Zonder de Slag bij Waterloo, en dan met name de uitkomst van deze veldslag, zou Europa er vandaag de dag heel anders hebben uitgezien. Maar ons continent kende nog meer gewelddadige confrontaties die de loop van de geschiedenis hebben veranderd.

Wat zou er toch gebeurd zijn als Napoleon op 18 juni 1815 als overwinnaar het slagveld had verlaten? We zullen het nooit weten. Zeker is dat de afloop van deze cruciale veldslag een definitieve exit voor de Franse keizer betekende en dat andere Europese mogendheden dankbaar in het ontstane machtsvacuüm doken, waardoor de kaart van Europa (wederom) opnieuw getekend kon worden. Waterloo was een keerpunt in de geschiedenis; het is een goed voorbeeld van één enkele slag die grote gevolgen heeft. Zo zijn er natuurlijk meer momenten geweest waarop het lot van Europa aan een zijden draadje hing; denk aan grootse krachtmetingen die, mochten ze een andere uitslag hebben gehad, het lot van Europa naar alle waarschijnlijkheid hadden veranderd. En daarmee dus de wereld waarin wij vandaag de dag leven.

Beknopte samenvatting

Het gaat hier niet eens altijd per se om beroemde veldslagen; zo hebben de meesten vast wel eens gehoord van de Slag bij Azincourt (25 oktober 1415), waarbij het Franse leger in de pan werd gehakt door de Engelsen, maar deze klinkende overwinning van Hendrik V was niet van doorslaggevend belang in de Honderdjarige Oorlog, die nog zou voortwoeden tot 1453. En die de Engelsen nog zouden verliezen ook. Of wat dacht u van de Slag om Verdun en de Slag om de Somme, de zinloze loopgravenoffensieven die halverwege de Eerste Wereldoorlog in 1916 ruim anderhalf miljoen levens zouden eisen. Al die doden om een paar vierkante kilometer en wat forten te veroveren, zonder dat er een beslissing werd geforceerd. Hoewel ze natuurlijk wel van belang zijn geweest voor het verloop van de Eerste Wereldoorlog, zijn Verdun en de Somme toch voornamelijk zo bekend geworden omdat ze een soort symbool zijn geworden van de verschrikkingen die oorlog aan kan richten. Vandaar dat ook deze bloederige gevechten niet zijn opgenomen in het nu volgende overzicht van confrontaties (in chronologische volgorde) waarvan de uitkomst grote gevolgen had voor de geschiedenis van Europa. En nee, het is geen complete lijst; beschouw het maar als een beknopte samenvatting van bijna 2500 jaar historie.

1.De Slag bij Plataeae (479 v. Chr.) oftewel het einde van de Perzische Oorlogen

Kijk, we beginnen al goed met een slag die geen al te grote naamsbekendheid heeft maar die toch voorgoed een eind heeft gemaakt aan de (Europese) expansiedrang van grootmacht Perzië. Wellicht dat de namen Marathon, Thermopylae of Salamis al iets bekender klinken; allemaal plaatsen waar tijdens de Perzische Oorlogen in de 5e eeuw v. Chr. flink werd gevochten tussen de Perzen en de Griekse stadstaten. De Eerste Perzische Oorlog (500-490 v. Chr.) eindigde met de Slag bij Marathon en betekende een nederlaag voor de Perzische koning Koning Darius I de Grote, die het aan zijn zoon en opvolger Xerxes I (grotesk geportretteerd door acteur Rodrigo Santoro in de film 300) overliet om de Griekse stadstaten voor eens en altijd op de knieën te krijgen.

Daarna ondernemen de Perzen nooit meer een poging om de Grieken op eigen grondgebied te verslaan

Na een moeizame overwinning op die vermaledijde 300 Spartanen en een verloren zeeslag bij Salamis houdt Xerxes het voor gezien en keert huiswaarts; het is zijn legeraanvoerder Mardonius die in 479 v. Chr. de definitieve nederlaag bij Plataeae lijdt, waarna de Perzen nooit meer een poging ondernemen om de Grieken op hun eigen grondgebied te verslaan. Een belangrijke overwinning voor de Griekse stadstaten, die zich voor de verandering eens succesvol weten te verenigen en zo, aan de poort van Europa, hun wereld weten te behoeden voor een Perzische invasie.

