Het keiharde beleid van premier Tony Abbott lijkt succesvol ondanks heftige kritiek van hulporganisaties en oppositie. Maar biedt deze aanpak ook een oplossing voor Europa’s bootvluchtelingenprobleem?

Het wrak werd ontdekt op 375 meter diepte. Met sonar zijn de contouren te zien van de boot die op 20 april zo’n 135 kilometer ten noorden van de Libische kust ten onder ging. Honderden vluchtelingen verdwenen in de golven, een handjevol werd gered terwijl van slechts enkele tientallen de lichamen zijn gevonden. Net als het wrak zal de overgrote meerderheid van hen naamloos blijven. De ramp leidde tot een enorme schokreactie in Europa. Er moest iets gedaan worden, maar wat? Terwijl de mediterrane leden van de Europese Unie wanhopig een grotere betrokkenheid eisen van hun noordelijke buren, proberen deze de boot af te houden met het argument dat meer reddingswerkzaamheden op de Middellandse Zee juist de illegale migratie naar Europa aanmoedigt en de mensensmokkelaars beloont.

In een jaar tijd pikte het Italiaanse ‘Mare Nostrum’-programma meer dan 100.000 bootvluchtelingen op, maar in de herfst van vorig jaar bracht Rome de reddingswerkzaamheden terug met het argument dat Italië niet langer alleen de financiële en humanitaire inspanning kon dragen. Europese politici blijven hopeloos verdeeld over de te volgen aanpak. Wanhopige linkse politici en commentatoren hebben de afgelopen weken zelfs opgeroepen een soort veerdienst op te zetten om te voorkomen dat duizenden migranten verdrinken.

Naïviteit en besluiteloosheid

In Australië lacht men om zoveel naïviteit en besluiteloosheid. Premier Tony Abbott riep zijn Europese ambtsgenoten op het voorbeeld van zijn aanpak – door hemzelf beschreven als ‘een les voor iedereen’ – te volgen. Vijf jaar geleden werd dat eilandcontinent geschokt door dezelfde beelden die ons nu wekelijks bereiken vanuit het Middellandse Zeegebied. Overal in Australië kwamen vanuit doorvoerland Indonesië boten aan land terwijl steeds meer lichamen van verdronken vluchtelingen aanspoelden op de duizenden kilometers strand. Net als nu in Europa was het voor de Australiërs duidelijk dat er iets moest worden gedaan.

Het beleid geeft de keiharde garantie dat geen enkele immigrant die op illegale wijze het land is binnengekomen ooit Australië zijn thuis zal kunnen noemen.

In 2012 riep de toen regerende Arbeiderspartij een commissie in het leven die adviseerde over de aanpak van de vluchtelingencrisis. Deze kreeg twee speerpunten: een duidelijkere weg voor legale immigratie via regionale verzamelpunten – zoals Maleisië – met een verhoogd aantal migranten dat zou worden toegelaten en een versoepelde gezinshereniging. Tegelijkertijd besefte de commissie dat de stroom bootvluchtelingen moest worden ingedamd via draconische maatregelen: het heropenen van detentiecentra op Manus Eiland bij Papoea Nieuw-Guinea en op Nauru in de Stille oceaan, het terugsturen of -slepen van boten met vluchtelingen naar de plaats van waaruit zij vertrokken en de keiharde garantie dat geen enkele immigrant die op illegale wijze het land is binnengekomen ooit Australië zijn thuis zal kunnen noemen.

In september 2013 namen de conservatieve Liberalen het roer over van de sociaaldemocraten en concentreerden zich vooral op het repressieve element van het beleid van hun voorgangers. Onder het beleid van Tony Abbott worden de boten met vluchtelingen door de Australische marine onderschept en teruggesleept naar de plaats van waaruit zij zijn vertrokken – soms worden vluchtelingen overgezet in speciaal aangeschafte reddingsboten als hun eigen schepen te gebrekkig zijn voor de terugreis, of ze worden direct vastgezet in de kampen op Nauru en Manus.

Verbluffend succes

Het succes van Abbotts aanpak is verbluffend. Sinds zijn regering aan de macht is, zijn slechts 16 boten met vluchtelingen naar Australië vertrokken, waarvan er maar één is aangekomen. Voor zover bekend is er sinds het begin van ‘Operation Sovereign Borders’ in september 2013 geen enkele bootvluchteling verdronken. Het asielbeleid was een van de speerpunten waarmee de Liberalen in 2013 de Arbeiderspartij versloegen en het kan op brede steun onder de Australische bevolking rekenen. Toch zijn er wel degelijk kritische geluiden, veelal afkomstig van progressieve politici, intellectuelen en hulpverleners.

Paul Power, CEO van de Australische Raad voor Vluchtelingen, beklaagt zich in een interview met The Guardian erover dat “het beleid op geen enkel moment rekening houdt met het beschermen van mensen die per boot Australië proberen te bereiken. Dit is nooit een serieus punt van discussie bij onze politici geweest.” Volgens Power heeft de Australische aanpak de vluchtelingstroom niet tot stilstand gebracht, maar uiteindelijk slechts van richting veranderd, naar onder meer Europa.

Sinds Abbott aan de macht is, zijn slechts 16 boten met vluchtelingen naar Australië vertrokken, waarvan er maar één is aangekomen. Voor zover bekend is in 2014 geen enkele bootvluchteling verdronken.

Daarnaast raakt Abbotts immigratiebeleid de identiteit van Australië zelf. De ironie van een traditioneel immigratieland dat zijn grenzen sluit op het moment dat de migranten niet langer de gewenste kleur hebben, ontgaat ook veel inwoners ‘down under’ niet. Wetenschapsjournalist Julian Cribb wijst erop dat als Australië kort voor en na de Tweede Wereldoorlog een vergelijkbaar asielbeleid had gevoerd, grote infrastructurele werken niet tot stand waren gekomen en Nobelprijzen nooit waren verdiend. ‘Een opiniepeiling van Gallop in 1955 toonde dat 45% vond dat er ‘teveel migranten binnenkwamen’. Maar hoewel de bevolking slechts 9 miljoen inwoners bedroeg, was Australië toen een veel groter land, in zijn hart, in zijn geest en in zijn leiderschap,’ schrijft Cribb.

Tony Abbott

Tony Abbott

Ondanks humanitaire, filosofische en historische bedenkingen kan niet worden ontkend dat het asielbeleid van premier Tony Abbott succesvol is gebleken. De vraag is of zijn aanpak een voorbeeld is voor de vluchtelingencrisis op de Middellandse Zee. Vooralsnog lijkt de EU niet van plan het Australische voorbeeld te volgen. Natasha Bertaud, woordvoerder van de Europese Commissie, zei afgelopen maandag dat de Unie niet van plan is af te stappen van het principe van ‘non-refoulement’, geen gedwongen terugkeer van vluchtelingen dus. “Wij hebben niet de intentie dit te veranderen,” aldus Bertaud, “dus uiteraard kan het Australische model voor ons nooit een voorbeeld zijn.”

Geen eiland

De verschillen tussen de Australische en de Europese situatie zijn groot. Om te beginnen is de EU geen eiland en bestaat dus het risico dat zelfs als de Unie erin zou slagen de boten vanuit Noord-Afrika tegen te houden, dezelfde vluchtelingen zullen proberen over land (bijvoorbeeld via Griekenland en Bulgarije) hun doel te bereiken. Daarnaast is de schaal van het problemen hier veel groter dan in Australië. De EU ligt nu eenmaal aanzienlijk dichter bij brandhaarden als Syrië en Irak en is slechts door een bescheiden water gescheiden van het door armoede en oorlogen geteisterde Afrika, traditioneel de thuisbasis van de meerderheid van de (vooral economische) vluchtelingen.

Uiteindelijk zal Europa (delen van) het repressieve Australische beleid wel moeten overnemen.

Het derde en wellicht belangrijkste verschil is dat het vertrekpunt voor bootvluchtelingen naar Europa en Australië van fundamenteel andere aard is. Asielzoekers die door de Australische marine worden teruggebracht naar Indonesië hebben daar weliswaar geen burgerrechten maar zij hoeven er in ieder geval niet te vrezen voor hun leven, iets dat in Libië maar helemaal de vraag is. Dit lijkt de hoofdreden waarom Brussel vooralsnog niet van plan lijkt het voorbeeld van de regering Abbott te volgen. De vraag is of de Europese landen dit door humanitaire overwegingen ingegeven standpunt blijven volhouden wanneer er zich opnieuw rampen als in april voordoen, maar ook wanneer deze door een grotere marinepresentie voor de Libische kust worden voorkomen. Waarheen immers met de tienduizenden vluchtelingen die maandelijks worden onderschept?

Foto 2 - Nauru

Nauru, waar de Australische regering bootvluchtelingen opvangt in detentiecentra

Uiteindelijk zal Europa (delen van) het repressieve Australische beleid wel moeten overnemen. Tenzij de noordelijke landen van de EU bereid zijn op termijn honderdduizenden economische en politieke vluchtelingen op te vangen, blijven alleen detentie in centra à la Manus en Nauru (een eiland dat precies even groot is als het tussen Libië en Italië gelegen Lampedusa) of terugslepen naar de Libische kust over. Dit laatste lijkt een verre van ideale oplossing zolang dat land in een staat van anarchie verkeert en op de rand van een totale burgeroorlog balanceert. Aan de andere kant kunnen haviken betogen dat als Libië veilig genoeg is voor de migranten om naartoe te reizen en er mensensmokkelaars duizenden dollars voor de overtocht naar Europa te betalen, het ook veilig genoeg is om de bootvluchtelingen er naar terug te brengen.

Vrede en welvaart

Het lijkt duidelijk dat de stroom vluchtelingen uit oorlogsgebieden en economisch zwakke regio’s op korte termijn niet zal afnemen. Niemand verwacht dat in de komende jaren in het Midden-Oosten opeens vrede uitbreekt en analisten verwachten dat een toename van de welvaart in Afrika zelfs kan leiden tot een toe- in plaats van een afname van het aantal migranten uit dat continent (meer Afrikanen zullen de reis en overtocht naar Europa kunnen betalen). Voor de overgrote meerderheid van de Europese bevolking is een massale toestroom van Arabische en Afrikaanse vluchtelingen geen optie.

Politici zullen moeten kiezen tussen het voortzetten van het huidige, falende beleid van pappen, nathouden en hopen op betere tijden, en het inslaan van een nieuwe weg. Dat deze in bepaalde opzichten op die van de Australische premier Tony Abbott zal lijken, lijkt onvermijdelijk. Een combinatie van terugslepen en –sturen, hulp bij het stabiliseren van vertrekpunt Libië, actief – zelfs militair – optreden tegen mensensmokkelaars en het openen van wegen naar legale immigratie (het ‘vergeten’ aspect van de Australische aanpak) kunnen helpen de vluchtelingencrisis enigszins te bezweren. Hiervoor zijn geld en politieke wil nodig die vooralsnog in Europa lijken te ontbreken, ondanks onze walging bij het zien van de ontelbare aangespoelde lichamen op de stranden van Malta en Sicilië. Ook bij het Europese immigratiedrama geldt dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Iets dat Dr. Abbott allang heeft begrepen.