De Iraanse generaal Qassem Suleimani houdt het lot van Syrië, Irak en wellicht de hele regio in zijn handen.

Op het moment dat u dit leest zijn eenheden van het Iraakse leger (ISF) en sjiitische vrijwilligersmilities bezig Tikrit te omsingelen. Tegelijkertijd rukken Koerdische peshmerga’s vanuit het noordoostelijk gelegen Kirkuk op in de richting van de aan de Tigris gelegen geboorteplaats van Saddam Hoessein. Het is het belangrijkste offensief tot nu toe in de strijd tegen de Islamitische Staat in Irak. Als de stad en haar kwart miljoen bewoners  worden bevrijd, betekent dit de grootste nederlaag van het “kalifaat” tot nu toe (ter vergelijking: het met Amerikaanse luchtsteun van jihadi’s gezuiverde Kobani in Noord-Syrië had voor het begin van de strijd nog geen 50.000 inwoners).

De bevrijding van Tikrit zal worden toegeschreven aan luchtaanvallen door de anti-IS coalitie, aan interne verdeeldheid binnen de Islamitische Staat, aan de hervonden strijdlust van de ISF en sjiitische militieleden, aan de druk die de Koerden op verschillende fronten hebben opgevoerd. Kortom, aan een hele reeks factoren, maar waarschijnlijk niet aan de misschien wel belangrijkste in de strijd tegen IS: de hand van generaal-majoor Qassem Suleimani, commandant van de Al Quds-eenheden van de Iraanse Republikeinse Garde.

In de schaduw

Dit is precies zoals Suleimani het graag ziet, want de Iraniër opereert het liefst in de schaduw. Het past bij zijn karakter: de generaal wordt beschreven als zwijgzaam en bescheiden. (The New Yorker wijdde in 2013 deze long-read, getiteld The Shadow Commander, aan Suleimani.) Maar achter zijn onopvallende uiterlijk gaat een charismatisch en gevreesd leider en een geboren strateeg schuil, die meedogenloos de belangen van de Iraanse revolutie in het buitenland behartigt. Suleimani is tegelijkertijd pragmaticus en havik, zoals blijkt uit zijn haat-liefde relatie met de Amerikaanse autoriteiten.

Hoewel de commandant van de Al Quds-eenheden (genoemd naar de Arabische naam voor Jeruzalem, dat zij hebben gezworen te veroveren op de Israëli’s) door de VS als terrorist is bestempeld en tegen hem persoonlijk financiële sancties van kracht zijn, hebben Amerikaanse diplomaten en inlichtingendiensten ettelijke malen een beroep op Suleimani gedaan als het ging om het bestrijden van gemeenschappelijke vijanden. Kort na de aanslagen van 9/11 hielp hij de Amerikanen bij de strijd tegen de Taliban en Al-Qaida in Afghanistan. Iran zag deze extremistische soennitische groepen als een groot gevaar aan zijn oostgrens en was graag bereid hand- en spandiensten te verrichten voor Washington. De relatie tussen Suleimani en de Amerikanen verslechterde echter toen president George W. Bush verklaarde dat Iran een deel was van de “As van het Kwaad”. Het leidde tot een einde aan de samenwerking tussen Washington en Teheran en na de Amerikaanse inval in Irak tot een felle strijd met door Iran gesteunde sjiitsche milities.

Foto Qassem Suleimani

Toch wendden de VS zich in 2008 opnieuw officieus tot Iran om te bemiddelen in de strijd met het Mahdi-leger van de radicale sjiitische imam Moqtada al-Sadr. Suleimani kreeg een wapenstilstand voor elkaar, en ook was hij in 2010 een van de ontwerpers van het akkoord dat met Amerikaanse en Koerdische steun de sjiitische premier Nouri al-Maliki in het zadel hielp. De relatie tussen Washington en Suleimani weerspiegelt de spagaat waarin het Amerikaanse beleid ten opzichte van Iran al sinds de Islamitische revolutie van 1979 gevangen zit: aan de ene kant een afkeer van het fundamentalistische regime in Teheran met zijn haat voor de Joodse staat, aan de andere kant het bestaan van zoveel gemeenschappelijke vijanden in het soennitisch-jihadistische kamp dat samenwerking onvermijdelijk is.

Want dat is steeds de belangrijkste drijfveer in het buitenlandse beleid van de Islamitische Republiek geweest: de angst voor de soennitische overmacht binnen de islamitische wereld. Een drijfveer die het in de praktijk keer op keer wint van de Iraanse afkeer van het Westen en de haat tegenover Israel. Wat door Bush zo kortzichtig werd beschreven als de “As van het Kwaad” (Irak, Iran en Noord-Korea – drie staten die in 2002 nauwelijks betrekkingen met elkaar hadden), ziet Teheran als de “As van Verzet”: de Iraanse Islamitische Republiek, Bashar al-Assads Syrië en Hezbollah in Libanon. Al wordt dit vaak geïnterpreteerd als “verzet” tegen Israel en het Westen, gaat het in de praktijk vooral om het overleven in de strijd tegen soennieten: de Golfstaten (geleid door concurrent en erfvijand Saoedi-Arabië), niet-sjiitisch Irak en sinds een paar jaar Al-Qaida en IS.

Overlevingsstrijd

Het is deze overlevingsstrijd van de sjiieten die Iran ertoe heeft gedreven Assad koste wat het kost in Syrië in het zadel te houden en het is de reden dat Qassem Suleimani eind 2012 de regie over de burgeroorlog in dat land naar zich toetrok. Suleimani had er het juiste CV voor: nadat hij vanaf 1998 de Al Quds-eenheden onder zijn bevel kreeg, bouwde hij Hezbollah om tot een gedisciplineerd leger dat erin slaagde met een aanhoudende guerrillaoorlog het almachtige Israëlische leger (IDF) uit Zuid-Libanon te verdrijven en vervolgens in 2006 een volledig onverwachte overwinning op datzelfde IDF te behalen.

Suleimani greep met harde hand in en reorganiseerde het tot op het bot gedemotiveerde Syrische leger (SAA). Iraanse officieren namen de planning, training en logistiek van het SAA over en Suleimani wendde zich tot zijn vriend, Hezbollahleider Hassan Nasrallah, voor steun op het slagveld. Nasrallah deelde Suleimani’s zorg dat de val van Assad de aanvoerlijnen tussen Iran en Libanon zou doorsnijden en dat daarom het regime in Damascus ten koste van alles moest worden behouden. Duizenden goedgetrainde, gedisciplineerde en gemotiveerde Hezbollahstrijders stroomden eind 2012 Syrië binnen. In de lente van 2013 leidde het tot het voorlopige keerpunt in de Syrische burgeroorlog: de Slag om Qusayr. Geleid door Suleimani’s officieren van de Iraanse Republikeinse Garde en voorgegaan in de strijd door Hezbollahs stoottroepen bracht het SAA de Syrische rebellen voor het eerst een grote militaire nederlaag toe.

Sindsdien heeft het regime van Assad nauwelijks nog terrein verloren aan de coalitie van (snel verdwijnende) gematigde rebellen en jihadisten in Syrië. Maar Suleimani wachtte een nog belangrijkere klus: de strijd in Irak tegen de Islamitische Staat. Aan het begin van de zomer van vorige jaar liepen de jihadisten van IS in sneltreinvaart het voornamelijk door soennieten bevolkte westen van Irak onder de voet. Het vooral op papier bestaande Iraakse leger (ISF) was niet bestand tegen het fanatisme van de jihadi’s die hun rangen zagen aangevuld met ontevreden soennieten. De Anbar-provincie viel, Mosul – de tweede stad van het land – viel en de val van Bagdad zelf leek slechts een kwestie van tijd.

Terwijl de Amerikanen treuzelden met het bewapenen van de anti-IS strijders en het uitvoeren van bombardementen, zorgde Suleimani ervoor dat wapens, munitie en vrijwilligers het front bereikten

Een klein, voornamelijk door sjiitische Turkmenen bewoond stadje in Centraal-Irak hield stand tegen de opmars van IS. Tegen alle verwachting in slaagden de resten van het ISF erin in september het beleg te breken en Amerli te ontzetten. Hierbij werd de ISF gesteund de Asaib Ahl al-Haq militie, een sjiitische brigade die ook al in Syrië zijn sporen had verdiend. Zowel de inzet van Asaib Ahl al-Haq en het tegenoffensief dat Amerli ontzette was het geesteskind van… Qassem Suleimani. Terwijl de Amerikanen treuzelden met het bewapenen van de anti-IS strijders en het uitvoeren van bombardementen, zorgde hij ervoor dat wapens, munitie en vrijwilligers het front bereikten. Een maand later behaalde dezelfde coalitie van Iraakse regeringssoldaten en sjiitische vrijwilligers opnieuw een onverwachte overwinning op de Islamitische Staat tijdens Operatie Ashura, waarbij gebied ten noorden van Bagdad werd heroverd en de dreiging tegen de Iraakse hoofdstad werd weggenomen. Opnieuw was Suleimani de architect.

Het heeft de generaal een bijna mythische status verschaft. Zijn naam wordt gebruikt om het moreel van troepen op te vijzelen, zowel in Irak als in Syrië. Er zijn dagen waarop Suleimani in beide landen tegelijk wordt “gezien”. Dat hij een geboren leider is, staat buiten kijf, nog voor hij 30 jaar oud was leidde Suleimani een divisie tijdens de oorlog tussen Iran en Irak in de jaren ’80. Als hij het front bezoekt, weigert de generaal een kogelwerend vest te dragen en hij is een van de weinig commandanten in de regio die erom bekend staat zich het lot van zijn soldaten persoonlijk aan te trekken.

Meedogenloos

Toch is Suleimani gevreesd en meedogenloos. Zijn status als internationaal terrorist is gebaseerd op de vele aanslagen waarin zijn Al-Quds Eenheden en het indirect door hem geleide Hezbollah de hand hadden. De generaal is een persoonlijke vriend van de religieuze hard-line leider van Iran, Ali Khamenei. Al is hij zelf niet overdreven gelovig, toch wordt Suleimani gezien als een havik binnen het regime van Teheran. Toen in 1999 een studentenopstand uit de hand liep en het islamitisch regime in Teheran zelf leek te bedreigen, was hij een van twaalf generaals die de gematigde, toenmalige president Khatami dwong hard op te treden door te dreigen met een militaire staatsgreep.

Dat zijn drijfveer eerder nationalisme dan islamitisch fanatisme lijkt te zijn, maakt het toch keer op keer mogelijk zaken met Suleimani te doen. De Amerikanen zullen het niet graag toegeven, maar op dit moment zijn de Iraniërs de drijvende kracht in de strijd tegen de Islamitische Staat in Irak en bij het bestrijden van zowel IS als Al-Qaida in Syrië. Suleimani’s successen op het slagveld hebben hem de facto de opperbevelhebber van het Iraanse, Syrische en Iraakse leger en van machtige milities als Hezbollah en Asaib Ahl al-Haq gemaakt. Het vermogen coalities te sluiten met zijn vijanden, de mengeling van angst en bewondering die zijn Amerikaanse en zelfs zijn Israëlische tegenstanders voor hem koesteren en zijn strategisch inzicht maken generaal-majoor Qassem Suleimani de misschien wel machtigste man van het Midden-Oosten. Al had u misschien nog nooit van hem gehoord.