2.De Slag bij het Teutoburgerwoud (9 n. Chr.) oftewel het einde van de Romeinse expansie in Noord-Europa en de geboorte van de Germaanse mythe

Een veldslag zou je het niet eens kunnen noemen; het was een hinderlaag waar de drie Romeinse legioenen, onder leiding van Publius Quinctilius Varus, in het jaar 9 n. Chr. nietsvermoedend in terecht kwamen; een hinderlaag opgezet door een bondgenootschap van een aantal Germaanse stammen en met de Cherusker Arminius aan het hoofd, die nota bene deel uitmaakte van de Romeinse hulptroepen. Hij had tevens zijn steentje bijgedragen aan het uitstippelen van de marsroute door het Germaanse gebied die de legioenen nu volgden, op weg naar hun winterkampen. Hadden ze maar niet naar Arminius geluisterd; onverwacht en totaal onvoorbereid werden de Romeinen aangevallen, wat resulteerde in één van de grootste militaire nederlagen uit hun geschiedenis. Van de circa 18.000 manschappen wisten er uiteindelijk slechts enkele tientallen te ontkomen. Deze ramp, ook wel bekend als de Varusslag, leidde ertoe dat Rome ervan af zag om van de rivier de Elbe de noordelijke rijksgrens te maken; men viel, weliswaar na wat vergeldingsexpedities tegen de Germanen, uiteindelijk terug op de Rijngrens, die bijna 400 jaar stand zou houden. Het belangrijkste gevolg hiervan was dat Germania dus nooit geromaniseerd werd, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Gallië. Niet alleen zou dit later leiden tot grote cultuurverschillen, ook werd het een essentieel onderdeel van de mythologie van het Duitse nationalisme, dat het ‘vrije en zuivere Germaanse ras’ maar al te graag verheerlijkte.

3.De Slag bij de Milvische brug (312) oftewel de triomf van het christendom

In de 4e eeuw kende het Romeinse Rijk tijdelijk de tetrarchie, een ingewikkelde regeling met twee Augusti (één regeerde in het westen en één in het oosten) en twee Caesares (hun beoogde opvolgers), toen er in het westelijke deel van het Rijk op een gegeven moment een machtsstrijd losbarstte tussen ene Constantijn (die later De Grote als bijnaam zou krijgen) en Maxentius. Door op te trekken naar Rome en daar op 28 oktober 312 zijn tegenstander te verslaan, die zijn leger had opgesteld voor de Milvische brug, wist Constantijn de onbetwiste Augustus van het westen te worden. Deze veldslag zou afgedaan kunnen worden als onderdeel van een Romeinse burgeroorlog, ware het niet dat Constantijn de eerste Romeinse keizer werd die de christenen ging begunstigen. Hij beweerde zelfs dat hij zijn overwinning te danken had aan de christelijke god (het beroemde ‘in hoc signo vinces’-verhaal). Het gerucht gaat dat hij zich aan het einde van zijn leven zelfs heeft laten dopen.

De oude tempels en hun goden zouden daarna langzaam terrein verliezen, totdat ze helemaal verboden werden

Hoe het ook zij, feit is dat hij met het edict van Milaan in 313 een einde maakte aan de christenvervolgingen, waarmee hij dit geloof in feite ruim baan gaf en zodoende de grondslag legde voor de christelijke fase die het Romeinse Rijk in zou gaan. Natuurlijk was het niet van de ene op de andere dag afgelopen met het heidendom, maar de oude tempels en hun goden zouden wel langzaam terrein verliezen, totdat ze helemaal verboden werden. We zullen nooit weten hoe het de christenen vergaan was zonder hun kampioen Constantijn, vandaar dat het belang van de Slag bij de Milvische brug niet onderschat mag worden. Zeker niet wanneer we bedenken hoe het christendom later héél Europa in zijn greep wist te krijgen.

4.De Slag bij Adrianopel (378) oftewel het einde van de oudheid

Nog zo’n slag die niet bij iedereen een belletje zal doen rinkelen maar die desondanks volgens veel historici het einde van de oudheid markeert en het begin van de middeleeuwen. En eentje die eigenlijk behoorlijk actueel is, als we kijken naar de rol die immigranten en integratie hebben gespeeld in het verhaal. Een hoofdrol is weggelegd voor de Goten, die op de vlucht waren voor de Hunnen (die oprukten vanuit Centraal-Azië) en asiel aanvroegen bij de Romeinen. Keizer Valens, heerser over het Oost-Romeinse Rijk, heette ze welkom, maar joeg de nieuwkomers al snel tegen zich in het harnas door ze hoge belastingen op te leggen en ze als tweederangs burgers te behandelen. De onvrede van de Goten resulteerde op 9 augustus 378 in de Slag bij Adrianopel (het huidige Edirne in Turkije) en de desastreuze nederlaag van het Romeinse leger. Onder de gesneuvelden bevond zich Valens, de arrogante keizer die dacht dat hij die Goten wel even een lesje zou leren. Deze veldslag zette een reeks gebeurtenissen in werking die onherroepelijk zou leiden tot de val van het West-Romeinse Rijk, dat met het ‘Gotenprobleem’ te maken kreeg nadat het oostelijke deel ze met succes had weten te weren. Adrianopel was de eerste fatale dominosteen op weg naar de ondergang.

