In de tweewekelijkse rubriek De Correspondent chat Jalta met Nederlanders in den vreemde. Waarom hebben ze Nederland achter zich gelaten? Welke lessen hebben ze geleerd in hun nieuwe thuisland? En heeft de emigratie ze gelukkiger gemaakt? Vandaag deel 7: Bettie van der Ster (31), geboren en getogen in Waarder (Zuid-Holland), woont sinds 2006 in Roemenië. “Voordeuren kunnen hier van beide kanten open zonder sleutel.”

Amsterdam, Nederland 14.03 uur
Archid, Roemenië, 15.03 uur

Bettie met haar man Efraïm en zoon Fabian

Bettie met haar man Efraïm en zoon Fabian

Wat bracht jou naar Roemenië?
“Ik was hier in 2004 voor een werkvakantie met de stichting Operatie Yes en leerde toen Efraïm kennen. Ik ben daarna teruggekomen en we kregen een serieuze relatie. Ik ben nog een paar keer heen en weer gereisd en heb een paar maanden vrijwilligerswerk gedaan in het zuiden van Roemenië. Maar omdat het onderhouden van een langeafstandsrelatie best moeilijk bleek, heb ik snel de keuze gemaakt. Eind 2006 ben ik geëmigreerd en drie maanden later zijn we getrouwd. Wat de keuze makkelijker maakte was dat ik net was afgestudeerd en nog geen baan had.”

Vond je het moeilijk om Nederland achter te laten? Of wilde je al langer weg?
“Nee, ik had nooit gedacht dat ik zou emigreren. Het heeft ook best lang geduurd voordat ik überhaupt de gedachte kon accepteren dat ik in Roemenië woon en nooit meer zal terugkeren naar Nederland. Nog steeds als ik in Nederland ben en weer naar huis ga, vind ik het moeilijk.”

Je had Roemenië al vaker bezocht, maar er wonen is echt iets anders kan ik me voorstellen. Waar moest je aan wennen?
“In het begin aan alles: de dagbesteding, het eten, de taal, echt alles was anders. Maar het moeilijkste vond ik dat mijn man ging werken en ik niets te doen had. Ik kon niet werken, want ik moest Hongaars leren en in dit dorpje is niets anders te doen dan landbouw. Mijn man spreekt ook alleen Hongaars, want wij wonen in het deel van Roemenië dat vroeger tot Hongarije behoorde. Ik heb de taal dus heel snel moeten leren. En nog altijd vind het moeilijk dat ik financieel niets bijdraag en daarin dus afhankelijk ben van mijn man.”

“Wij wonen echt in the middle of nowhere”

Wat doe je in het dagelijkse leven?
“We hebben een zoon, Fabian, van zes. Ik zorg voor hem, want er is hier geen kinderopvang. Verder heb ik een groentetuin. Ook hebben we velden waar we maïs, druiven, aardappels en dergelijke verbouwen. Dus ik heb genoeg te doen, maar toch zou ik natuurlijk het liefst een baan hebben. Banen vind je alleen in de stad en daarvoor zou ik Roemeens moeten leren.”

“Ik heb moeten leren om geduld te hebben.”

“Ik heb moeten leren om geduld te hebben.”

Is het dorp waar je woont enigszins te vergelijken met het Nederlandse platteland?
“Nou, nee niet echt. Ons dorpje ligt echt in the middle of nowhere! We hebben een paar kruideniertjes waar je niet eens alles kunt krijgen, een school, een reformatorische kerk, waar ik lid van ben, en een baptistengemeente. Dat is alles. Voor bepaalde boodschappen en medische voorzieningen moeten we naar de dichtstbijzijnde stad, Zalau.”

Hoeveel inwoners heeft het dorp ongeveer?
“Oei, daar vraag je me wat. We hebben 180 huizen, dus het zal wel enkele honderden zijn.”

Aan welke gebruiken in Roemenië moest je wennen?
“Dat iedereen zo maar bij elkaar binnenloopt. Ik was thuis altijd erg om mezelf, zat veel op mijn kamer. En nu woonde ik opeens in een huis waar de oma van mijn man woonde, zijn ouders en wij. Zijn oma is intussen al een paar jaar overleden en mijn schoonouders wonen nu in een huisje naast ons, dus nu hebben we ons eigen plekje. Dat is wel prettig. Maar ook buren, dorpsgenoten – iedereen loopt gewoon bij elkaar binnen. Bij mij is dat trouwens nu niet meer zo, want mensen weten nu wel een beetje hoe ik ben.”

Is Roemenië een land waar bewoners je als buitenlander snel accepteren?
“Als je uit Nederland komt accepteren Roemenen en de Roemeense autoriteiten je wel, want je komt uit een ‘goed’ land. Ik denk dat ze in dit dorp iedereen wel accepteren, maar bij de autoriteiten krijgen mensen die uit armere landen komen het wel moeilijker.”

“Je familie achterlaten is moeilijk.”

