Anderhalf jaar nadat het Brexit-referendum de toekomst van de EU in onzekerheid bracht, zijn de kansen goeddeels gekeerd. Het Verenigd Koninkrijk verkeert in een continue crisis met zichzelf over waar het heen wil in haar betrekkingen met de rest van Europa, en de regering-May lijkt nu aan te sturen op een boterzachte Brexit in de douane-unie  (als ze die tenminste kan verkopen aan haar Noord-Ierse gedoogpartner) of helemaal geen Brexit. De Britten zullen waarschijnlijk in de Europese interne markt en douane-unie blijven. Vooralsnog heeft de regering echter geen flauw idee welk effect dat zal hebben op alle sectoren van de economie, ondanks eerdere beweringen dat men druk bezig was dit te analyseren.

Europese defensie na BrexiTrump

Ondertussen hebben de overige EU-landen de handen ineengeslagen na de wake-up call van 23 juni en de hevige naschok van 8 november 2016. Op initiatief van Hoge Vertegenwoordiger Federica Mogherini wordt volop werk gemaakt van een verenigde Europese defensie in plaats van een nog grotendeels intergouvernementeel opererende optelsom van nationale legers. De Europese Commissie is glashelder in het erkennen van dat probleem:

There is a strong economic case for greater cooperation on defence spending amongst EU countries. The lack of cooperation between Member States in the field of defence and security is estimated to cost annually between €25 billion and €100 billion.  Up to 30% of annual defence expenditures could be saved through pooling of procurement.

The fragmented approach when it comes to defence also leads to unnecessary duplication and affects the deployability of defence forces. There are 178 different weapon systems in the EU, compared to 30 in the US. There are 17 different types of main battle tanks in the EU and only one in the US. For certain helicopter programmes, there are more helicopter types in Europe than governments able to buy them.

Met andere woorden: waarom moeilijk en duur doen als het makkelijker en goedkoper kan? Bovendien kunnen de Europeanen niet eeuwig schuilen onder de Navo-paraplu die de Verenigde Staten ons sinds 1949 boven het hoofd houden. De meeste Oost-Atlantische bondgenoten hadden de afgelopen jaren hun defensie-uitgaven op gevaarlijke wijze gereduceerd tot onder de 2%-norm, en met enig recht heeft de anders zo onredelijke Trump ons daarop op onze verantwoordelijkheden gewezen (Obama trouwens ook). Zijn bijgaande impliciete suggestie dat Amerika ons wellicht niet te hulp zou schieten als Rusland zou aanvallen, heeft meer alarmbellen doen rinkelen dan Poetins invasie en annexatie van de Krim en voortwoedende bloedvergietende oorlog in Oost-Oekraïne. Alleen de Visegrádgroep (Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije) gaf destijds in maart 2014 al een sterk signaal af dat het nu noodzakelijk was om Europees een militaire vuist te maken tegen Moskous agressieve expansionisme. De rest van het continent werd pas wakker na BrexiTrump.

Rol van nationale leiders

Politici zijn normaal gesproken terughoudend als het gaat om verdere Europese integratie, die ten koste gaat van de door veel kiezers gekoesterde ‘nationale soevereiniteit’. Pas als de nood echt aan de man is, zoals die vorig jaar werd, zijn ze bereid werkelijk de handen ineen te slaan. Visionair Guy Verhofstadt (premier van België 1999–2008) roept al jaren om federalisme, maar wordt door populisten op rechts én links tegenwoordig graag afgeschilderd als de stereotype ‘eurocraat‘, omdat we hem nu zien spreken in het Europarlement als ALDE-fractievoorzitter in plaats van als ‘nationaal leider’ die zogenaamd ‘dicht(er) bij het volk staat’. (Dit ondanks het feit dat iedere Europarlementariër rechtstreeks democratisch verkozen is door burgers, terwijl paradoxaal genoeg regeringsleiders en vaak staatshoofden zoals Willem-Alexander en Filip juist niet gekozen zijn door het volk).

