De verkiezing van Donald Trump kwam voor velen als een schok. Dat gold vooral voor de deelnemers aan de recente klimaattop in Marrakech.

Immers, Trump had in zijn verkiezingscampagne onder meer verklaard dat de klimaathype volgens hem een hoax was en dat hij de VS uit het VN-klimaatpanel (IPCC= ‘Intergovernmental Panel on Climate Change’) zou terugtrekken en geen cent meer zou betalen aan het VN-klimaatfonds van $ 100 miljard per jaar voor mitigatie (vermindering van emissies) en adaptatie (aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering). Dit geld is bedoeld voor klimaathulp aan armere landen. Er wordt al jaren over gebakkeleid, maar tot op heden heeft dat nog weinig financiële bijdragen opgeleverd.

Hoe gaat het inmiddels met het klimaat, en in het bijzonder de temperatuur? Onopgemerkt door de meeste mainstream media – die gewoonlijk niets publiceren dat afbreuk kan doen aan de klimaathysterie – is de temperatuur de laatste maanden onder de invloed van een natuurlijke factor (La Niña) dramatisch gedaald.

Bron hier.

Dit is een kortstondige ontwikkeling die tot het ‘weer’ moet worden gerekend. ‘Klimaat’ heeft betrekking op lange termijnontwikkelingen: het gemiddelde weerbeeld over een periode van minstens 30 jaar. Dus aan deze afkoeling van een paar maanden mogen geen vérgaande conclusies worden verbonden. Maar toch leidt deze ontwikkeling tot groeiende twijfels over de juistheid van de menselijke broeikashypothese (‘Anthropogenic Global Warming’, AGW) in het kamp van de klimaatalarmisten en bevestiging van hun gelijk bij de klimaatsceptici.

Inmiddels worden de contouren van het klimaatbeleid van Trump duidelijker zichtbaar.

Trump heeft Myron Ebell aangewezen als degene die de ‘Environmental Protection Agency’ (EPA) – vergelijkbaar met ons Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), maar dan met uitvoerende bevoegdheden – op de schop dient te nemen. Hierbij zullen naar verwachting het ‘Clean Power Plan’ en veel ‘groene’ regelgeving, die belemmeringen vormen voor de fossiele brandstoffenindustrie en fossiel-gestookte elektriciteitscentrales, sneuvelen. Ebell heeft zich bij het ‘Competitive Enterprise Institute’ (CEI) al vele jaren met klimaat- en energievraagstukken bezig gehouden en staat bekend als een kundig en vooraanstaand klimaatscepticus. Hij weet van de hoed en de rand – zulks in tegenstelling tot de huidige directeur van EPA, Gina McCarthy, die ondervraagd door senator Sessions, van een tenenkrommend gebrek aan kennis blijk gaf.

De Republikeinen zijn voorts van plan de ‘aardactiviteiten’ van NASA te kortwieken. Het gaat hier vermoedelijk vooral om de ontmanteling van het NASA GISS (‘Goddard Institute for Space Studies’). Dat is een semi-autonoom onderdeel van de NASA, dat zich onder zijn vorige directeur, Jim Hansen, en huidige directeur, Gavin Schmidt, als een van de voornaamste bronnen van het klimaatalarmisme in de VS heeft ontpopt. Velen binnen de NASA-moederorganisatie beschouwen het GISS als een koekoeksjong – een smet op de wetenschappelijke reputatie van de NASA. Zo hebben 49 (ex-) NASA-wetenschappers en astronauten in 2012 in een brief aan de NASA-directeur hun ongenoegen over de praktijken van het GISS tot uitdrukking gebracht.

Zie hier.

Hierop volgde geen corrigerende actie van hogerhand. Onder Trump zal dit ongetwijfeld veranderen.

Op de meest recente jaarbegrotingen van verschillende departementen en andere overheidsinstanties is zo’n 13 miljard aan klimaatgerelateerde activiteiten te vinden. Verwacht wordt dat hierin flink zal worden gesnoeid. Ook mag worden aangenomen dat de subsidiëring van hernieuwbare energie aan banden zal worden gelegd.

Zie verder ook video-interview, ‘Klimaatpolitiek met Donald Trump: Hajo Smit en Hans Labohm’, op Weltschmerz.

De aardverschuiving die Trump in het klimaatbeleid heeft teweeg gebracht, is ook in Europa niet onopgemerkt gebleven. Nu de VS dreigt uit te stappen uit het IPCC-proces, blijft alleen Europa over om de kar te trekken. Maar daarvoor heeft Europa te weinig gewicht in de wereld. Bovendien stoot de EU veel minder CO2 uit dan China, de VS en India. Een vermindering daarvan zal dus weinig invloed hebben op de totale wereldwijde CO2-uitstoot en geen meetbaar effect hebben op de temperatuur, zelfs niet als de AGW-hypothese juist zou blijken te zijn (hetgeen niet het geval is, zoals ik al zo vaak heb betoogd). Dus: ‘All pain and no gain’.

En hoe doet Nederland het?

De Volkskrant stelde onlangs vast dat nagenoeg alle politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s onvoldoende prioriteit aan klimaatbeleid geven om de doelstellingen van de klimaattop van Parijs te kunnen realiseren. Dit nieuws is zelfs tot de VS doorgedrongen. Zie hier.

Onder de titel, ‘Geen enkele partij neemt klimaatakkoord serieus: veel ‘gratis politiek’, schreef Gerard Reijn.

Zelfs behoorlijk groene partijen zijn alleen bezig met 2-graden-doelstelling

Nu de verkiezingsprogramma’s bekend zijn, is het tijd om de klimaatparagrafen te analyseren. Hoe serieus nemen de Nederlandse partijen het akkoord van Parijs? Er blijkt sprake van veel ‘gratis politiek’.

Geen enkel verkiezingsprogramma gaat in zijn klimaatparagraaf ver genoeg om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen. Zelfs waar programma’s de doelstellingen van Parijs omarmen, schieten de middelen tekort.

Dit blijkt uit een analyse van de programma’s door de Volkskrant. In Parijs werd afgesproken dat de opwarming van de aarde zou worden beperkt tot maximaal 2 graden Celsius. Sommige partijen hebben dat doel overgenomen, maar vergeten deel twee van de doelstelling: alle landen zullen streven streven de temperatuurstijging niet groter te laten worden dan 1,5 graden. En zelfs als dat doel wel wordt genoemd, zijn er geen maatregelen bedacht om het doel ook binnen bereik te krijgen.

Zelfs behoorlijk groene partijen zoals GroenLinks en PvdA zijn vrijwel alleen bezig met de 2-graden-doelstelling

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) rekende onlangs voor wat Nederland zou moeten doen om ‘Parijs’ te halen. Om de temperatuurstijging tot 2 graden te beperken, zou de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 96 procent moeten zijn gereduceerd. In 2030 al met 40 procent. Met het beleid van dit kabinet zal in dat jaar de reductie blijven steken op 12 procent, stelt het PBL.

Maar er was ook nog die verdergaande doelstelling: de opwarming beperken tot 1,5 graden. Om dat te halen zou de emissie in 2050 negatief moeten zijn, schrijft het PBL. Oftewel: de reductie moet groter zijn dan 100 procent. Om de 1,5 graad te halen, zou de uitstoot in 2030 al met 47 procent moeten zijn gekrompen. …

Lees verder hier.

Zou nu niemand begrijpen dat deze doelstellingen, vanwege de onmisbaarheid van fossiele energie, ons terugwerpen op een welvaartsniveau van eeuwen geleden? Conclusie: deze doelstellingen zijn luchtfietserij en onhaalbaar.

Maar in de greep van klimaathysterie, groeps- en wensdenken, alsmede cognitieve dissonantie staat het beleid in de Europese landen nog steeds in de zombie-modus.

Lang voordat deze doelstellingen zullen worden bereikt, zal de revolutie zijn uitgebroken, omdat de mensen het daarmee gepaard gaande welvaartsverlies niet zullen pikken.

Hoe lang kan dit theater nog voortduren?