De opmars van de militaire leider Khalifa Haftar, gesteund door Egypte en de Emiraten, naar de hoofdstad van Libië, Tripoli, is vooralsnog in de zuidelijke buitenwijken van de stad gestrand door West-Libische milities die loyaal zijn aan de door Verenigde Naties erkende regering in Tripoli. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn er sinds de start van het offensief 443 doden gevallen,2110 gewonden en bijna 60.000 ontheemden.

‘Er waren juist onderhandelingen bezig voor een nieuwe regering, die pro-Haftar zou worden met veel concessies, maar het was hem niet genoeg’, zegt Jalel Harchoui, Libië-onderzoeker bij Clingendael. De generaal zegt een oorlog tegen ‘islamitische extremisten’ te voeren, maar feit is dat hijzelf naar schatting honderden door Saoedi-Arabië gesteunde hardcore salafisten en de door het Internationaal Strafhof gezochte commandant Mahmoud al-Werfalli onder zijn gelederen heeft. ‘De huidige Tripolitaanse milities zitten ideologisch met Haftar op een lijn, ze zijn geen Moslimbroeders maar zelfs anti Moslimbroeders’, zegt Harchoui, ‘het conflict gaat om territorium en macht.’ ‘Extremistische militanten zijn een kleine minderheid van de troepen die tegen Haftar vechten’, aldus Wolfram Lacher, onderzoeker aan de Duitse Denktank Stiftung Wissenschaft und Politik (SWP) tegen Reuters. ‘Hun aantal wordt om propagandistische redenen overdreven’. ‘Ook al zijn veel Tripolitanen de milities beu, ze vragen zich terecht af of ze met Haftar niet een nieuwe Sisi-stijl militaire dictatuur krijgen’, zegt de Libisch-Amerikaans activiste Asma Youssef.

Toch is het de inzet van de broodheren van generaal Haftar, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte met Saoedi-Arabië en Frankrijk aan hun zij, dat alleen Haftar in Libië de chaos in Libië kan bedwingen. Met het onuitputtelijke oliegeld hebben de Emiraten en Saoedi-Arabië vanaf het begin van de Arabische lente in 2011 geprobeerd een contrarevolutie te bewerkstelligen, om zo de pro-democratie bewegingen in de kiem te smoren. Hun strategie bestond en bestaat nog steeds uit de volgende speerpunten: gooi er veel geld tegen aan, zet overal propaganda tv-zenders op, zorg dat de bevolking moe wordt van de moeizame machinaties van –een eventuele- democratie en maak haar, vooral via genoemde propagandazenders, rijp voor een sterke man. In het Egypte van president Sisi is die formule gelukt. De democratisch gekozen moslimbroeder President Morsi hield het precies een jaar vol maar – toen nog – minister van Defensie onder Morsi Sisi greep in en zette hem af, daarbij financieel zeer fors gesteund door genoemde machten op het Arabische schiereiland.

En diezelfde tactiek trachten beide landen eveneens toe te passen in Libië. En in Jemen. De diverse strijdgroepen vechten elkaar daar de tent uit, maar ook daarmee nemen Saoedi-Arabië en de Golfstaten genoegen. Het is bijna obsessief zoals ze alles liever hebben dan een regering waarin Moslimbroeders deelnemen aan de macht. Beide landen gooien IS, Al-Qaida, de Moslimbroeders, liberale activisten, feministen en demonstranten allemaal op de hoop van het terrorisme.

De contrarevolutie was op weg de volledige overwinning te vieren, ook door het uitschakelen van dissidenten buiten de Arabische wereld of, letterlijk, zoals in het geval van de Saudische journalist Jamal Khashoggi, en onlangs werd bekend dat de Palestijnse activist Iyad Baghdadi in Noorwegen ernstig bedreigd wordt vanwege zijn kritiek op de Saoedische kroonprins. Maar er werd roet in het eten gegooid. Want terwijl de ene revolutie met veel geweld wordt neergeslagen zoals in Jemen of met succes de nek om gedraaid zoals in Bahrein en Egypte, schieten andere revoluties weer als paddenstoelen de grond uit. De bevolking van Algerije zag haar kans schoon om de al zo lang verbeide trauma’s en onlustgevoelens te uiten bij de aankondiging dat de fysiek voltrekt onmachtige president Bouteflika zich voor een vijfde ambtstermijn meldde als president van het machtige olie- en gasland. De bevolking stroomde over de straten en pleinen met als resultaat dat de president zich terugtrok en zelfs aftrad.

In Soedan is de bevolking het repressieve en van corruptie doortrokken bewind van de door het Internationaal Strafhof in Den Haag gezochte president en oorlogsmisdadiger Omar al-Bashier spuugzat. Het resultaat is dat al-Bashier vertrok en ook nog eens legerleider Auf die het slechts een dag uithield. Saoedi-Arabië, de Emiraten, Egypte en Bahrein spraken hun steun voor de militaire interimraad uit en Saoedi-Arabië en de Emiraten zegden die raad al 3 miljard dollar aan steun toe. De bevolking heeft echter van de contrarevolutie in Egypte geleerd: ze wil geen overgangsregering die door de militairen wordt gecontroleerd. Ze wil een echte civiele regering. Vast staat zo dat de geest van de Arabische Lente, die ‘de val van het systeem’ (de meest gehoorde slogan) en rechtvaardigheid en vrijheid eist, nooit is gedoofd.

En nog iets anders staat vast. De contrarevolutie, gespekt met veel oliegeld, en speculerend op de aantrekkelijk sterke man, heeft geen vat gekregen op de Arabische Lente. We zullen zien dat Libië wellicht ontaardt in een ware burgeroorlog en daar zullen Saoedi-Arabië en de Golfstaten ook wel genoegen mee nemen, want interne strijd vinden zij altijd beter dan een democratisch bewind. Maar de ontwikkelingen in Algerije en Soedan tonen aan dat het dweilen met de kraan open is. Wie het Midden-Oosten bestudeert weet dat in die regio elk ondenkbaar scenario, in negatieve en positieve zin, bewaarheid kan worden. In negatieve zin: wie had ooit gedacht dat er een aantal jaren een ‘kalifaat’ zou bestaan? En in positieve zin: wie had ooit gedacht dat Tunesië een ware democratie geworden is waar seculiere en religieuze partijen de macht delen en verkiezingsnederlagen accepteren; dat de Algerijnen, zich zeer bewust van de drama’s van de contrarevolutie, de straat opgaan en hun president tot aftreden weten te dwingen en dat de Soedanezen hetzelfde bereikt hebben? De machten achter de contrarevolutie dachten dat na veel inspanningen en na miljarden in het neerslaan van de revoluties te hebben gepompt de buit binnen was. Maar het bleek een onderschatting van de drang naar vrijheid, gelijkheid en mensenrechten.