Vorige maand besloot Rusland om raketinstallaties te stationeren in Kaliningrad, een Russische enclave tussen Polen en Litouwen aan de Baltische Zee. Het gaat hier om een bonte mix van korte – en langeafstandsraketten. Hoewel de korte afstandsraketten (zoals de Tochka SS-21) met een maximaal bereik van 185 kilometer al een gevaar vormen voor Litouwen, zijn de zorgen het grootst over de lange afstandsraketten. De betreffende Iskander (SS26) raketten hebben een bereik tot maximaal 400 kilometer en diens bereik beslaat dus niet alleen Litouws gebied, maar ook de helft van Pools grondgebied. De grote vraag die nu leeft in Litouwen en Polen is in hoeverre NAVO-bondgenoten hen te hulp zullen schieten in tijden van crisis?

De vrees in Litouwen voor een zogenaamd Oekraïens scenario is groot. De Russische propaganda-machine lijkt de bevolking voor te bereiden op een militaire confrontatie met het Westen. De afgelopen weken zijn ook diverse artikels verschenen in Russische vakbladen waarin politiek analisten en experts de Baltische situatie beschrijven als een waar preventieve militaire maatregelen noodzakelijk zijn om controle over de regio terug te krijgen. Tegelijkertijd zijn er signalen vanuit de inlichtingendiensten dat Rusland de afgelopen tien jaar haar militaire aanwezigheid heeft vergroot. Waar voorheen enkele troepen waren gestationeerd in de havens, worden momenteel de meest geavanceerde raketinstallaties met bijbehorend personeel richting Kaliningrad gestuurd. Dit zorgt ervoor dat zowel Litouwen als Polen zich ingesloten voelen: aan de zeekant door Kaliningrad, en aan de landzijde Wit-Rusland wiens defensie-apparaat volledig is geïntegreerd met de Russische. De angst bestaat dat Russische special forces controle zullen nemen over bepaalde objecten in dichtbevolkt gebied en zodoende de bevolking zullen gebruiken als menselijk schild, om zodoende territoriale controle te bewerkstelligen. Deze zorgen worden aangewakkerd door Russische oorlogsretoriek. Zo is er gedreigd om de raketten op Westerse steden te richten mocht Denemarken het in zijn hoofd halen om anti-raketsystemen te installeren op diens schepen, en elke nieuwe NAVO basis die zou worden opgericht in de regio zouden Russische nucleaire doelwitten worden. Hoewel de Russische dreigementen en intimidatie vertrouwd in de oren klinken, hebben de Baltische staten gevraagd aan de NAVO of zij permanente troepen willen stationeren in de Baltische regio.

Is deze Litouwse lezing een juiste? Grotendeels wel, al zullen zij niet ver komen op de manier hoe zij het momenteel spelen. De Baltische staten en voormalige Sovjet-staten binnen het bondgenootschap roepen nu vooral “told you so” richting de NAVO-lidstaten van het eerste uur, maar hebben zelf ook een flinke klont boter op het hoofd. Het waren met name de Baltische staten die na de financiële crisis het hardst zijn gaan snijden in hun defensiebudgetten. Terwijl Europa-breed de defensiebudgetten naar beneden werden gebracht, moderniseerden de Russen hun raketsystemen. Deze staten dienen dus ook eerlijk te zijn dat ook zij een inschattingsfout hebben gemaakt ten aanzien van Rusland, en nu puntje bij paaltje komt graag de strategische rekening bij de NAVO (lees: Amerika) willen leggen. De Baltische staten zijn niet minder laks geweest. Alle Europese landen en Amerika hadden namelijk het idee dat via strategische partnerschappen, wederzijdse handel en het betrekken van Rusland in de diplomatieke kring, er vanzelf wel een liberale democratie zou komen in Moskou. Die inschatting is met de kennis van nu vreselijk naief gebleken.

Aan de andere kant snijdt deze casus wel een heikel punt aan binnen het bondgenootschap. In hoeverre is Artikel 5, een aanval tegen één is een aanval tegen allen, nog levend? Hoewel de NAVO af en toe obligaat met het foei-vingertje wappert richting Moskou en de Baltische staten garanderen dat zij hen zullen helpen, wordt dit vaak voorzien van het excuus dat er geen publieke steun is voor het te hulp schieten van de Baltische staten in de vorm van NAVO-troepen. Rusland is ondertussen rustig met haar tenen in het water de temperatuur aan het opmeten: een provocatieve statement hier, een extra raket-installatie daar. Kijken hoever ze kunnen gaan zonder directe militaire actie. Rusland heeft het afgelopen jaar, en zeker na de crisis op de Krim, één les geleerd: ze kunnen echt heel ver gaan. De NAVO-landen moeten nu hard gaan nadenken over een aanpak die het conflict niet direct escaleert, maar tegelijkertijd voorkomt dat Rusland teveel leeway krijgt. Hierin zullen we Rusland ook moeten zien voor wat het is: een autocratie, en geen potentiële liberale democratie die later als ze groot zijn onze strategische partner zullen worden. Want juist bij een bassie-regime als Rusland moeten wij ons beseffen dat een vinger vaak gelijk staat aan een hele hand.