De New York Times (NYT) staat in de VS en ook in Europa te boek als de referentiekrant; als ‘newspaper of record’, als baken van de waarheid. Maar welke waarheid? Het woord ‘islamitisch terrorisme’ is volstrekt taboe voor The Gray Lady’ zoals de krant, opgericht in 1851, wel eens wordt genoemd. Zodra het woord Islam valt, wordt de Gray Lady …… Gaga.

Na de aanval op het kantoor van Charlie Hebdo schreef journaliste Liz Alderman een artikel onder de kop: ‘Overlevenden halen zich horror scene bij Charlie Hebdo voor de geest’. De journaliste citeert Sigolene Vinson, een freelancer die in het kantoor was, en die dacht dat ze zou worden vermoord.

De terrorist: ‘Ik vermoord je niet omdat je een vrouw bent en we doden geen vrouwen. Maar je moet je bekeren tot de islam, de koran lezen en een hoofddoek dragen’.

De NYT schrapte later het citaat en herschreef het in:

‘Wees niet bang, kalmeer je. Ik dood je niet. Jij bent een vrouw, maar denk na over wat je doet. Het is niet goed’.

De verwijzing naar de islam was op mysterieuze wijze verdwenen. Dat was kennelijk ‘unfit to print’.

President Obama was de grote afwezig op de grote mars in Parijs. Dat leidde tot veel kritiek, ook van Democraten. Maar de maandag en dinsdag na de mars geen woord daarover in de New York Times. Kennelijk ‘unfit to print’.

Eind vorig jaar schoot Ismaaiyl Brinsley twee agenten dood in Brooklyn. De moord op de twee agenten, een Latino en een man van Chinese afkomst, werd uitgevoerd in de stijl van een executie. De Gray Lady ging op onderzoek naar de achtergrond van de dader, die woonde in Baltimore maar opgroeide in Brooklyn. Op de voorpagina rapporteerde de krant dat de dader ‘verward’ was en de islam niets met zijn motieven te maken had. In de sociale media had Brinsley echter een spoor van radicaal islamitische agitatie achtergelaten.

De NYT is eigenlijk de spreekbuis van de president Obama die ook alles doet om het woord ‘islamitisch terrorisme’ te vermijden. Obama, de eerste zwarte president, verlost progressief Amerika van alle schuldgevoelens over de slavernij. Waar zelftherapie passend is, vindt echter zelfcensuur plaats.

In 2009 schoot Nidal Malik Hassan in de legerkazerne Fort Hood in Texas 13 mensen dood. Hij bleek een radicale moslim die de schietpartij zorgvuldig had voorbereid. Maar de regering Obama classificeerde de moordpartij als ‘workplace violence’. De uiterste term waartoe zowel de NYT als Obama bereid zijn is het woord: ‘extremisme’. Het woord ‘terrorisme’ is een twijfelgeval maar ‘islamitisch terrorisme’ is taboe.

Zodra er een aanslag plaatsvindt is het opvallend hoe Obama, toch een begenadigd spreker, begint te hakkelen als een stotteraar. Hij draait zich in alle bochten om het woord ‘terrorisme’ te vermijden en krijgt  ‘islamitisch terrorisme’ niet uit zijn keel. Islam is immers ‘de religie van de Vrede’.

De meest manifeste leugen in het taalgebruik van Obama was de aanslag op het Amerikaans consulaat in Benghazi op 11 September 2012; twee maanden voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Obama had tevoren gezegd: ‘Bin Laden is dood en Al-Qaeda is op de vlucht’. Kortom: Obama had het terrorisme verslagen. Ander thema, graag! Benghazi bewees het tegendeel.

Maar Obama schreef de aanval waarbij de Amerikaanse ambassadeur en twee lijfwachten om het leven kwamen toe aan een ‘beledigende video’ die een Egyptische cineast in de VS had gemaakt over de profeet Mohammed. Een woedende menigte zou daarna het consulaat hebben bestormd. Maar het betrof een geplande aanval van Al-Qaeda. De video had er niets mee te maken, maar de cineast kon zich niet verweren want die was meteen – in de VS – in de cel gegooid. Obama vermeed onder alle omstandigheden het woord ‘terrorisme in relatie tot Benghazi’. Zijn hele regering loog mee, inclusief Hillary Clinton.

De NYT volgt kritiekloos Obama en diens politiek correcte ‘woordenschat’. De ‘Gray Lady’ is  de nieuwe Pravda.

Met de NYT gaat het overigens economisch gesproken slecht. De oplage is gedaald tot beneden de 1 miljoen, het krantenbedrijf verkoopt zo veel mogelijk bezittingen, zoals de krant de Boston Globe, en sluit noodgedwongen leningen af tegen hoge rente, met het eigen gebouw in Manhattan als onderpand. De grote geldschieter is momenteel de Mexicaanse miljardair en telecommunicatie magnaat Carlos Slim. De NYT zit in de rode cijfers.

Geen wonder.  De harde waarheid is kennelijk ‘unfit to print’ en de Gray Lady is de Lady Gaga van de journalistiek geworden. Wie gelooft de NYT dan nog?    

Beeld: creative commons