De sleutel ligt bij Labourleider Corbyn, en die heeft alle belang bij No Deal.

De afgelopen dagen hebben het Brexitspeelveld wat overzichtelijker gemaakt. Allereerst waren er de uitspraken van EU-president Donald Tusk. Hij haalde de Britse voorpagina’s met zijn verwensing van politici die voor Brexit campagne hadden gevoerd zonder een werkbaar alternatief voor EU-lidmaatschap aan te dragen (types als Boris Johnson en Nigel Farage). Belangrijker dan dat stuk rood vlees voor de tabloids was zijn boodschap voor het Remain-kamp: omdat de leiders van zowel regering als oppositie voor Leave kozen, en er geen effectief leiderschap was opgestaan om het Remain-streven van een tweede referendum vorm te geven, moest hij met tegenzin concluderen dat Brexit per 29 maart onvermijdelijk was geworden. Het was een harde maar noodzakelijke boodschap voor degenen in het parlement die het Verenigd Koninkrijk graag zo nauw mogelijk met de EU willen laten samenwerken. Hun droom van het ongedaan maken van het referendumresultaat was precies dat, een droom. Het was tijd om van een onhaalbaar referendum over te schakelen naar iets dat wellicht haalbaarder zou kunnen zijn, namelijk een softere versie van Brexit – met op lange termijn dan de optie van een nieuw referendum over hertoetreding.

De softere versie lijkt zich aan te dienen nu Jeremy Corbyn vandaag zijn kaarten op tafel heeft gelegd. Hij is bereid Mays deal te steunen, mits er Brits lidmaatschap van ‘een’ douaneunie aan wordt toegevoegd (‘een’, niet ‘de’. Het kan dus ook een apart EU-VK douaneverdrag worden). Lost dit voor Remainers alle problemen op? Nee, want Mays deal is in feite een Hard Brexit. Het VK blijft alleen voor goederen lid van de Interne Markt, de andere 80 procent van de Britse economie treedt volledig uit de Unie. Voor dit overgrote deel van de eigen economie zal via het schaduwen van Europese wetgeving moeten proberen van dossier tot dossier overeenstemming te bereiken met de EU. ‘Close alignment’ gebaseerd op ‘shared institutions’, noemt Corbyn dit. In praktijk zal de EU gewoon dicteren wat de situatie voorschrijft – er is immers geen sprake van dat een land van 60 miljoen op voet van gelijkwaardigheid gaat onderhandelen met een blok van 27 landen die samen 400 miljoen inwoners vertegenwoordigen.

Een deel van de pijn veroorzaakt door Mays deal blijft dus ook met Corbyns compromisvoorstel bestaan voor de meest overtuigde Remainers. Maar het zal voor sommigen wellicht genoeg zijn om Corbyns amendement te steunen. En als genoeg Tory Remainers dat doen, kan het gebeuren dat niet Mays versie van de exit deal maar die van Corbyn uiteindelijk de basis gaat vormen voor verdere onderhandelingen.

Althans: zo zou het kunnen gaan, ware het niet dat het verre van zeker is dat Corbyn wel een meerderheid wil voor zijn eigen voorstel. Algemeen wordt namelijk aangenomen dat hij veel liever Mays voorstel ziet worden weggestemd, zodat het VK op 29 maart zonder deal de Unie verlaat. De politieke logica achter deze aanname is simpel. Corbyn vindt het niet alleen om ideologische redenen de meest aantrekkelijke optie – anders dan May is hij een overtuigd Brexiteer, van het hardste soort bovendien. Een No Deal helpt hem ook bij het verwezenlijke van zijn ultieme ambitie: het veroveren van het premierschap. No Deal betekent chaos. Van die chaos zal hij gebruik maken door een nieuwe motie van wantrouwen in te dienen. Als die wordt aangenomen, heeft hij twee weken de tijd om een minderheidskabinet te formeren dat op de steun van de Commons kan rekenen. Met die steun kan hij vervolgens de sleutels van 10 Downing Street ophalen. In formulevorm: No Deal => No Confidence => No 10.

We moeten er dus niet raar van opkijken als Corbyn de trukendoos opentrekt om zijn eigen compromisvoorstel te laten wegstemmen. Hoe dat zal gaan, zagen we vorige week al bij de stemming over het compromisvoorstel van de Remainer MPs Yvette Cooper (Labour) en Nick Boles (Conservatives). Hun amendement gaf May tot eind februari om een doorbraak te forceren in de Commons. Als er dan nog geen steun voor haar deal bestond, zou het parlement het overnemen om een eigen deal te dicteren en zo een No Deal onmogelijk te maken. Corbyn sprak zijn formele steun uit voor het compromis en vroeg zelfs zijn whips operatie om Labour MPs op te leggen het amendement te steunen. Daarmee leek het gegarandeerd van een parlementaire meerderheid. Op de avond van de stemming kwamen echter ‘geheel onverwacht’ 30 Labour rebellen met de boodschap dat ze toch tegen gingen stemmen “om Leave-kiezers in hun districten niet tegen de haren in te strijken.” Het amendement ging vervolgens roemloos ten onder.

Zal het zo dus ook gaan op de dag van de laatste, definitieve stemming? Niets is zeker in de politiek, al helemaal niet op het Brexit dossier. Maar we moeten er niet raar van opkijken als Corbyn die dag inderdaad erin slaagt om zijn eigen compromis om zeep te helpen – om zo vervolgens de schuld voor No Deal volledig bij May in de schoenen te kunnen schuiven.

May zelf werkt intussen onverstoorbaar door aan haar eigen plan. Dat behelst feitelijk hetzelfde als dat van Corbyn: ook zij wil van de laatste stemming een alles of niets uitkomst maken. Maar dan met haar deal als eindresultaat, erop gokkend dat genoeg twijfelaars in het oppositiekamp uiteindelijk haar deal zullen verkiezen boven de chaos. Of die gok gaat slagen, hangt af van de vraag of voldoende MPs bereid zijn landsbelang boven partijbelang te stellen. Niets in de afgelopen maanden wekt de indruk dat dit inderdaad het geval is, maar wat niet is kan uiteraard nog komen. Intussen groeit de kans op een No Deal met de dag…