De these dat de westerse interventie in Irak een totale mislukking was, heeft inmiddels bijna de kracht van geopenbaarde waarheid. Niet alleen wordt daarmee de waarheid geweld aan gedaan, het Westen maakt het zichzelf zo ook vrijwel onmogelijk om in te grijpen in situaties waarin dat noodzakelijk is.

In gesprekken over de situatie in Syrie breng ik steevast dezelfde oplossing in: hard ingrijpen, met maximale militaire middelen. Assad uit de macht zetten en ISIS, Al Qaeda en alle andere extremistenclubs opruimen – Assad “dead or alive”, de fundamentalisten gewoon dead.  Na deze noodzakelijke ingreep de overgebleven constructieve elementen van de Syrische oppositie – degenen die niet zijn omgekomen in bombardementen of zijn doodgemarteld door Assads beulsknechten – bij elkaar brengen om een nieuw regime te stichten. Een soort Iraaks draaiboek dus, zeg maar.

The surge werkte

“Iraaks draaiboek?? Maar dat was een rampzalige mislukking! Een nieuwe poging in Syrie zou precies zo’n ramp worden!” Nee en nee.

Het is evident onwaar dat de interventie in Irak een totale mislukking was. De periode kort erna, grofweg tot 2006, was inderdaad een om te vergeten: er werden zowel politieke als militaire fouten gemaakt. De resulterende chaos werd uiteindelijk pas bedwongen dankzij een reeks uitgekiende militaire en diplomatieke operaties die collectief bekend zijn geworden als ‘The Surge’ – mede ontworpen door het Nederlands-Amerikaanse militaire genie Generaal Petraeus. Aan het eind van de ambtsperiode van president George W. Bush waren vriend en vijand het erover eens dat The Surge een succes was. Irak was gestabiliseerd, de gewapende oppositie vrijwel geheel uitgeroeid, regionale en tribale conflicten tot een beheersbaar niveau teruggebracht en de situatie in Bagdad gestabiliseerd. De progressieve commentator Peter Beinart, bepaald geen fan van Bush, schreef in januari 2009: “According to Michael O’Hanlon and Jason Campbell of the Brookings Institution, the number of Iraqi war dead was 500 in November of 2008, compared with 3,475 in November of 2006. That same month, 69 Americans died in Iraq; in November 2008, 12 did. Violence in Anbar province is down more than 90 percent over the past two years, the New York Times reports. Returning to Iraq after long absences, respected journalists Anthony Shadid and Dexter Filkins say they barely recognize the place. (…) If Iraq overall represents a massive stain on Bush’s record, his decision to increase America’s troop presence in late 2006 now looks like his finest hour.”

In arren moede construeerde Beinart een nieuw anti-Bush argument: “[Het succes van The Surge] still doesn’t justify the Bush administration’s initial decision to go to war, which remains one of the great blunders in American foreign policy history.” De interventie was een vergissing, ook al leidde hij tot de val van het genocidale regime van Saddam en de komst van een democratisch, het westen niet onvriendelijk gezind regime. Ook al bleek de bloedige oprisping na afloop van de invasie uiteindelijk precies dat: een oprisping.

De blunder van 2011

De huidige chaos is dan ook niet te danken aan de interventie maar aan het overhaaste, vrijwel zeker politiek gemotiveerde besluit om alle Amerikaanse troepen terug te trekken. Obama had in de aanloop naar de verkiezingen een concreet ‘succes’ nodig om het Amerikaanse electoraat te behagen. Sluiten van de gevangenis in Guantanamo bleek minder populair dan gedacht, terugtrekking van alle troepen uit Irak (“bringing the boys home”) was een bruikbaar alternatief. Toen de Iraakse premier Nouri Al-Maliki zo dom was om de onderhandelingen over een nieuw verdrag over blijvende Amerikaanse aanwezigheid te traineren, besloot Obama plotsklaps de hele Amerikaanse aanwezigheid – wapens en troepen – versneld uit het land terug te trekken.

Obama’s besluit is later fel bekritiseerd, onder andere door zijn eigen toenmalige CIA-directeur en latere Minister van Defensie Leon Panetta: “My fear, as I voiced to the President and others, was that if the country split apart or slid back into the violence that we’d seen in the years immediately following the U.S. invasion, it could become a new haven for terrorists to plot attacks against the U.S. Iraq’s stability was not only in Iraq’s interest but also in ours. (…) I privately and publicly advocated for a residual force that could provide training and security for Iraq’s military.” Het was dit besluit, en niet de eerdere interventie, dat de weg bereidde voor de opkomst van ISIS.

Schadelijke mythe

Zo hebben we het alleen niet onthouden. In ons collectieve geheugen was de Iraakse interventie een grote mislukking, van begin tot bloedig eind – de val van Mosul en de komst van het Kalifaat. En dus zijn we niet in staat een nieuw interventiescenario op zijn merites te beoordelen. Sterker nog, we zijn zo bang voor het herhalen van deze mythische ‘mislukking’ dat zelfs een relatief kleine operatie ter bestraffing van gebruik van chemische wapens door het moorddadige Assad-regime al geen politiek haalbare kaart meer is. Laat staan een grootschalige operatie zoals ik die hierboven beschreef.

Vladimir Poetin is veel te cynisch om geloof te hechten aan westerse mythes. Om toegang tot Syrische havens aan de Middellandse Zee te garanderen, is hij desnoods bereid het regime van Assad met inzet van maximale militaire middelen overeind te houden. Hij doet dus precies dat wat volgens ons ‘onmogelijk’ zou zijn omdat het eerder op een ‘rampzalige mislukking’ uit was gelopen.

Voor het Syrische volk is dit een ramp. Poetin zal zijn bommen zonder genade laten neerregenen op woonwijken en stadscentra, met nog meer burgerdoden tot gevolg. En als zijn interventie slaagt – wat vrijwel zeker het geval is – zitten ze voorgoed opgescheept met de Slager van Damascus als hun heerser. Voor het  Westen is de ramp evenmin te overzien. De honderdduizenden Syrische vluchtelingen die nu hier zijn, zullen nooit meer terug kunnen keren. Sterker nog, ze zullen vrijwel zeker gezelschap krijgen van nog eens honderdduizenden die het gecombineerde geweld van Assad en zijn Russische bondgenoten ontvluchten.

Zie daar de prijs van westerse non-interventie, en de schadelijke mythe van het ‘falen’ van de Iraakse interventie.