Op 29 mei werd op BBC 2 het eerste deel uitgezonden van de driedelige documentaire-reeks Grammar Schools: Who Will Get In?, dinsdagavond tussen 22 en 23 uur (herhaling op zaterdag). De makers tonen beelden van een basisschool en twee middelbare scholen in Bexley, een district in Zuidoost-Londen. Eén van de middelbare scholen, Townely, is een grammar school. Alleen leerlingen die aan het einde van de bassischool goed scoren op het toelatingsexamen, het 11 plus exam, maken kans om toegelaten te worden op Townely.

 

Ander onderwijssysteem

Het Britse middelbare onderwijs is heel anders dan het Nederlandse, vandaar dat de term grammar school hier onvertaald blijft. In Nederland volgens kinderen op de basischool hetzelfde programma. Bij het betreden van de middelbare school vindt echter selectie plaats. Kinderen met een praktische aanleg gaan naar het vmbo, kinderen die theoretisch ingesteld zijn gaan naar havo, vwo of zelfs gymnasium. Een school die alle onderwijstypen aanbiedt, oftewel scholengemeenschap, kan in theorie een tweejarige ongedeelde brugklas hebben, maar uiterlijk bij het betreden van de derde klas worden leerlingen ingedeeld naar schooltype. Veel scholengemeenschappen hebben echter al mavo/havo en havo/vwo-brugklassen. Daarnaast zijn er ‘categorale’ scholen die alleen vmbo of havo/vwo aanbieden en hebben we zelfs zelfstandige gymnasia.

Britse kinderen gaan als ze elf zijn naar de middelbare school, op elfjarige leeftijd. Zij worden dan niet ingedeeld op leerniveau. In principe gaan alle leerlingen van hun elfde tot hun zestiende levensjaar, dus tot en met de vierde klas van de middelbare school, naar dezelfde school (comprehensive school of modern secondary). Tussen 11 en 14 jaar, als het ware van groep 8 tot en met de tweede klas van het middelbaar, volgen ze hetzelfde programma, met hooguit een of twee keuzevakken. Daarna kiezen ze hun vakkenpakket voor de laatste twee jaar. Op zestienjarige leeftijd leggen leerlingen een algemeen eindexamen af, voor het General Certificate of Secundary Education (GCSE). Daarna volgen de praktische leerlingen een beroepsopleiding en volgen degenen met academische aanleg nog twee jaar A-level.

Nederlanders kunnen moeilijk begrijpen dat zo lang gewacht wordt met het indelen van leerlingen op onderwijsniveau. Didactisch vergt het van leraren heel andere vaardigheden om les te geven aan vmbo-leerlingen dan aan havo/vwo-leerlingen. Voor leerlingen speelt dat zij zich, niet lang na het verlaten van de basisschool, bewust worden van het verschil in aanleg. Twee of leerlingen in een klas die overwegend havo/vwo-aanleg heeft, gaan zich dom voelen. Twee of drie leerlingen in een klas met vmbo-aanleg riskeren als stuudjes te worden gepest.

Britten werpen tegen dat bij selectie op jonge leeftijd leerlingen voortijdig een stempel opgedrukt krijgen. Vanaf dan riskeer je een zichzelf waarmakende voorspelling: leerlingen die naar een lager onderwijsniveau gaan, gaan denken dat ze dom zijn en niet kunnen leren, waardoor ze niet meer gemotiveerd zijn om hun best te doen op school. Door latere selectie krijgen laatbloeiers meer kans, terwijl leerlingen die altijd al goed waren op latere leeftijd ook goed zullen scoren. Vroege selectie zou bovendien sociale ongelijkheid bevorderen. Vooral leerlingen die van huis uit het belang van leren meekrijgen zouden dan goed scoren. Door latere selectie hebben kinderen uit sociaal zwakke milieus meer kans om alsnog op school de juiste leerhouding op te doen.

De volledigheid gebiedt te zeggen dat het wel mogelijk is om bij de kernvakken – Engels, wiskunde, natuurwetenschap, vreemde talen – ingedeeld te worden in niveaugroepen. Om die reden loofden in de Volkskrant van 28 februari 2018 twee broers van Brits-Nederlandse afkomst het Britse schoolsysteem. Een van hen was in Nederland vastgelopen, waarop het gezin naar Engeland verhuisde. In Nederland had hij alle vakken op mavoniveau moeten volgen, in Engeland kon hij de vakken waar hij goed in was op hoger niveau volgen. In Engeland zou meer gekeken worden naar individuele verschillen dan in Nederland.

 

Selectieproces

Een tegenwerping zou kunnen zijn dat als het Britse openbare onderwijs inderdaad zoveel beter was, er geen behoefte zou bestaan aan een stelsel van particuliere scholen. Er is echter binnen het openbare onderwijs ook een alternatief voor de comprehensive school, de al vermelde grammar school. Leerlingen die hier toegelaten worden, volgen van hun elfde leerjaar tot aan hun achttiende (aangenomen kan worden dat grammar school-leerlingen ook opgaan voor A-level) onderwijs op hoog niveau. De vergelijking met categorale gymnasia in Nederland gaat niet helemaal op, maar het is eerder vwo dan havoniveau.

