Jeroen Adema over Boudewijn, controversiële koning der Belgen.

 

Familieruzies

Dit jaar is het 25 jaar geleden dat Koning Boudewijn, de vijfde Koning der Belgen, in het Spaanse Motril overleed. Sindsdien is er veel gezegd en geschreven over Boudewijn. Maar is het ook allemaal waar? Koning Filip herinnerde eergisteren in zijn toesprak aan zijn oom Boudewijn. “Hij geloofde in de kracht van mensen”(Waar heb ik dat eerder gehoord?). Boudewijn was volgens zijn neef “eenvoudig, minzaam en diepgelovig”. Dat laatste klopt. De andere twee stellingen mag u met een korreltje zout nemen.

Geheel indachtig met de tradities binnen de Van Saksen-Coburgs had Boudewijn met zijn hele familie ruzie. Met zijn vader omdat Leopold III Boudewijn een pilaarbijter vond. Zijn stiefmoeder Liliane Baels had het met Boudewijn aan de stok omdat Boudewijn met Fabiola trouwde. In 1983 kwam daar nog een stevige erfeniskwestie bij. Verder was daar nog zijn oom Karel, die Patrice Lumumba enkele miljoenen toestopte na diens speech bij de onafhankelijkheid van Congo.

Hoewel Karel altijd zijn lievelingsoom was geweest deed Boudewijn in 1950 niets toen Leopold III zijn broer nogal hardhandig uit het paleis smeet. Leopold had het Karel niet vergeven dat hij zijn taak waarnam tussen 1944 en 1950. Verder waren de ruzies tussen Boudewijn en zijn broer Albert berucht. Albert wilde van Paola scheiden en daar wilde Boudewijn niets van weten. Hoewel Boudewijn en Albert wel on speaking terms bleven. Ondertussen was Fabiola ook al begonnen met een hetze tegen Paola. Ze liet de telefoon van Paola afluisteren om te horen of haar schoonzus niet vreemdging. Wat, omdat hij toch geen koning zou worden, Albert wél mocht.

Notoir zijn ook de ruzies tussen Boudewijn en zijn neefje Laurent, een zoon van Albert. Laurent had een vriendin die een abortus had ondergaan. Dat schoot natuurlijk bij de diepgelovige Boudewijn in het verkeerde keelgat. Laurent mocht zich niet meer in Laken vertonen. Boudewijn gaf Laurent ook nog een forse trap na door de Salische wet te laten afschaffen. Zo konden ook vrouwen troonopvolger worden en werd verzekerd dat Laurent nooit koning zou kunnen worden. Opmerkelijk: Boudewijn betaalde later wél een echtscheiding en een abortus van een dochter van zijn tante Marie José.

Hoewel Boudewijn met iedereen ruzie leek te hebben bemoeide hij zich wel met het leven van zijn broer en zus. Vooral dan met het leven van Albert en Filip. Albert mocht geen contact hebben met zijn vader Leopold. En Filip werd tot een soort van mini-Boudewijn omgetoverd. Zijn studies en zijn privéleven werden door Boudewijn bepaald. Zowel Albert als Filip hadden daarbij niets in te brengen. Zo moet Filip naar Stanford om te studeren. Dat de studies te zwaar waren voor Filip gaing er bij Boudewijn niet in. De papers die nodig waren om te schrijven werden dan maar in België geschreven. Zo maskeerde hij dat de meeste Belgische koningen geen grote lichten zijn.

Congo en Rwanda

Fabiola en Boudewijn waren niet zo gek op kinderen. Dat wisten ze heel goed te maskeren, maar hun neefjes en nichtjes kregen dat wel te merken. Zo mochten ze niet in het zwembad als tante Fabiola ging zwemmen en Boudewijn wilde niet aan dezelfde tafel zitten als zijn neefjes en nichtjes, omdat die te veel herrie zouden maken. De bewering dat Boudewijn en Fabiola alle kinderen lief hebben was een listige PR-stunt.

Het imago dat Boudewijn en Fabiola minzame en goedmoedige mensen zijn, was ook onderdeel van die stunt. In 1990 zou de Nieuwsdienst van VTM voluit liegen door te claimen dat Boudewijn geïnteresseerd is in het geluk van de mensen. Nou, ga dat de mensen in Congo en Rwanda maar eens vertellen. Toen in 1961 Patrice Lumumba werd vermoord door geheime diensten uit het Westen, ontstond al snel het gerucht dat Boudewijn er in ieder geval wat van wist.