“Je familie achterlaten is moeilijk.”

Ik heb begrepen dat jullie dorp geen geasfalteerde wegen heeft.
“Haha, dat was wel zo ja. Maar inmiddels is dat veranderd. Eerst is de hoofdstraat gedaan en sinds twee jaar heeft onze straat ook asfalt.”

Hoe is het levenstempo in Roemenië?
“Ik heb moeten leren om geduld te hebben. Hier gaat alles op het gemak. We hebben pas ook sinds twee of drie jaar internet in het dorp. Zelfs vaste telefoon hadden we niet in het begin, want er zijn in dit dorp maar een bepaald aantal telefoonnummers. Pas als iemand anders het zijne weg doet, kan een ander dat nummer overnemen. Nu komen er wel meer maatschappijen in het dorp, dus zijn er meer mogelijkheden wat betreft internet en telefoon.”

Als je daar eenmaal gewend bent, kan ik me voorstellen dat je schrikt als je weer in het drukke Nederland bent.
“Dat denkt iedereen, maar vreemd genoeg lijkt het of ik nooit ben weggeweest. Ik vind het juist heel moeilijk om weer naar huis te gaan.”

“Ik vind Nederland wat grauwer geworden”

Mis je Nederland vaak?
“Ik heb nu genoeg te doen en verveel me absoluut niet. Ik ben helemaal gesetteld en heb nu hier mijn kleine gezinnetje, dus op die manier mis ik het niet. Maar als ik Efraïm niet had ontmoet, dan was ik niet geëmigreerd. Ik ben hier echt alleen voor hem naar toe gekomen.”

Volg je de politiek een beetje in Roemenië? Hier lezen we er zelden iets over.
“Ik mag niet stemmen, want ik heb nog niet de Roemeense nationaliteit, dus ik verdiep me er niet echt in. Mijn indruk is dat alles hier vroeger vrij corrupt was, maar dat dit nu wel aangepakt wordt sinds het land bij de Europese Unie hoort.”

Hoe kijk je nu naar Nederland?
“Ik vind het land wel wat grauwer geworden. Nederlanders zijn altijd van het accepteren van elkaar, maar ik constateer juist een ommezwaai naar het niet altijd meer accepteren van anderen. Maar misschien is dat wel wereldwijd aan de gang, want ik zie het soms ook in mijn dorpje hier.”

Het dorpje Archid

Het dorpje Archid

Wat kunnen Nederlanders leren van Roemenen?
“Dat je samen meer kunt bereiken dan alleen! Hier helpen de mensen elkaar als er wat is, terwijl mensen in Nederland vaak hun eigen buren niet kennen. Wat dat betreft ben ik overigens ook nog een echte Nederlander, want ik los het liefst alles zelf op. Afspraken worden hier ook veel makkelijker gemaakt. Sterker nog: eigenlijk worden er nauwelijks afspraken gemaakt, mensen lopen gewoon bij elkaar naar binnen. Er komt geen agenda of telefoon aan te pas. Voordeuren kunnen hier altijd van beide kanten open zonder sleutel en niet, zoals in Nederland, alleen van de binnenkant.”

“Love travels with you wherever you go”

Waar komt die saamhorigheid vandaan?
“Ik denk dat het een overblijfsel is van het communisme. Vooral de Hongaren hadden het in die tijd best moeilijk, zo heb ik me laten vertellen. Mensen kwamen vaak bij elkaar over de vloer omdat er geen televisie en internet was. De kinderen speelden samen buiten. Maar ook dat verandert langzaam. Ook hier zitten nu velen ’s avonds voor de tv of achter de computer.”

Welke rol speelt religie in Roemenië?
“Religie speelt een best grote rol in Roemenië. Iedereen is wel lid van een kerk. Dat is misschien wel omdat bij overlijden de dominee de begrafenis leidt. Je hebt hier geen begrafenisondernemers. Roemenen zijn vaak orthodox en Hongaren reformatorisch of baptist. Als er iets wordt georganiseerd, is het door de kerk – in elk geval in ons dorp. Atheïsten zullen er ongetwijfeld zijn, maar ik ben er hier nog nooit één tegengekomen.”

Wat kunnen Roemenen leren van Nederlanders?
“Ik denk toch wel dat georganiseerde. Nederlanders komen gewoon op tijd. En als ze iets zeggen, dan doen ze het ook. Dat is hier wel anders. Ook het onderwijs is in Nederland stukken beter ontwikkeld dan hier.”

Heeft de emigratie je gelukkiger gemaakt?
“Het belangrijkste is: love travels with you wherever you go. Als we kunnen kiezen tussen wonen in Nederland en wonen hier, dan blijft het toch Roemenië. Mijn man zou absoluut niet gelukkig zijn in Nederland, terwijl ik dat hier wel kan zijn. Natuurlijk is het moeilijk om je familie achter te laten. Dat is het nog altijd. Maar gelukkig kunnen we via internet contact houden.”