Afgelopen maandag was een cruciaal moment in de Brexit-onderhandelingen: de Britse premier Theresa May moest namens haar Conservatieve regering, gesteund door de Noord-Ierse Democratic Unionist Party (DUP) in Brussel met Europese Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker en anderen een akkoord bereiken over de uiterst gevoelige Ierse grenskwestie. In tegenstelling tot wat optimistisch klinkende bewoordingen in uitgelekte vergaderstukken maandagmiddag wilden, bleek enkele uren later dat er helemaal geen akkoord was bereikt. May moest haar lunch onderbreken voor een telefoontje met DUP-leidster Arlene Foster, die duidelijk maakte dat ze de steun van haar gedoogpartner wel kon vergeten als Noord-Ierland op enigerlei wijze anders zou worden behandeld dan de rest van het VK. Even later deed ze, geflankeerd door andere DUP-voormannen, dezelfde mededeling tegenover de pers. Aangezien de Conservatieven zonder de Unionisten geen mandaat hebben, zou dit nog wel eens het begin van het einde kunnen zijn voor Brexit. Tenzij men bereid is om Noord-Ierland op te offeren.

Harde of zachte grens?

Voor de Republiek Ierland en veel bedrijven en pro-Ierse burgers in Noord-Ierland is het belangrijk dat er geen ‘harde grens’ komt zodra het Britse koninkrijk in 2019 de EU zal verlaten: geen grenscontroles, geen invoerbelasting, geen muren etc. Het zou het dagelijks leven veel moeilijker en duurder maken. Anderzijds willen vooraanstaande Brexiteers in de Britse regering, gesteund door de meeste unionisten in Noord-Ierland, dat het gehele Koninkrijk de interne markt en douane-unie van de EU verlaat, aangezien zij op gebied van immigratie en handel de ‘controle terug’ wilden hebben, één van de belangrijkste strijdpunten tijdens de door hen nipt gewonnen Brexit-campagne. Zulks verdraagt geen ‘zachte grens’ op het Ierse eiland. Dat leidt tot het volgende dilemma:

Brexit Travel Paradox original

 

Twee Ierlanden en Troubles

De grens is ontstaan aan het eind van de tweejarige Ierse Onafhankelijkheidsoorlog in 1921 door het Anglo-Iers Verdrag. Dat regelde dat de zes overwegend protestantse graafschappen (soms totum pro parte ‘Ulster’ genoemd) in het noorden van Ierland rechtstreeks door Londen bestuurd bleven, terwijl de rest van het eiland semi-onafhankelijk werd als de Ierse Vrijstaat, met de Britse monarch nog steeds als staatshoofd. Radicale Ierse republikeinen, dikwijls katholiek en nationalistisch, vonden dit echter niet ver genoeg gaan en eisten dat het hele eiland een onafhankelijke republiek zou worden. Tegen in 1950 was het zuiden erin geslaagd om zich om te vormen tot wat we vandaag de onafhankelijke Republiek Ierland noemen (officiële naam: Éire), maar Noord-Ierland was nog steeds Brits.

Verschillende pro-Ierse rebellengroeperingen, vaak onder de noemer IRA (Irish Republican Army), pleegden vooral sinds 1968 dikwijls geweld tegen de Britse overheid en soms terreur tegen unionistische protestantse burgers in hun pogingen om Ulster alsnog los te scheuren van Londen en te doen aansluiten bij Dublin. Deze ‘Troubles’ eisten zo’n 3500 mensenlevens, leverden de republikeinen niets op en toen de publieke opinie zich tegen hen keerde en ook de Ierse regering ze niet langer wilde gedogen, bereikten de partijen uiteindelijk in 1998 het na lang en zwaar onderhandelen het Goede Vrijdag-Akkoord (GFA). Dit geschiedde onder begeleiding van de EU, die het mede mogelijk maakte dat beide landen als lidstaten van de EU een ‘zachte grens’ zouden krijgen, zodat in het dagelijks leven het verkeer tussen noord en zuid gewoon door kon gaan en de pro-Ierse Noord-Ieren niet geïsoleerd zouden worden van de rest van Ierland. De Ierse Grondwet werd gewijzigd met de vermelding dat er pas een hereniging van het eiland kon gebeuren als er in beide landsdelen een democratische meerderheid voor zou bestaan.

