Afgelopen week bleek uit een peiling dat de Alternative für Deutschland (AfD), wanneer er nu verkiezingen gehouden zouden worden, de tweede partij van Duitsland zou worden. De sociaal-democratische SPD, ooit de grote linkse volkspartij, zit onder de twintig procent.

 

Van de huidige zes landelijke partijen zou de liberale FDP de minste stemmen behalen. Met negen procent zit ze zelfs een procent onder de meest linkse partij van Duitsland, Die Linke.

Vrijdag 21 september peilde het ZDF-journaal ook de kiezers in de twee deelstaten die in oktober verkiezingen houden, Beieren en Hessen. In Hessen lijkt de FDP eveneens hekkensluiter. In Beieren hebben ze een procent meer dan Die Linke. Met vijf procent zitten ze precies op de kiesdrempel. En als Die Linke het Beierse parlement niet haalt, wordt de FDP alsnog de kleinste partij.

En dat terwijl, op papier, de omstandigheden ideaal konden zijn! De christen-democratische CDU was sinds haar oprichting in 1949 altijd de rechts-conservatieve volkspartij, maar is onder Angela Merkel naar het midden geschoven. Tussen 2010 en 2017 brak Merkel met vier punten die voor de achterban heilig waren. Ze schafte de dienstplicht af, besloot de kerncentrales te sluiten, opende de grenzen voor de Syrische vluchtelingenstroom (‘Wir schaffen das’) en liet stemmen over het homohuwelijk. Kerncentrales en homohuwelijk leek ze niet uit overtuiging te doen, enkel om electorale concurrenten – eerst de groenen, vervolgens de SPD, de pas af te snijden. Veel CDU-kiezers gingen zich afvragen of het nog zin had om CDU te stemmen, als die standpunten van andere partijen verwezenlijkte.

De oorspronkelijke oprichters van de AfD kwamen uit de achterbannen van CDU en FDP. Uit teleurstelling begonnen ze een nieuwe rechts-conservatieve partij. In juli 2015 verloren deze conservatieve liberalen echter bij een interne stemming van degenen die een populistische koers wilden varen. Meerdere oorspronkelijke voormannen van Alternative für Deutschland zegden hun partijlidmaatschap op.

Tussen een CDU die steeds minder de rechtse kiezers vertegenwoordigd en de steeds extremer wordende AfD zouden genoeg kiezers te vinden moeten zijn. Waarom profiteert de FDP daar niet van?

 

Geen basis

Een structureel probleem is dat de FDP, in tegenstelling tot de VVD in Nederland, nooit een brede basis gehad heeft. Sinds de Bondrepubliek Duitsland in 1949 ontstond, heeft Duitsland twee grote volkspartijen, SPD en CDU, die kiezers uit alle lagen van de bevolking wisten te verbinden. De FDP schommelde hooguit tussen de vijf en tien procent. Tussen 2013 en 2017 zat ze niet eens in de Bondsdag, het federale parlement. De partij heeft in Duitsland een uiterst kleine basis.

De partij heeft in het verleden politici gehad die ook buiten de partij werden gewaardeerd. De eerste bondspresident, Theodor Heuss (1949-1959) was liberaal, net als de vierde, Walter Scheel (1974-1979). Partijleider Hans-Dietrich Genscher was van 1974 tot 1992 vrijwel ononderbroken buitenlandminister en vicepremier. De Duitse hereniging wordt voor een groot deel toegeschreven aan zijn diplomatieke koers. Genscher verwierf extra krediet door vrijwillig zijn ambt neer te leggen én door na de hereniging weer in de Oost-Duitse gemeente te gaan wonen die hij als jonge dissident ontvluchtte.

Het is alleen lang geleden dat de FDP gezaghebbende politici had. Guido Westerwelle was veelbelovend in de oppositie, maar mislukte als minister van Buitenlandse Zaken (wellicht een te opvallende poging Genscher te imiteren?) in het tweede kabinet-Merkel. Zo bleek het nadeel van iemand minister maken die geen bestuurlijke ervaring had, ook niet als wethouder of burgemeester. De huidige nummers een en twee in de liberale fractie, Christian Lindner en Wolfgang Kubicki, hebben een lange staat van dienst als mediagenieke volksvertegenwoordigers – maar zijn nooit bestuurder geweest.

Daarnaast staat de FDP bekend als one-issuepartij. Ze zouden niet verder komen dan marktwerking en belastingverlaging. Voor de markt kan al op CDU gestemd worden.

 

VVD voorbeeld voor FDP?

Een lastig, voor de FDP, onoverkomelijk probleem: in Duitsland beschouwen rechtse kiezers zichzelf als bürgerlich. Ze zijn niet enkel economisch rechts, ze hechten ook aan immateriële waarden: gezag, traditie, het traditionele gezin. In Duitsland zijn rechtse kiezers overwegend conservatief. De FDP is rechts op materiële thema’s en links op immateriële. Ze zijn voor abortus, euthanasie en homohuwelijk. Voor rechtse CDU-ers is die partij daarom geen alternatief.

In Nederland is het anders. Hans Wiegel en Frits Bolkestein brachten met hun conservatieve uitstraling de VVD op grote hoogten, maar het partijkader vond hen te populistisch. Zelfs binnen het CDA wordt de conservatieve koers van Sybrand Buma niet door iedereen gewaardeerd. Hier is conservatisme op immaterieel vlak geen garantie voor succes.

MAAR: door hun liberaal-conservatieve uitstraling wisten Wiegel en Bolkestein zich wel acceptabel te maken voor kiezers van VVD én CDA. Ook Mark Rutte werd pas een succesvolle partijleider toen hij zich, in de loop van 2009-2010, een rechtser imago ging aanmeten. En binnen de VVD waren abortus en euthanasie vrije kwesties. Sommige Kamerleden stemmen voor, andere tegen, naar gelang het eigen geweten.

Mogelijk neigen rechtse kiezers in Nederland meer naar het liberalisme en in Duitsland naar het conservatisme. Deze twee stromingen worden vaak tegenover elkaar geplaatst. Beide ideologieën hebben echter onderstromingen. De combinatie van liberalisme en conservatisme lijkt succesvoller dan een voorkeur voor een van de twee.

VVD-leiders die zich afzetten tegen het CDA waren vaak minder succesvol dan leiders die ook rekening hielden met de CDA-achterban. Dus wellicht moet de FDP oog krijgen voor hoe CDU-kiezers denken en voelen. Een aanpak die vooralsnog niet besteed lijkt aan partijleider Lindner.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons

 

De val van de Duitse liberalen…