De Spelen zijn weer voorbij, en daarmee is het tijd voor een evaluatie.

Het marathonzwemmen: Uitstekend. Het nieuwe darten.

Het sportevenement: Prima. Niemand verdronken in vergiftigd water, en weinig Zika-stress.

Het politieke propagandaevenement: Stukken minder. Non-existent, zelfs.

Toen Brazilië de Spelen toegewezen kreeg was Lula nog de extreem populaire president, en een prominent, charismatisch gezicht voor een nieuwe generatie latino socialisten. De Braziliaanse economie floreerde dankzij escalerende grondstoffenprijzen, en Lula bouwde een indrukwekkend systeem op van financiële steun voor arme families zolang hun kinderen gevaccineerd op school kwamen opdraven.

Maar net als voor zijn kameraden in Chavistisch Venezuela en Kirchneristisch Argentinië is het afgelopen decennium niet bepaald goed geweest voor Lula’s reputatie, of die van zijn ideologie. Zijn pupil en opvolgster Dilma wordt later deze week waarschijnlijk afgezet wegens gerommel met officiele statistieken, en het bewijs voor corrupte activiteiten door Lula zelf is inmiddels overweldigend. Nu geldt dat voor een meerderheid van de Braziliaanse politieke klasse, maar verlies van integriteit is schadelijker voor de volkstribuun dan voor de meer stereotypische hoerenlopende kleptocraat.

Corruptieschandalen zijn natuurlijk een stuk minder bezwaarlijk voor de mensen als ze maar brood en spelen krijgen. Spelen hebben ze dus gekregen, maar met dat brood gaat het niet zo goed. Jaren van spenden als een malle hebben nu tot inflatie en grote begrotingstekorten geleid, terwijl het einde van de grondstoffenbubbel een krimpende economie heeft veroorzaakt. De situatie is niet zo extreem als in Venezuela, waar Chávez en zijn opvolger Maduro zo verzaakt hebben dat er een gebrek aan medicijn, voedsel, en toiletpapier is ontstaan, en de officiële statistieken zijn niet zo onbetrouwbaar als in Argentinië. Maar ze is bar genoeg dat het ancien regime op de weg terug is, met als boegbeeld de nieuwe tijdelijke president Michael Temer, met z’n kabinet van blanke mannen en zijn 43(!) jaar jongere tweede echtgenote.

En zo kwam het dus dat de Spelen niet een viering werden van een alternatief voor het neoliberalisme, zoals ze het vooral in Zuid-Amerika noemen, maar een vrij apolitieke bedoening. Geen leiders van Syriza en Podemos, met hun paardenstaarten, en geen despoten en proto-despoten in legeruniform. Gecombineerd met het nieuwe vredesakkoord in Colombia en de economische hervormingen in Argentinië,is dat uitstekend nieuws for Latijnsamerika, een continent dat al een paar generaties lang moeite heeft om dan toch op OVSE-niveau te belanden. Wellicht gaat het ditmaal dan eindelijk lukken.

En dan Cuba nog.