Een soortgelijk incident vond er in 1961 in Rwanda plaats, waar na verkiezingen de separatisten aan de macht kwamen onder leiding Louis Rawagasore. De pro-Belgische christendemocraten lieten Rawagasore vermoorden. De moordenaar, een Griekse huurmoordenaar, kreeg de doodstraf en zou in 1962 worden gefusilleerd. Boudewijn weigerde gratie te geven, hoewel in België zelf de doodstraf was opgeschort.

Deze twee acties hebben de zaligverklaring van Boudewijn onmogelijk gemaakt. In de jaren zestig zou Boudewijn in contact komen met Juvénal Habyarimana. In 1973 zou hij met de steun van Boudewijn in Rwanda aan de macht komen. Ook de Congolese/Zaïrese dictator Mobutu onderhield in de tijd van de Koude Oorlog goede contacten met het Belgische koningshuis. Bij de nationalisering van alle buitenlandse bedrijven in Congo/Zaïre wist Boudewijn zo zijn belangen veilig te stellen. Afrika was tot in deze eeuw een “cash en carry” voor de Belgische koninklijke familie.

Ook met andere dictators kon Boudewijn prima door een deur. Zo was hij kind aan huis bij de Spaanse dictator Franco. Daar is op zich nog begrip voor op te brengen, want Franco heeft Boudewijn en Albert tijdens de bezetting van België beschermd tegen de nazi’s. In tegenstelling tot de Nederlandse koninklijke familie ontvluchtten de Van Saksen-Coburgs hun land niet.

Dat Boudewijn vaak bij de Joegoslavische dictator Tito over de vloer kwam was geopolitiek gunstig. Minder gunstig was echter het feit dat hij ook rechtse regimes in Zuid-Amerika ondersteunde. Zo steunde Boudewijn openlijk de campagne van Eduardo Frei Montalva tegen de socialistische president Salvador Allende in Chili, die in 1973 om het leven zou komen tijdens de staatsgreep van Pinochet. Jaren later zou Boudewijn zonder enige schaamte met de dochter van Salvador Allende lunchen.

Boudewijn was een beruchte socialistenhater. Hij vertrouwde ze niet in de oppositie. Dit komt waarschijnlijk door de Koningskwestie, de socialisten vonden dat Leopold III moest opkrassen, maar Boudewijn stuurde wel heel vaak aan op een Rooms-Rode regering. Alleen tussen 1954 en 1958 was er een regering van Liberalen en Socialisten.

Anders dan zijn broer Albert had Boudewijn een hekel aan de liberale leider Guy Verhofstadt. Daarom gaf hij hem eind jaren tachtig een onmogelijke formatieopdracht mee. Verhofstadt faalde en Martens kon blijven zitten op zijn post. Sowieso hield Boudewijn precies bij wie hij als minister wilde. Een kandidaat-minister die gescheiden was of iets gezegd heeft wat de koning niet zinde kon een kruis zetten door zijn of haar carrière.

Boudewijn bracht door zijn koppigheid het land soms in gevaar. Al bij zijn inhuldiging in 1950 wilde hij de Koningskwestie opnieuw doen oplaaien. Ook weigerde Boudewijn in 1954 de wet Collard te ondertekenen. Die wet zou een einde maken aan het monopolie van de Kerk op het openbaar onderwijs. Dan is er nog Liliane Baels, die in de jaren vijftig een incestueuze relatie met Boudewijn had. Zij was de tweede vrouw van Leopold III. Als dit schandaal was uitgelekt dan was België te klein geweest. Premier Achiel van Acker heeft heel veel werk gehad om Boudewijn zo’n relatie uit zijn hoofd te praten. De Britten en de Amerikanen hadden altijd al de voorkeur aan Albert gegeven.

Kortom Boudewijn was niet zo’n heilige en minzame koning als zijn neef Filip beweert. Gelukkig heeft Filip wel de juiste lessen van zijn oom geleerd en heeft hij de eerste vijf jaar een foutloos parcours afgelegd. Laten we voor de Belgen hopen dat het zo blijft.

 

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons