Toen Theresa May haar partijgenoot Cameron opvolgde als premier van het Verenigd Koninkrijk, had ze geen eigen mandaat van de kiezer. Toch leek het haar in het kader van stabiliteit niet nodig om nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Bijna een jaar later bedacht ze zich: vlak voor de Brexit-onderhandelingen echt van start gaan, mag het Verenigd Koninkrijk vervroegd naar de stembus.

De keuze voor vervroegde verkiezingen leek verstandig van May. De conservatieve partij stond er goed voor in de peilingen, opponent Labour juist desastreus. Niet in het minst doordat die partij wordt geleid door de extreemlinkse Jeremy Corbyn. Voor de Conservatieve Partij is hij een zegen.

Ook wilde May met deze verkiezingen haar mandaat voor de Brexit vergroten. Bij een grote overwinning zou ze steviger in haar schoenen komen te staan tijdens de onderhandelingen met de Europese Unie. Bovendien heerst er in de Britse politiek momenteel grote verdeeldheid.

Maar nu dreigen de verkiezingen voor May in een nachtmerrie te eindigen. Aanvankelijk stond ze er riant voor in de peilingen, maar die voorsprong loopt in rap tempo terug. Labour stijgt juist in de polls. May maakt een stuntelige indruk en heeft tijdens de campagne al een keer haar woorden moeten intrekken. Haar premierschap verloopt vooralsnog ook niet bepaald soepel. Dat vindt men niet alleen in haar eigen land; ook daarbuiten is er irritatie over haar onhebbelijke houding. Toen zij begon aan haar klus waren de verwachtingen hooggespannen, maar May mag inmiddels bestempeld worden als een tegenvaller.

De kans dat de Conservatieve Partij de meerderheid in het parlement verliest is nog altijd nihil. Labour zal onder leiding van Jeremy Corbyn nooit de grootste partij worden. Maar wanneer de meerderheid van de Tories amper groeit, of zelfs kleiner wordt, zijn de verkiezingen voor May mislukt. Haar positie zal dan niet sterker worden, het zal juist wankelen.