De gele hesjes zijn zowaar een begrip in Europa. De groep demonstranten begon in Frankrijk waar zij –met, maar ook zonder geweld- hun geluid lieten horen. Een ordinaire protestpartij of een vertolking van het volkse geluid? De meningen lopen uiteen. Het eerste ‘gele hesje’ heeft zich verkiesbaar gesteld voor de Europese verkiezingen.

De campagne moet nog op gang komen, maar er zijn al verkiesbare bewegingen die als paddenstoelen uit de grond schieten. De gele hesjes staan voorop. Patrick Cribouw uit het Franse Nice is verkiesbaar en noemt zichzelf ‘de locomotief die duizenden gele harten in de wagons achter zich aan trekt.’ De man voerde actie namens de gele hesjes en wil nu daadwerkelijk politieke macht verkrijgen.

De terechte kritiek die de gele hesjes-beweging krijgt, is dat niet duidelijk is waar zij voor staan. Zijn ze links, zijn ze rechts? Willen ze de publieke sector verbeteren, willen ze minder vluchtelingen opvangen in Europa? Niemand kan er een eenduidig antwoord op geven. De gele hesjes lijkt eerder een manifestatie van Europese onderbuikgevoelens dan een serieuze politieke partij. Het moet nog maar blijken wat de standpunten van Cribouw zullen zijn. Pas dan is het een serieus te nemen politieke opponent.

Een andere opvallende Franse kandidaat is mijnheer François-Xavier Bellamy. Deze afgestudeerde filosoof is gerenommeerd binnen christelijke kringen. Dat is niet vreemd, want zijn politiek en filosofie is christelijk-conservatief. De katholiek wil graag Frankrijk verdedigen tegen mondialisme en moslimextremisme.

De beste man kan dan wel zeer geleerd zijn, maar inhoudelijk schuurt het nog sterk. Zijn geluid is allesbehalve vernieuwend. De focus op conservatieve christenen is overigens ook nog eens niche: waarom zou iemand op hem stemmen en niet op een andere rechts-populist?

Vooralsnog zijn de nieuwe bewegingen niet erg serieus te nemen. Bij de één mist specificatie, de ander is te specifiek gericht. Het moet nog blijken dat Cribouw en Bellamy succesvolle politici worden.