Het ontslag van de journalistieke relschopper Eric Zemmour door het Franse 24-uurs nieuwskanaal iTélé bevestigt andermaal dat de islam als een graat in de keel van de vrijheid van meningsuiting steekt.

Eric Zemmour is geen man van halve woorden. Hij maakte naam als ondertekenaar van de petitie ‘Touche pas à ma pute” (kom niet aan mijn hoer – een pleidooi tegen het verbieden van hoerenloperij) en als auteur van een overigens prachtig geschreven langgerekte jammerklacht tegen de teloorgang van de Franse grootheid getiteld Le Suïcide français (Frankrijks natuurlijke lotsbestemming om de wereld te overheersen zou worden gefrustreerd door Angelsaksisch kapitalisme, Amerikaanse culturele hegemonie, de EU en de islam – in willekeurige volgorde). Hij is meerdere keren aangeklaagd door zijn extreemlinkse tegenstanders en ook daadwerkelijk veroordeeld wegens de uitspraak dat werkgevers volgens hem “alle recht hadden om Arabieren en negers te weigeren.”

Afgelopen week haalde hij opnieuw het nieuws met een aan hem toegeschreven uitspraak in een Italiaans vraaggesprek over de vijf miljoen islamitische immigranten in zijn land. Wat Zemmour betreft konden die het beste worden gedeporteerd om de situatie beheersbaar te houden. Niet “niet één meer erin” dus (Fortuyn) of zelfs “minder, minder, minder” (Wilders) maar gewoon, húp in één keer allemaal eruit. Het gevolg was een voorspelbare uitbraak van verontwaardiging gevolgd door een al even voorspelbaar ontslag als medewerker van het Franse 24-uurs nieuwskanaal iTélé. Er volgde een typisch Frans debat over de vrijheid van meningsuiting, waarin voor en tegenstanders elkaar met een combinatie van grote woorden en nog groter pathos te lijf gingen. Als over een paar weken dit opiniestormpje weer gaat liggen, zal het debat niet veel zijn opgeschoten. Natuurlijk, het is hartverwarmend om progressieve kopstukken als Dannie Cohn-Bendit het te zien opnemen voor Zemmours meningsvrijheid. Maar is er werkelijk iets door veranderd?

Het islamdebat is allang geen debat meer, althans: als we debat definiëren als een respectvolle uitwisseling van standpunten, laat staan als een oefening in waarheidsvinding. Wie zo onverstandig is zich erin te mengen, kan rekenen op een stroom aan verdachtmakingen en doodsbedreigingen – van alle kanten, links én rechts, gelovig en ongelovig, ja zelfs van de zichzelf als verlicht beschouwende elite. Natuurlijk, aan doodsbedreigingen doet de elite niet: voor geweld is men veel te beschaafd. Maar men is wel degelijk bereid de meningsvrijheid van de ander geweld aan te doen door hem aan te klagen of buiten te sluiten. Hele categorieën opvattingen en daarmee vaak ook hele bevolkingsgroepen worden buiten de orde verklaard door er het label “xenofoob” of “racistisch” op te plakken (zie bijvoorbeeld de reactie van de Duitse elite op de Pegida-demonstraties in Leipzig).

Het fundamentele probleem is dat wij als samenleving niet weten wat we met de islamitische immigranten aanmoeten. Gewoon lekker hun gang laten gaan is geen optie. Natuurlijk, er zijn genoeg vrije, verlichte, volledig verwesterde geesten te vinden in die gemeenschap. Veel zichtbaarder – en waarschijnlijk ook talrijker, al is de omvang van de verlichte islamitische middenklasse bij mijn weten nooit goed in kaart gebracht – zijn echter hun orthodoxe, expliciet anti-westerse equivalenten. Met deze groep valt geen zaken te doen. Ze zijn niet in compromissen geïnteresseerd, hooguit als die overduidelijk terreinwinst opleveren voor hun militante geloofsopvatting. In woord en daad verwerpen ze onze vrije samenleving en de kernwaarden waarop die is gebaseerd: de unieke waardigheid van het vrije menselijke individu, de gelijkwaardigheid van man en vrouw, scheiding van kerk en staat en vooral: vrijheid van meningsuiting en geloofsovertuiging. In hun opvatting is de man niet vrij maar dient hij te buigen voor God. De vrouw dient op haar beurt te buigen voor de man, zoals de staat dient te buigen voor de moskee. Van vrije meningsuiting kan geen sprake zijn, want wat de islam schaadt of hun profeet beledigt dient gewoon te worden verboden. En op geloofsafval staat de doodstraf. Net als op homoseksualiteit overigens. Of overspel. Of tovenarij, wat dat ook moge wezen. Maar ik dwaal af.

Met de islam kunnen we dus geen zaken doen. Tegelijkertijd weten we dat oplossingen als die van Wilders of Zemmour een hoog wensdenkgehalte hebben. Het is als die bekende cartoon waarin de gefrustreerde automobilist zijn raampje opendraait en tegen de andere auto’s in de file brult: “Ik tel tot drie en dan gaan we in één keer allemaal honderd rijden!” Het lucht ongetwijfeld op, maar het lost niets op. Niet alleen zouden we onze eigen kernwaarden en grondwetten geweld moeten aandoen door een uitzonderingspositie te creëren voor één bepaalde bevolkingsgroep – en dan dus voor allemaal, ook de vrije, verlichte, volledig verwesterde leden van die gemeenschap. Het is bovendien ook gewoon niet uitvoerbaar. Je kan niet zomaar met een druk op een knop twintig miljoen mensen wegtoveren. Hier en daar een paar extremisten opsluiten of raddraaiers uitzetten is al lastig genoeg, gegeven alle beperkingen die wetten en verdragen daaraan stellen.

Dus steekt de islam als een hinderlijke graat blijvend in de keel van de vrijheid van meningsuiting. We kunnen er niets zinnigs over zeggen omdat er geen oplossing voor handen lijkt. Nou ja, kleine, praktische maatregelen misschien: strenger immigratiebeleid, gerichter aanpakken van radicale predikanten en jihadistische recuteurs, blokkeren van salafistische geldstromen uit het Midden-Oosten. Maar het is natuurlijk klein bier, gezien de omvang van het probleem. De onvermijdelijke frustratie reageren we op elkaar af, met inzet van alle middelen. Bij dat machteloos gehak vallen af en toe spaanders. Deze week treffen die Zemmour, volgend jaar misschien weer iemand anders (Wilders wellicht, wie zal het zeggen). Is dat een moedeloze conclusie? Op korte termijn zeker. Maar we moeten niet vergeten dat de westerse samenleving over een lange adem beschikt – veel langer dan de houdbaarheid van de gemiddelde visgraat, zeker ook dan de islam in huidige vorm. We moeten dus gewoon geduldig zijn. Vrij naar het prachtige Duitse gezegde: de situatie is uitzichtloos maar niet ernstig.

Foto: www.bvoltaire.fr