Hongarije is populair bij Geert Wilders en andere uiterst rechtse politici en opiniemakers, omdat Viktor Orban tegen vluchtelingen is en de ‘joods-christelijke cultuur’ wil beschermen tegen de islam. Maar is de verafgoding van Orban wel terecht? 

 

Onder premier Viktor Orban is Hongarije veranderd in een antiliberale staat, waar niet alleen de rechtsstaat maar ook de democratie zelf onder vuur liggen. Orban heeft het districtenstelsel zo gewijzigd dat zijn partij Fidesz ook met minder dan de helft van de stemmen een tweederde meerderheid kreeg in het parlement. Ook is van diversiteit in het media-aanbod weinig meer over.

Dat Hongarije van een democratie in een autoritaire staat heeft kunnen veranderen komt door de makkelijk te wijzigen Hongaarse Grondwet. Die kon vrij eenvoudig herschreven worden, namelijk met tweederde meerderheid in het parlement na een lezing. Fidesz beschikte over deze meerderheid en herschreef dus als enige partij de Grondwet. In Nederland kan de Grondwet pas na twee lezingen gewijzigd worden. Dat is een extra waarborg voor de rechtstaat.

Uiterst rechts heeft geen oog voor antiliberale en antidemocratische maatregelen die Orban de afgelopen jaren heeft genomen om de democratische rechtsstaat de nek om te draaien. Of men keurt dit stilzwijgend goed. Uiterst rechts staart zich blind op Orbans stoere antivluchtelingenretoriek, zijn verzet tegen de EU en tegen George Soros, de miljardair-filantroop die wereldwijd democratie wil bevorderen. Als je je zo blind staart hierop, dan heb je echte feiten niet meer nodig.

 

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons