Ze zijn niet te tellen. De drogredeneringen die je tegenkomt in het vluchtelingendebat. Eén ervan is de verwijzing naar de opvang in de regio. Daar worden veel meer vluchtelingen opgevangen dan hier en dus kunnen wij in het rijke Europa nog veel meer doen. Twee miljoen vluchtelingen per jaar? Ach, dat is maar 0,4% van de Europese bevolking. Te doen. Toch?

Het klopt. De bulk van de Syrische vluchtelingen zit nog altijd in de regio. En ja, ontvangende landen als Turkije, Libanon en Jordanië zijn ook nog eens minder rijk dan wij. Maar het betekent niet automatisch dat wij daarom met hetzelfde gemak net zoveel of veel meer vluchtelingen aankunnen dan die landen.

Opvang in de regio betekent eigenlijk niet veel meer dan dat er op een braakliggend stuk grond een tentenkamp verrijst met wat rudimentaire basisvoorzieningen. Syrische vluchtelingen in Turkije zijn veilig maar ze kunnen er geen asiel aanvragen met uitzicht op burgerschap. Turkije staat toe dat er vluchtelingenkampen zijn op haar grondgebied en betaalt er ook aan mee maar daarmee houdt het wel op.

Opvangnormen

De (Noord)Europese opvangnormen liggen echter een stuk hoger. Hier maken erkende vluchtelingen aanspraak op een eigen huis, (vaak) een uitkering en school voor de kinderen. Dit betekent dat de opvangcapaciteit wat betreft aantallen kleiner wordt. Hoe hoger de kwaliteit van de opvang, hoe lager het absorptievermogen. Dat is meer dan een simpele centenkwestie. Er zit gewoon een bovengrens aan de aantallen extra woningen en andere voorzieningen die je jaarlijks kunt bouwen en vrij kunt maken. Als Europa nog veel meer mensen zou willen opvangen dan nu, dan ontkom je er op een gegeven moment niet aan de standaard van die opvang te verlagen. Als de Duitsers de hele Lüneburger Heide vol met puptentjes zetten, dan ‘schaffen’ ze het misschien iedereen op te vangen en niemand terug te sturen. Maar jaarlijks ongelimiteerd mensen een huis en aanspraak op allerlei sociale voorzieningen geven is gewoon onmogelijk. Dat zou niet heel moeilijk te begrijpen moeten zijn. Ook niet voor politici als Jesse Klaver en anderen met een ongezonde hekel aan ‘economisme’. Het is van een ongehoorde onverantwoordelijkheid en intellectuele lui – en lafheid dat niet wordt erkend dat aan de opvangcapaciteit van vluchtelingen ergens een bovengrens zit. De vraag van Joram van Klaveren aan de Minister President op 17 september tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen hoeveel vluchtelingen Nederland aankan was daarom helemaal niet ‘raar’ zoals Mark Rutte antwoordde. Het was ‘raar’ dat Rutte er niet inhoudelijk op inging. Een houding een serieus leider onwaardig. Uiteraard is een bovengrens niet met één enkel getal te benoemen. Als 50.000 per jaar kan, zal 50.001 ook nog wel lukken. Maar het zal voor iedereen duidelijk zijn dat 1.000.000 niet kan. Dat Rutte en Klaver echt te dom zijn om dit te begrijpen lijkt me onwaarschijnlijk. Ze hebben er waarschijnlijk nooit echt over nagedacht. Dat kan noodgedwongen echter snel gaan gebeuren. Rutte zal ook op deze uitspraak moeten terugkomen.

In Duitsland begint het besef dat niets oneindig kan al wel op harde wijze manifest te worden. Bondspresident Joachim Gauck zei op 27 september dat ‘er grenzen zijn aan de opname van vluchtelingen.’ Als zelfs de Bondspresident, die zich normaal verre van politiek gekrakeel houdt, dit soort gevoelige uitspraken doet dan weet je dat Duitsland dankzij de historisch domme en onverantwoorde open invitatie van Angela Merkel een enorm probleem heeft.

Keurslijf

In principe houden we onszelf gevangen in een keurslijf van morele internationale verdragen en zelfopgelegde regels. Een vluchteling die ‘statushouder’ is heeft recht op een woning. Kinderen van vluchtelingen die nog in de asielprocedure zitten moeten binnen drie dagen op een school zitten want leerplichtig. Ze hebben recht op scholing. Dat is prachtig en realiseerbaar zolang de aantallen beperkt en beheersbaar zijn. Maar ooit keert de wal het schip. Dan moet je kiezen tussen de instroom limiteren of de aard van de opvang soberder maken. Als we kiezen voor het laatste zal wellicht ook blijken dat de animo om deze kant uit te komen minder wordt. En als we toch moeten gaan selecteren, laten we dan vooral ook ouderen, zieken en andere kwetsbaren opnemen en niet voornamelijk jonge weerbare mannen. Zoals het nu gaat is het recht op asiel vooral het recht van de sterkste.