De documentaire volgde in de eerste aflevering vier leerlingen van het laatste jaar van de basisschool die zich voorbereidden op het toelatingsexamen. Omdat in Bexley een grammar school staat, is het vanzelfsprekender om daarheen te willen. Drie kinderen volgden zelfs al jaren bijles om hun toelatingskansen te vergroten. De ironie – of, gezien de kosten, tragiek – was dat alleen degene die geen bijles volgde voldoende scoorde om toegelaten te worden.

De aflevering toonde ook de voor- en tegenargumenten van dit selectieproces. De directrice van de basisschool vond het vervelend dat leerlingen op zulke jonge leeftijd zulke druk moeten ervaren. Degene die het niet halen, soms met maar drie punten te weinig, denken nu dat ze gefaald hebben, terwijl het verder slimme leerlingen zijn. De directeur van de grammar school – zelf afkomstig uit een arbeidersgezin, geen grammar school gevolgd – wierp tegen dat het eerder de ouders zijn die zulke druk uitoefenen. Hij wees erop dat het goed is voor de samenleving om de aanleg van leerlingen zoveel mogelijk te stimuleren. Hij wees op een uiterst gevolg van het alternatief: moesten leerlingen met bovengemiddelde aanleg dan minder aandacht krijgen, waardoor ze ook minder presteren?

Twee mensen gaven andere reacties dan je zou verwachten. Een lerares van de comprehensive school waardeerde juist het bestaan van grammar schools. Leerlingen die het toelatingsexamen niet haalden hebben weliswaar een teleurstelling te verwerken, maar die krijgen ze later in het leven ook wel. Nu kunnen ze nog leren daarmee om te gaan. En de leerlingen die het net niet haalden, blijken op de gewone school ijverige en ambitieuze leerlingen. Al was het maar om hun A-levels alsnog op de grammar school te mogen doen.

De moeder van het meisje dat wel door het examen kwam, had ook liever gezien dat leerlingen niet zo jong zo onder druk gezet werden. Haar oudste dochter zat er al op, waardoor de tweede dochter ook graag wilde. Als de een het wel haalt en de ander niet, welke spanningen levert dat dan op in het gezin? En welke druk zet je op degenen die het wel halen? “Ik zat ook op grammar school. Ik ben verpleegster geworden. Veel mensen vinden dat ik niet aan de verwachtingen heb voldaan”.

Ouders lijken grote invloed te hebben. Het meisje dat wel door het examen kwam, zette zichzelf onder druk, de ouders relativeerden het juist. Een meisje dat niet door de test kwam, uit een migrantengezin (moeder moest in Ghana van school omdat de ouders het lesgeld niet meer konden betalen), was door haar ouders onder druk gezet. De nacht voor de toets kwamen de ouders niet op het idee haar nachtrust te bevorderen door haar niet met de paar maanden oude baby in dezelfde kamer te laten slapen. Toen de uitslag kwam, huilden moeder en dochter.

 

Ideologisch beladen discussie

De vervolgafleveringen laten het verschil zien in sfeer en werkwijze op de twee middelbare scholen. De eerste aflevering gaf al een voorproefje. Op de comrehensive school zijn de verschillen binnen een klas namelijk erg groot. Mondige, leergierige kinderen aan de ene kant, kinderen die zo onzeker zijn dat ze anderen niets eens aan durven kijken aan de andere kant. Daarnaast blijkt de mentor ook sociale en maatschappelijke problemen aan te moeten pakken, zoals het belang van ontbijten voor je naar school gaat.

Daarbij vergeleken lijkt de grammar school enkel luxeproblemen te kennen. Zo worden leerlingen erop gewezen dat ze op hun vorige school gewend waren altijd hoge cijfers te halen, maar dat ze nu ook lagere cijfers kunnen krijgen. De nadruk ligt daarom niet op onfeilbaarheid, maar op doorzettingsvermogen, juist als het tegen zit of je geen zin hebt.

In Engeland is het onderwerp grammar school zwaar ideologisch beladen. Toen Tony Blair in 1997 premier werd, werden grammar schools niet afgeschaft. Bij wet werd wel verboden nieuwe op te richten. Bij haar aantreden als premier verklaarde Theresa May in 2016 juist meer grammar schools te willen (Cameron had er nooit aandacht aan besteed. Die zette eerder in op het mogelijk maken van bijzonder onderwijs: scholen opgericht door ouders, zonder dat het meteen privéscholen werden). Oppositieleider Corbyn is daar tegen, omdat ALLE leerlingen goed onderwijs verdienen, niet alleen de slimste.

De eerste aflevering toonde echter een bedroevende statistiek: In Bexley haalde 98% van de grammar school-leerlingen een voldoende voor GCSE in Engels en wiskunde. Op de comrehensive lukte dit slechts een kwart van de leerlingen…

Vanuit Nederlands oogpunt zit de tragiek vooral in het ‘alles of niets’-gehalte. Als de Britse comprehensive schools na een tweejarige brugklas alsnog hun leerlingen zouden onderverdelen in praktische leerlingen, in leerlingen met academische aanleg en een tussenniveau voor leerlingen die na hun zestiende wel doorleren, maar niet aan de universiteit, zou de kwaliteit al kunnen verbeteren. Praktische leerlingen leren nu eenmaal anders dan mogelijke vwo-ers. Het Britse openbare onderwijs heeft echter niets tussen het categorale gymnasium aan de ene kant en de scholengemeenschap aan de andere. Niet eens afzonderlijke vmbo- of havo/vwo-scholen.