Macron Merkel Het werelddeel moest wachten op Emmanuel Macron, die niet alleen een verademing was tegen het radicaal-rechtse nationalisme van de Brexiteers enzijn uitdaagster Le Pen, maar ook een bevlogen voorstander van méér Europa. Met zijn verkiezing tot president en een overweldigende meerderheid in de Assemblée nationale heeft hij van de Fransen een krachtig democratisch mandaat gekregen om deze agenda uit te voeren. Hij vond hiervoor steun bij Angela Merkel, die als leider van Duitsland om begrijpelijke historische redenen voorzichtig moet zijn om de indruk te wekken dat ze een (gecentraliseerde) ‘superstaat’ wil. Afgelopen week verbaasde haar rivaal Martin Schulz vriend en vijand met een gepassioneerde oproep voor een Verenigde Staten van Europa en eveneens een uitgestrekte hand naar Macron.

Mark Rutte heeft een andere politieke strategie: hij hoopt juist stemmen uit Nederlands rechts-populistische hoek te vissen met eurosceptische uitspraken, zonder uit de EU te willen. Vice-premier Buma doet hetzelfde, tot verbijstering van pro-Europese CDA’ers. Zijn derde coalitie is verdeeld over de Europese toekomst, maar volgens het regeerakkoord zullen ze meegaan in de verdere integratie. Rutte kan wel protesteren en ontkennen tegenover de media en dus tegenover zijn kiezers, maar ondertussen gaat hij feitelijk mee in elke stap naar een federaal Europa door Nederlands fiat te geven voor eenmaking op het gebied van defensie en economie.

Tastbare resultaten

Eén van de meest tastbare resultaten die de afgelopen anderhalf jaar zijn bereikt, betreft de Pesco (Permanent Structural Cooperation on defence). Een dergelijk supranationaal militair project was al voorzien in het Verdrag van Lissabon (2007), maar tot vorig jaar durfde niemand zich te branden aan de uitvoering. Vorige maand gingen 23 EU-landen uiteindelijk akkoord, sindsdien versterkt door Ierland en Portugal, zodat alleen het VK (dat naar verwachting niet meedoet wegens Brexit), Malta (dat klein en vrijwel irrelevant is) en Denemarken (dat altijd al een opt-out voor het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid had) niet meedoen. Deze zeer brede kopgroep is voldoende voor het ‘Europa van meerdere snelheden’. Macron achtte daarom gisteren de tijd rijp voor een nieuwe stap: een Europese militaire interventiestrijdmacht. Merk ook op dat van de meer dan vijftig ingediende voorstellen het Nederlandse plan voor verbeterde militaire mobiliteit het meeste steun kreeg. Nederland is, niettegenstaande de eurokritische houding van Buma, Rutte en Segers, juist een koploper.

Naast de militaire eenwording is de verheffing van de eurozone tot een bondsstaat met één Ministerie van Financiën of zelfs een complete economische regering en parlement binnen de bredere EU-statenbond een belangrijk doel. In feite had dat al lang moeten gebeuren toen men besloot om één munteenheid in te voeren zonder de bijbehorende financiële instellingen te fuseren, met de eurocrisis als gevolg. Verhofstadt beklaagde zich in 2012 al over dit gebrek aan eenheid bij de toen 17 eurolanden (nu 19):

Een echte Europese federale unie, dat zal het moeten zijn, dames en heren, beste vrienden. Laten we maar helemaal de illusie vergeten, hè? Je kunt dus niet één munt rechthouden met 17 regeringen, met 17 economische strategieën, met 17 centrale banken en met 17 obligatiemarkten. Dat bestaat nergens ter wereld! Alleen de Europeanen denken, hebben de illusie – hebben de ootmoed, zou ik zeggen – van te menen dat dat mogelijk is. Nergens ter wereld bestaat dat. Misschien bestaat er wel een staat zonder een munt. Maar een munt zonder staat bestaat nergens en is vandaag onmogelijk.

Over de precieze invulling van de federale eurozone zijn Frankrijk en Duitsland, de twee belangrijkste EU-staten die de leiding nemen in de onderhandelingen, het nog niet eens. Maar de wil om de monetaire unie te voltooien, en daarmee meer economische stabiliteit te kunnen waarborgen, is groot. Daar mag de Europese burger blij mee zijn.

 

Afbeeldingen: Wikimedia Commons