Bij de omschrijving “bling bling kleptocraten” moet je denken aan obscure oliestaatjes, lucratieve gasdeals en presidenten die handen breken met een ferme linkerhanddruk terwijl ze met hun rechterhand een beer temmen.

In Europa hadden we tijdelijk de Italiaanse premier Silvio Berlusconi, maar deze is hard van zijn Italiaanse sokkel gedonderd en omringt zich tegenwoordig met incontinente dementerende bejaarden, niet meer met huppelende televisiemeisjes (de zogeheten “veline”). Toch moeten we Berlusconi niet zien als een uitzondering. Het fenomeen van obscure zakenmannen die de politiek ingaan zal – ook binnen de Europese Unie – de kop op blijven steken. Misschien wel vaker dan ooit, want ook binnen de Europese Unie bevinden zich (steeds meer) landen die een periode van chaos hebben gekend in hun transitie van communisme naar democratie. Ook in Europa hebben daarom enkele slimme jongens optimaal gebruik gemaakt van deze chaos, hun fortuin via staatsbedrijven op dubieuze wijze opgebouwd, om uiteindelijk te besluiten om – bij wijze van nieuws machtsspeeltje – de politiek in te gaan. Zo ook in Tsjechië, waar media-mogul en miljardair Andrej Babis zijn opmars maakt.

De door Tsjechen liefkozend “Babisconi” genoemde politicus won de verkiezingen twee jaar geleden en nam plaats in de regering als de Minister van Financiën. Vooral dit laatste wekt (buiten Tsjechië) zorgen: minister Babis moet aanvragen voor EU-subsidies goedkeuren, die worden ingediend door directeur Babis: binnen zijn Agrofert Holding zitten ongeveer 230 bedrijven, waaronder land- en tuinbouwbedrijf Agrofert, dat 2.3 miljoen euro aan EU-subsidies ontving. Deze aanvraag moest niet alleen goedgekeurd worden door Babis als minister van Financiën, maar ook door de minister van Milieu, Richard Brabec. Laat Brabec nou net toevallig een voormalig directeur van een van de petrochemische bedrijven binnen Agrofert zijn… Ondertussen heeft Agrofert de afgelopen jaren haar portefeuille flink uitgebreid, en met name mediabedrijven binnengehaald.

Dit is geen vreemde gang van zaken in Tsjechië. Zo had de vorige minister van Buitenlandse Zaken, Karel Schwarzenberg, aandelen in tijdschrift Respekt. Kolenboer en miljardair Zdenek Bakala is tevens eigenaar van een van de grootste uitgevers. Toch is het in het geval van Babis andere koek: hij heeft namelijk geen tijdschrift of uitgever, maar kranten onder zijn hoede. Dat de redactionele onafhankelijkheid in twijfel valt te trekken, blijkt wel uit de bovengemiddeld positieve vermeldingen over Babis, zijn bedrijven en zijn vrindjes. Een keihard propaganda-vehikel zullen de kranten niet direct worden. De gevestigde politieke partijen staan in Tsjechië onder druk, dus voor nieuwe opkomende partijen is het makkelijk scoren op breed levende onvrede. Zo moest de vorige premier, Necas, in 2013 met de gehele regering opstappen na een corruptie- en spionage schandaal.

Volgens Babis zelf is hij niet te corrumperen: hij heeft immers geld zat en is te rijk om te worden omgekocht. Het bestrijden van corruptie was dan ook precies het enige punt dat zijn politieke partij, ANO, hoefde te maken om de verkiezingen te winnen. Ondertussen heeft de gemiddelde Tsjech niet zoveel moeite met de vermenging van zaken met politiek, die wil vooral een hogere levensstandaard. Zolang Babis hen het idee kan geven dat hij hiervoor zorgt, zal hij de populairste Tsjech zijn en blijven. Europese lidstaten kunnen het zich niet veroorloven hier naïef in te zijn. Vooral niet wanneer bling bling kleptocraten zoals Babis hun weg richting EU-subsidiepotjes weten te vinden.