De explosieve situatie in Noord-Ierland leek de afgelopen jaren te normaliseren en steeds meer burgers wilden de zogenaamde ‘peace lines’ (afscheidingsmuren tussen protestantse en katholieke buurten in vooral Belfast en Derry) afbreken. Men wist de steun van de EU te waarderen en bij het Brexit-referendum van 23 juni 2016 stemde dan ook 56% van de Noord-Ieren ‘Remain’. Helaas voor hen (en de Schotten, die 60% Remain kozen) stemde het Verenigd Koninkrijk als geheel met 52% voor ‘Leave’. Sindsdien dreigt de kwetsbare GFA-constructie in duigen te vallen en horen we weer oorlogstaal in Ulster.

Een verenigd Ierland?

Unionist & nationalist areas in Derry.

Unionistische & nationalistische buurten in Derry, gemarkeerd door vlaggen (2009).

Een verenigd Ierland is een mogelijke manier om de Ierse grenskwestie op te lossen en de rest van het VK te laten verlaten EU. Het is uiteraard een gevoelig onderwerp, maar laten we eens overwegen of hier politiek draagvlak voor bestaat.

Zoals gezegd stemde in juni 2016 56% van de Noord-Ieren Remain, en in maart 2017 verloren de unionistische partijen (tegen vereniging) voor het eerst in de geschiedenis hun meerderheid in de Northern Ireland Assembly. De pro-Brexit partijen zijn de DUP een twee kleine partijen (Traditional Unionist Voice en People Before Profit); samen hebben ze 30 zetels van de 90 in de Assembly. Alle andere partijen, inclusief de Ulster Unionist Party (!), zijn anti-Brexit en beheersen 60 zetels en dus 67% van het parlement.

40 zetels (44%) worden bezet door unionisten, 39 (43%) door nationalisten (vóór vereniging) en de overige 11 zetels nemen geen standpunt in of ze liever worden geregeerd vanuit Londen of Dublin. Maar 10 van hen zijn anti-Brexit, dus wellicht kiezen ze eieren voor hun geld en blijven via de Republiek onderdeel van de EU. Als we ze optellen bij de principiële Ierse republikeinen, krijgen we een meerderheid van 50/90 (55.6%) van Noord-Ierse volksvertegenwoordigers voor een verenigd Ierland binnen de EU. Mocht de UUP, die zowel in het VK als in de EU wil blijven, besluiten om voor de laatste te kiezen (wat ik onwaarschijnlijk acht), dan komen daar nog 10 zetels bij.

Het zou Londen een zware economische last en/of een economische crisis besparen in Ulster als de Britten niet de EU-subsidies voor het noorden van Ierland willen overnemen. Dublin, gesteund door de EU, kan deze lastpost overnemen.

Democratische meerderheid

Vóór de Brexit-stemming zouden velen dit standpunt niet hebben ingenomen. Er zijn zelfs tekenen dat steeds meer Noord-Ieren zich neerlegden bij de status quo van een verdeeld eiland. Maar aangenomen dat Brexit nog steeds doorgaat (hetgeen erg twijfelachtig is sinds afgelopen maandag), zou een verenigd Ierland de beste economische en politieke toekomst voor Noord-Ierland kunnen betekenen. Ja, er zullen spanningen zijn en mogelijk zelfs geweld, wat zo veel mogelijk moet worden voorkomen. Maar spanningen en mogelijk geweld zullen er ook zijn bij een hardegrensscenario, waar een meerderheid van noorderlingen en zuiderlingen tegen is. Demografische langetermijnststudies hebben reeds aangetoond dat de nationalisten geleidelijk aan de meerderheid zouden gaan vormen en nu zouden zelfs unionisten en neutralen een verenigd Ierland los van Groot-Brittannië kunnen verkiezen boven het verlaten van de EU.

Ook de opiniepeilingen geven voor het eerst aan dat een nipte meerderheid van de Noord-Ieren nu voorstander zijn van aansluiting bij de Republiek Ierland als er echt een ‘hard Brexit’ zou komen met een harde Ierse grens. Een LucidTalk-peiling van 25 oktober 2017  gaf nog aan dat 55% bij het Verenigd Koninkrijk wilde blijven en 33% aansluiting bij het zuiden (12% onbeslist); bij een hard Brexit werd dat 54% versus 46% (onbeslisten niet meegeteld). Na het debacle van May in Brussel op 4 december, hield LucidTalk een nieuwe enquête op 7 december over een hard Brexit, waarbij 47,9% een verenigd Ierland verkoos, 45,4% bij het VK wilde blijven, 6% het nog niet wist en 0,7% niet zou stemmen. Zou dit de democratische meerderheid voor Ierse eenheid kunnen worden?

Afbeeldingen: Wikimedia Commons