lebsanft.

De schaal waarop de Noord-Afrikaanse troepen tekeer gingen is bijna onvoorstelbaar. Lutz-Lebsanft beschrijft hoe de arts van een dorp in de nabije omgeving van Freudenstadt haar vertelde dat op twee na alle vrouwen in zijn dorp werden verkracht: “En dat was maar één dorp, in de andere zal het beeld niet veel anders zijn geweest. De verkrachters waren laf, zij kwamen bijna nooit alleen, altijd in groepjes van minstens drie of vier, soms in grotere groepen.”

Verzet

Renate Völter was 17 jaar oud in 1945, maar ze vond het in 2006 nog steeds moeilijk over de gebeurtenissen in Freudenstadt te spreken. Völter besefte dat zij geluk heeft gehad: “Wij woonden in een groot huis dat door een Franse officier in beslag werd genomen, deze zorgde ervoor dat wij veilig waren. Ik heb gezien hoe hij een van zijn soldaten sloeg met de kolf van zijn geweer omdat hij een meisje op straat lastigviel.” De nabijheid van Franse (onder)officieren zorgde voor verhoogde veiligheid, maar was geen garantie. Vooral officieren die in Frankrijk in het verzet hadden gezeten, knepen een oogje toe, ongetwijfeld omdat zij zich de gruwelijkheden van de Duitse bezetter tegen hun bevolking herinnerden. Lutz-Lebsanft beschrijft het geval van een Franse officier die met een mooie, jonge Freudenstädterin naar bed wilde. Toen zij weigerde, dreigde de officier haar “aan de Marokkanen te geven”.

“Marokkanen hadden een slechtere naam dan Algerijnen,” vertelt Völter, al geeft zij toe dat de meeste Freudenstädter geen verschil tussen beide nationaliteiten konden maken.

Dat de Franse commandanten medeschuldig waren aan de verkrachtingen (en plunderingen) die vooral door hun Noord-Afrikaanse troepen werden gepleegd, staat vast. “Marokkanen hadden een slechtere naam dan Algerijnen,” vertelt Völter, al geeft zij toe dat de meeste Freudenstädter geen verschil tussen beide nationaliteiten konden maken. Sowieso lijkt het woord ‘Marokkanen’ in de getuigenissen vaak  (maar niet altijd) meer op een synoniem voor alle Noord-Afrikaanse soldaten, dan een specifieke aanduiding van etniciteit. Het lot van de Duitse bevolking leek de Franse militaire autoriteiten eenvoudigweg weinig te interesseren. Ook de Britten hadden geleden tijdens de oorlog, bijvoorbeeld onder de bombardementen op hun steden door de Luftwaffe, en ook zij hadden koloniale troepen in dienst. Toch zijn er nauwelijks verkrachtingsgevallen bekend van soldaten onder Brits commando. Net als in Italië een jaar eerder deed ook in het Zwarte Woud het gerucht de ronde dat de Noord-Afrikanen toestemming hadden gekregen hun gang te gaan tijdens zogenaamde ‘Freinächte’ en dat de oorlogsmisdaden in Freudenstadt een vergelding zouden zijn voor het bloedbad dat de SS in juni 1944 in het Franse Oradour-sur-Glane had aangericht.

Doodstraf

Tegen (stilzwijgende) toestemming voor de verkrachtingen en plunderingen spreken echter de getuigenissen van verschillende Freudenstädter over incidenteel hard optreden door officieren tegen hun ondergeschikten en de 18 verkrachters die al in april en mei  1945 door de Franse legerleiding werden geëxecuteerd. Desinteresse voor het lot van de Duitse burgerbevolking lijkt een logischer reden waarom zoveel verkrachters ongestraft hun gang konden gaan, gekoppeld aan de enorme schaal waarop de misdaden plaatsvonden. Aan de andere kant werden er volgens getuigen, bijvoorbeeld de voormalige verzetsstrijder Jean Browaëys uit Parijs, alcoholrantsoenen uitgedeeld, als olie op het vuur voor de niet aan sterke drank gewende islamitische soldaten. Ook zou zijn bevolen dat alle voordeuren in de stad permanent open moesten blijven opdat de huizen gemakkelijk konden worden doorzocht, iets dat het plunderaars en verkrachters wel erg gemakkelijk maakte de woningen van hun slachtoffers binnen te dringen. Pas na tien dagen werden de eerste posters in de stad opgehangen die de soldaten waarschuwden dat op verkrachting de doodstraf stond.

Een affiche dat ook in Freudenstadt door de Franse autoriteiten werd opgehangen: “Plundering en verkrachting – doodstraf!”

Een affiche dat ook in Freudenstadt door de Franse autoriteiten werd opgehangen: “Plundering en verkrachting – doodstraf!”

Wie geen officier ingekwartierd had, probeerde zich op andere manieren tegen de Franse soldaten te beschermen. Vrouwen deden hun best er zo oud, vuil en verwaarloosd mogelijk uit te zien en verfden hun tanden zwart. Lutz-Lebsanft: “Wij droegen hoofddoeken, smeerden modder in ons gezicht, je maakte je zo lelijk mogelijk. En altijd broeken, dat maakte het toch wat moeilijker je kleren uit te trekken en daarmee won je tijd om om hulp te roepen. Als de dader alleen was en er kwamen mensen op je geschreeuw af, liet hij je vaak met rust.”

Menselijk schild

Een familie had een bijzondere tactiek bedacht zich tegen plunderaars en verkrachters te beschermen, weet Lutz-Lebsanft: “Zij gooiden hun meubels, kasten en kleding op de grond en als er iemand kwam, gingen de oudere vrouwen er huilend tussen zitten terwijl de jongere zich verstopten. De bedoeling was dat de aanvallers dachten dat het huis al aan de beurt was geweest.” Weer anderen gebruikten hun kinderen als menselijk schild. “De Marokkanen en Algerijnen waren dol op kinderen, deelden snoep en chocola uit. Dus als een groep een huis binnenkwam om de vrouwen te verkrachten, schoven deze hun kinderen naar voren. Soms hielp dat,” herinnert Lutz-Lebsanft zich.

Jakob Looser uit Göttelfingen, 10 kilometer ten noorden van Freudenstadt, beschrijft in zijn dagboek hoe op 16 mei 1945 acht geestelijk gehandicapte meisjes uit een barak waarin zij sliepen werden gehaald door een ‘Marokkaanse patrouille’ en verkracht werden. De volgende avond werden zij ondergebracht in het huis van de plaatselijke pastoor, dat onder Amerikaanse bescherming stond. Die nacht werd er aan de deur van het pastoorshuis gerammeld, maar inbreken durfden de soldaten niet.

Renate Völter herinnert zich het verhaal van een jonge vrouw die bedlegerig was omdat zij net een kind had gebaard. Acht dagen na de geboorte van haar baby werd zij verschillende malen verkracht en bloedde dood. De jonge moeder was niet het enige dodelijke slachtoffer. Gerhard Hertel noemt in zijn boek ‘Die Zerstörung von Freudenstadt’ Gottfried Vögele (54) en Karl Steidinger (46), doodgeschoten omdat zij vrouwen in bescherming namen. Sofie Hengher werd door het hoofd geschoten toen zij haar kinderen probeerde te beschermen, terwijl Gisela Kerig (22) op 21 april door Franse soldaten werd meegenomen en op 8 mei dood in een boshut werd gevonden. Hertel beschrijft ook hoe vrouwen werden gedwongen hun verzet op te geven omdat de soldaten dreigden anders hun familieleden dood te schieten.

Salam Aleikum

Een probleem was dat Freudenstadt op een knooppunt van wegen door het Zwarte Woud ligt, waardoor dagelijks nieuwe Franse eenheden op weg naar het front door de stad trokken. “Dan begon de hele ellende opnieuw,” zegt Lutz-Lebsanft. “Wij leerden ‘bonjour’ te zeggen tegen de blanke soldaten en ‘salam aleikum’ tegen de donkere,” herinnert Renate Völter zich. “Op een dag kwamen moeder en dochter van een bevriende familie huilend bij mijn moeder die arts was. We wisten allemaal dat er iets verschrikkelijks was gebeurd, dat zij verkracht waren, maar we spraken er niet over,” aldus Völter. “Een van de patiënten was volgens haar familieleden 128 maal in één nacht verkracht, zelf zei zij dat ze na de vijftiende keer het bewustzijn had verloren,” vertelt Lutz-Lebsanft. Waar vraagtekens kunnen worden gezet bij gedetailleerdheid en de hoogte van dit specifieke getal, staat buiten kijf dat veel slachtoffers verschillende malen werden verkracht. Hoogleraar Ingo van Münch heeft op basis van medische dossiers berekend dat in Greifswald in de bondsstaat Mecklenburg-Vorpommern de slachtoffers van het Rode Leger gemiddeld twaalf keer werden verkracht, een getal dat zeer ruwweg in overeenstemming lijkt te zijn met de getuigenissen uit Freudenstadt.

Stilte, schaamte en onbegrip leidden tot echtscheidingen en zelfmoord. Zo werden de vrouwen meermaals en langdurig ‘gestraft’: verkracht, uitgesloten, doodgezwegen.

Het lijden van de slachtoffers hield niet op toen na ongeveer tien dagen een einde kwam aan de verkrachtingsgolf. Over de vrouw die 128 keer zou zijn misbruikt, weet Lutz-Lebsanft dat zij door haar dorpsgenoten met de nek werd aangekeken: “Zij had vanaf dat moment een zeer slechte naam.” Dit bleek een terugkerend fenomeen en was waarschijnlijk de reden waarom veel slachtoffers hun lot geheim probeerden te houden en verzwegen. Ook voor hun mannen die na de oorlog van het front terugkeerden in Freudenstadt. Stilte, schaamte en onbegrip leidden tot echtscheidingen en zelfmoord. Zo werden de vrouwen meermaals en langdurig ‘gestraft’: verkracht (vaak met een seksueel overdraagbare aandoening tot gevolg), uitgesloten en doodgezwegen. “Er werd na de oorlog gewoon niet over gesproken,” zegt de in 1941 geboren Freudenstädterin Rosemarie Oettling, “niet op straat, niet thuis, niet op school. De geschiedenis hield voor ons op in 1939.”

Abortus

Bijkomende drama’s waren de talloze zwangerschappen die de verkrachtingen opleverden. De feministische documentairemaker Helke Sander schat dat in Duitsland in 1945 zo’n 400.000 vrouwen zwanger raakten na verkrachting en dat van hen 90 procent voor abortus koos. Iets dat met name in het katholieke zuiden – waartoe ook Freudenstadt behoort – niet gemakkelijk was. “Das war mir wurst,” zegt Dr. Lutz-Lebsanft, die ook voor de ziekenhuisleiding probeerde te verzwijgen dat bijna alle vrouwen in haar kliniek voor beëindiging van hun zwangerschap kozen. Maar niet alle vrouwen: “Ik kende twee meisjes die negen maanden later bevielen van een donker kind,” vertelt getuige Waltraud Dewitz (geb. 1934): “Zij moesten de stad direct daarna verlaten. Uit schaamte, zij werden met de nek aangekeken, maar ook omdat zij wisten dat hun kinderen hier nooit zouden worden geaccepteerd.”