5 + 6. De Slag bij Poitiers (732) en de slag om Wenen (1683) oftewel de oorlog tegen de islam op twee fronten

Hoewel deze oorlogen gescheiden worden door zo’n slordige 950 jaar heb ik er toch voor gekozen om ze samen te behandelen, om de simpele reden dat ze eigenlijk hetzelfde doel hadden: het stoppen van de opmars van een islamitisch leger. In 732 speelt Karel Martel, hofmeier van het Frankische Rijk en stamvader van de Karolingen, een hoofdrol. Tijdens de Slag bij Poitiers in 732 of 733 (daarover verschillen de meningen, net zoals over de exacte locatie trouwens) verslaat hij het moslimleger van de emir Abdul Rahman en roept daarmee de noordwaartse expansie van de islam uit Spanje een halt toe. De islam is dan nog een jonge godsdienst, maar al binnen een eeuw na het ontstaan van deze religie bedreigen de moslims in Spanje (ook bekend als de Moren) regelmatig het Franse grondgebied. Poitiers maakte niet direct een einde aan de Arabische plundertochten, maar wordt over het algemeen wel beschouwd als een keerpunt in de opmars van de Islam in Europa. De gebeurtenis luidde in zekere zin het begin in van de Reconquista, de periode waarin christelijke koninkrijken erin zouden slagen om de Moren voorgoed van het Iberisch Schiereiland te verdrijven.

Dankzij deze overwinning zagen de christelijke Europese leiders dat het misschien toch slim was om de handen ineen te slaan

Van een heel andere kant kwam de Islamitische horde in de 17e eeuw, namelijk uit het oosten. Het Ottomaanse Rijk had toen al een groot deel van de Balkan in bezit genomen en op bevel van sultan Mehmet IV leidde grootvizier Kara Mustafa in 1683 een leger van bijna 140.000 man naar Wenen; de laatste grote (en versterkte) stad van betekenis die nog tussen de Ottomanen en de rest van Midden-Europa lag. Met Wenen als basis zouden ze makkelijk door hebben kunnen stoten naar andere belangrijke steden als Parijs of Brussel. Vandaar dat ze de Oostenrijkse stad al een keer eerder hadden belegerd, in 1529, maar toen hadden de Habsburgers Wenen succesvol weten te verdedigen. Na anderhalve eeuw van vijandigheden tussen beide partijen stonden de Ottomanen in 1683 opnieuw voor de stadspoorten, ditmaal vastbesloten om de klus te klaren. Het leek er even op dat ze daarin zouden slagen, maar toen was daar gelukkig de Poolse koning Jan Sobieski, die met zijn troepen op 12 september 1683 ten tonele verscheen en het Turkse leger wist te verslaan. Dankzij deze overwinning zagen de christelijke Europese leiders in dat het misschien toch slim was om de handen ineen te slaan. Zo kwam in 1684 de Heilige Alliantie tot stand, die binnen enkele jaren de Turken voorgoed wist terug te dringen. De macht van het Ottomaanse Rijk begon vanaf dat moment langzaam af te brokkelen en de islam heeft Europa nooit meer serieus bedreigd. Nou ja, tot nu dan, maar dat is een ander verhaal.

7 + 8.De Slag om Stalingrad (1942-1943) en Operatie Overlord (1944) oftewel de ondergang van Nazi-Duitsland

Ook deze laatste twee bespreek ik samen, omdat ook zij sterk met elkaar verbonden zijn – zij het op een iets directere manier dan Poitiers en Wenen. Stalingrad en Operatie Overlord, oftewel de invasie van de geallieerden in Normandië, markeren immers de twee belangrijkste keerpunten in de Tweede Wereldoorlog als het om Europa gaat. Aan het front in het oosten is het het Russische Rode Leger dat – tegen alle verwachtingen in – bij Stalingrad tijdens de winter van 42-43 het Duitse 6e leger volledig in de pan hakt, terwijl de nazi’s aan het westelijke front te maken krijgen met luchtlandingen en een massale amfibische aanval op 6 juni 1944, beter bekend geworden als D-day. De bevrijding van Parijs, op 25 augustus van hetzelfde jaar, wordt beschouwd als het einde van Operatie Overlord. De bloederige confrontaties op de stranden van Normandië en in de ijzige kou van Stalingrad behoeven verder weinig uitleg, dunkt me. Laat staan het belang ervan. Vorig jaar nog hebben we D-day uitgebreid herdacht, evenals de val van de Berlijnse Muur trouwens; een onding dat alleen maar heeft kunnen bestaan dankzij de communistische zegetocht die begon na Stalingrad. Over verstrekkende gevolgen gesproken.