De logische consequentie van het wegvallen van binnenlandse grenzen, is het delen van een gemeenschappelijke buitengrens. Hoewel deze realiteit al enige decennia bestaat, wil dit gegeven niet echt doordringen tot de de nationale regeringen. Zij schuiven liever de verantwoordelijkheid hiervoor op elkaars bordje, of die van FRONTEX. Het agentschap FRONTEX is belast met de bescherming van deze Europese buitengrenzen en dan met name tegen illegale immigratie, mensenhandel en infiltratie van potentiële terroristen. De vraag is of FRONTEX hier wel tegen opgewassen is.

Zeker de eerste twee taakstelling (namelijk beschermen tegen illegale immigratie en mensenhandel) staat met de bed, bad en brood-discussie hevig onder druk. FRONTEX gaf zelf n 2014 aan in haar jaarrapport dat het aantal illegale immigranten is toegenomen, zeker via Centraal (Italie en Malta rapporteerden een toename van 288%) en de Oost (West Balkan zag een toename van 212%) Europese routes. Ook worden er in toenemende mate rubberen bootjes gebruikt om de Middellandse zee over te steken, voornamelijk door vluchtelingen uit de sub-sahara. Dit is een goedkoper alternatief, maar wel een alternatief met een verhoogd risico op kapseizen en (de haast onvermijdelijke) verdrinkingsdood. Na twee zeer dodelijke incidenten werd in oktober 2013 de Mare Nostrum missie gelanceerd en vorig jaar overgenomen door FRONTEX onder de noemer Operatie Triton. De middelen die hiervoor beschikbaar zijn hangen af van vrijwillige bijdragen van lidstaten. Gevolg: FRONTEX blijft om de zoveel weken weer met de pet rond gaan en kampt met een structureel tekort aan middelen.

Maar hoe zit het dan ondertussen met al die hordes gesmokkelde mensen die op ons afkomen? Hier mag wel een kanttekening bij worden geplaatst. Mensenhandel richting de Europese Unie concentreert zich vooral in Oost-Europa waarbij landen zoals Bulgarije en Kroatië zogenaamde transit and destination countries zijn. Hoewel mensenhandel in absolute zin het meest oplevert in Azië ($51,8 miljard, simpelweg omdat er meer slachtoffers zijn), zijn deze in relatieve zin het hoogste in de EU ($46,9 miljard, vanwege de hogere marktwaarde per verhandeld persoon). Hoewel het nu vooral lijkt alsof de slachtoffers van mensenhandel vooral afkomstig zijn uit zogenaamde “derde landen” (landen buiten de Europese Unie), is in realiteit de helft van de slachtoffers die door FRONTEX zijn gerapporteerd EU-burgers, met name uit de Oost Europese lidstaten. Er is met name een groei te zien in minderjarigen (voor de seksindustrie) maar in toenemende mate worden ook mannen gesmokkeld. Daarom is het wel belangrijk om ook in de discussie, wanneer er wordt gesproken over “grootschalige mensenhandel” de markt waar die handel plaatsvindt in het juiste perspectief te plaatsen. Het kan geen kwaad om nog maar eens na te vragen waar die aardige Oost Europese meneer die uw keuken voor ver beneden de marktprijs heeft verbouwd nou eigenlijk precies vandaan komt.

Aangezien FRONTEX een agentschap is (en dus een gedepolitiseerd orgaan dient te zijn) hebben de nationale lidstaten nog altijd strak de touwtjes in handen wanneer het gaat om strategische en operationele beslissingen. Tegelijkertijd zorgt de taakstelling van FRONTEX ervoor dat het onderwerp van immigratie steeds hoger op de agenda komt te staan binnen de lidstaten. Mede hierdoor heeft FRONTEX te maken gehad met securitization van asiel- en migratiebeleid binnen de EU, helemaal door het verheffen van anti-terreurmaatregelen als derde taakstelling. Securitization vindt plaats wanneer staten (of politici) beleidsterreinen extreem gaan politiseren en onder het “veiligheidsspectrum” gaan plaatsen. Het voordeel hiervan is, dat wanneer een bepaald beleidsterrein een veiligheidsissue wordt (dus een zaak van leven of dood) er extreme middelen ter beschikking komen. Dit kan gaan om exorbitante bedragen of voor burgers verregaande maatregelen om dit zogenaamde “veiligheidsprobleem” aan te pakken. Een goed voorbeeld hiervan is onder meer het benoemen van “global warming” als nationaal veiligheidsissue. Want als de ijskappen smelten gaan we allemaal hartstikke dood, dus is het een kwestie van nationale veiligheid. Behalve deze extreme vorm van politisatie is er tegelijkertijd, paradoxaal genoeg, een proces van depolisatie aan de gang bij FRONTEX. Het is natuurlijk lekker makkelijk om een agentschap te creeren (lekker neutraal) en de verantwoordelijkheid op te knippen in 28 stukjes, zodat vervolgens uiteindelijk niemand echt verantwoordelijk kan worden gehouden. Het onderling wantrouwen tussen de lidstaten zorgt ondertussen ervoor dat het freerider probleem leidend wordt in de overwegingen van lidstaten om wel of niet bij te dragen aan bepaalde missies. Aan de andere kant is een volledige carte blanche aan FRONTEX het feitelijk opgeven van nationale soevereiniteit, een (terecht) gevoelig punt zeker wanneer het gaat om het bewaken van grenzen.

Toch dienen de lidstaten tegelijkertijd te waken voor een extreme vorm van zowel securitization als depolitisatie. Securitization kan ervoor zorgen dat er verregaande anti-terreurmaatregelen worden geformuleerd die de grondrechten van nationale burgers sterk kunnen inperken. Terwijl een hoge depolitisering (dus uitbesteden aan vage agentschappen) ervoor zorgt dat de verantwoordelijkheidslink tussen burger en politicus verwaterd. Kortom: de roep om meer middelen (en zeggenschap) naar FRONTEX is hopeloos naïef en vooral bedoeld voor #ophef-gevoelige mensen die meer ophebben met hun eigen nachtrust dan de daadwerkelijke problematiek. Het probleem is namelijk fundamenteler dan dat.