Religieuze motieven speelden een rol bij het kiezen tegen abortus, maar soms hadden vrouwen die keuze niet eens. Niet alleen katholieke artsen hadden moeite met de praktijk, er waren er ook nog genoeg die niet waren genezen van de rassenhaat van de nazitijd. Onderzoeker Kirsten Poutrus beschrijft in haar artikel ‘Verkrachting en abortus – Massafenomenen aan het einde van de oorlog’ (1995) de zaak van ‘Frau A.’, die zwanger raakte toen zij door drie Marokkaanse soldaten werd verkracht in de buurt van de Bodensee: “Met een vergunning tot zwangerschapsbeëindiging van de betreffende gezondheidsautoriteiten ging zij naar een ziekenhuis. Daar weigerde de chef-arts abortus uit te voeren met als reden: “Ik heb begrepen dat u van gemengd Joodse afkomst bent. Abortus plegen wij alleen omdat wij Duitse vrouwen van de vervuiling met vreemde rassen willen redden. U valt daar dus niet onder. We doen het bij u niet.”

Freudenstadt nu

Freudenstadt nu

In Freudenstadt bepaalde een speciale commissie van de Franse militaire autoriteiten dat abortus toegestaan was, maar slechts bij verkrachtingen die vóór 15 mei 1945 hadden plaatsgevonden. Daarna vonden de Fransen dat seksuele dwang onder bedreiging van een vuurwapen niet meer plaatsvond en dat sowieso vrouwen wel wisten dat van dat wapen slechts zeer zelden gebruik werd gemaakt. Blijkbaar maakte men zich minder druk om ‘gewone’ verkrachtingen, want zwangerschappen die daar het gevolg van waren, mochten niet worden afgebroken, een standpunt waarbij ook de Duitse katholieke en protestante kerken zich  aansloten.

Medelijden

Deze bizarre juridische constructie toont aan hoe weinig de Franse autoriteiten zich aantrokken van het lot van de vrouwen in de gebieden die zij hadden bevrijd (of bezet volgens de Duitsers). Misschien verklaart dit ook wel waarom zoveel Freudenstädter decennia later meer woede voelden ten opzichte van hen dan van de – in overgrote meerderheid Noord-Afrikaanse – verkrachters zelf. “Er was ondanks alles veel medelijden met de Marokkanen, die werden zelf zo slecht behandeld door hun Franse officieren,” herinnert Renate Völter zich: “Soms hadden wij het gevoel dat zij hun woede op ons botvierden omdat wij blank waren, net als de Fransen.”

Een Marokkaanse soldaat zei tegen mij: “Jullie zijn gevangen zonder geweren, wij zijn gevangenen met geweren.”

Ook Dr. Renate Lutz-Lebsanft spreekt met meer begrip over de daders dan je misschien zou verwachten: “Later zagen wij hen ook als slachtoffers. Een Marokkaanse soldaat  zei tegen mij: “Jullie zijn gevangen zonder geweren, wij zijn gevangenen met geweren.” “Het is belangrijk te onthouden dat er geen goede en slechte volken bestaan,” meent Rosemarie Oettling, “hooguit goede en slechte mensen. En natuurlijk kun je Marokkanen of Algerijnen nu niet kwalijk nemen wat er toen is gebeurd.”

Niet vergeten mag worden dat de Noord-Afrikaanse soldaten in Franse dienst vrijwilligers waren die hebben geholpen Europa van de nazi’s te bevrijden en daarbij grote offers brachten. Marokkaanse en Algerijnse troepen bevrijdden verschillende concentratiekampen in 1945. Dit is geen rechtvaardiging voor hun misdaden, zoals die bij geen van de strijdende partijen ooit gerechtvaardigd kunnen worden. Niemand keurt de massaverkrachtingen van het Rode Leger in Polen goed, enkel omdat de Sovjets in datzelfde land Auschwitz hebben bevrijd. “In oorlog geldt geen recht,” besluit Waltraud Dewitz filosofisch: “De omstandigheden zijn zo volslagen anders dat alle beschaving wegvalt. Alleen het recht van de overwinnaar geldt dan nog.”

Lees hier hoe dit verhaal over de misdaden in Freudenstadt tot stand kwam, en geweigerd werd in de Marokkaanse media.