De aanvang van de islamitische revolutie in Iran in 1978-1979 luidde een tijd in waarin in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en ook andere delen van Azië en Afrika de politieke islam een opkomend fenomeen was. De politieke islam, ook wel het islamisme genoemd, is een ideologie die gebaseerd is op een gepolitiseerde versie van de islam, die uitgaat van het gegeven dat de islam een sturende rol zou moeten hebben in zowel de publieke sfeer als de privésfeer. Islamisten streven daarbij naar het stichten van een islamitische staat, waar Sharia-wetgeving ingevoerd is.

Het islamisme botste frontaal met het secularisme, dat vanuit veel staten in de MENA-regio (Midden-Oosten en Noord-Afrika) op dictatoriale wijze aan de samenleving werd opgelegd. Islamisten werden in veel landen in de regio dan ook in eerste instantie vervolgd. Die vervolging leidde soms tot radicalisering, in de vorm van de totstandkoming van allerlei terroristische organisaties, maar droeg ook bij aan de evolutie van het islamisme. De evolutie van een ideologie die zich pertinent keerde tegen de democratie, omdat de macht immers bij God lag, en niet bij een door mensen gekozen regering, tot een beweging die in diverse landen begon te participeren in een democratisch systeem.

Plotseling waren de islamisten niet langer tegen de democratie, maar vormden zij partijen die van de democratie gebruik wilden maken om middels politieke zeges geleidelijk aan hun doelen te kunnen bereiken. Dat doel lag in het tot stand brengen van een islamitische staat, en de democratie was het instrument hiertoe. Wilden de islamisten eerst nog deze islamitische staat tot stand doen brengen middels de islamisering van de samenleving, bottom up dus, geleidelijk aan veranderde dit een meer top down benadering. Want waarom zou je de staat niet als instrument kunnen gebruiken in het geleidelijk aan islamiseren van de staat en samenleving?

Toch heeft deze strategie allesbehalve het gewenste effect geoogst. En dat valt in een aantal landen duidelijk terug te zien. Het eerste land is Iran zelf, waar het islamisme voor het eerst succesvol was. In 2009 vonden in het land al grootschalige protesten plaats, die in 2017-2018 nog eens dunnetjes werden overgedaan. Leuzen die hier onder meer bij werden geschreeuwd waren ‘Dood aan Khamenei’ (de opperste leider van Iran) en ‘weg met de Islamitische Republiek’. Ondanks het feit dat het regime nog steeds de touwtjes sterk in handen heeft zien we onder de bevolking dat het streven van de islamisten om vanuit de staat de samenleving te islamiseren eerder het omgekeerde effect tot stand heeft gebracht. In weinig landen in het Midden-Oosten zal de bevolking zo overwegend seculier zijn als Iran. Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat als het islamitische regime ten val komt Iran een seculiere, democratische republiek wordt.

Een vergelijkbare ontwikkeling zien we in Egypte. Hier wist de Moslimbroederschap bij democratische verkiezingen de macht te grijpen, om na een jaar weer onttroond te worden via een staatsgreep door een militaire junta. Gedurende de periode dat ze aan de macht was maakten de broeders zich weinig populair. Op dit moment voelt een groot deel van de Egyptische bevolking een sterke afkeer jegens deze groep, en jegens het islamisme in haar algemeenheid. De Egyptische samenleving begint langzaam maar zeker bottom up te seculariseren. Alleen al het dragen van een te lange baard roept in veel plaatsen de nodige weerstand op. In de jaren ’60 en ’70 was Egypte een relatief seculier land. Het is niet onwaarschijnlijk dat met de neergang van het islamisme het secularisme ook hier weer zal gaan bloeien.

Ook in Tunesië zien we dit gebeuren. Na de revolutie van 2011 was de islamistische Ennahda-partij de grote overwinnaar van de verkiezingen die volgden. De partij vormde een regering, maar deed een stap terug na grote protesten tegen haar bewind. Inmiddels is de partij de tweede partij van het land, in een coalitie met het seculiere Nidaa Tounes. Belangrijker nog is dat Ennahda openlijk gebroken heeft met het islamisme. De partij heeft besloten om voortaan religie en de staat van elkaar te scheiden, en niet langer via de staat te proberen de samenleving te islamiseren. De partij ontwikkelt zich dan ook van een islamistische partij steeds meer naar een islamdemocratische/islamitische conservatieve partij. Een voorbeeldrol die zij zou kunnen spelen voor islamisten elders in de regio, zoals in Marokko en Jordanië.

Is het einde van het islamisme als ideologie die steeds dominanter leek te worden in de MENA-regio dan voorbij? Deze vraag beantwoorden is koffiedik kijken. Maar het is zeker niet onwaarschijnlijk dat het islamisme over haar hoogtepunt heen is. In diverse landen zijn islamisten geleidelijk aan terrein aan het verliezen. Toekomstige democratisering in de regio zou dan ook wel eens kunnen leiden tot de opkomst van seculiere partijen, en de verdere neergang van de islamisten die geenszins in staat blijken te zijn om te leveren wat ze beloofden.

Voor Europa betekent dit dan ook dat de angst voor een mogelijke confrontatie met een derde totalitair systeem, na het fascisme en het communisme, uitblijft. Omdat het islamisme dan immers bezig is uit zichzelf te verdwijnen. Ook kan dit een positieve werking hebben op de democratisering in de MENA-regio. Lange tijd was het spookbeeld van een democratische machtsreep van islamisten een excuus voor dictators om de macht in handen te houden. Met de neergang van het islamisme valt dit excuus weg en zullen dictators in de regio werk moeten gaan maken van geleidelijke democratisering. Islamisten zullen in een dergelijk stelsel ongetwijfeld nog wel een rol spelen, maar deze zal waarschijnlijk niet meer zo groot zijn als die de afgelopen jaren in de diverse landen was. Het islamistische schip lijkt steeds verder weg te zinken. Dit kan door liberale democraten alleen maar als positief beoordeeld worden.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons