Asymmetrische oorlogsvoering: het buzzword van de afgelopen jaren. Putin maakt zich er schuldig aan, Islamitische Staat evenzeer en jawel, ook Westerse landen zelf zijn er stiekem helemaal niet vies van. Maar wat is het precies en belangrijker: wat moeten we ermee? In dit drieluik worden beide vragen beantwoord. Vandaag deel 3: vechten zonder zelf te vechten, via proxy wars of drones.

Wanneer interveniëren geen optie is, maar regeringen wel het gevoel hebben ‘iets’ te moeten doen, is het bewapenen van rebellen een populaire keuze. Het is een optie die ons allen bekend in de oren klinkt en waar al met enige regelmaat voor is gekozen. Zo lekte recent uit dat leden van de schimmige Iraanse oppositiegroep Mujahideen-e-Khalq training en advies krijgen van (en in!) de Verenigde Staten. Ook het bewapenen van Libische rebellen in 2011 werd mogelijk gemaakt door de VS en EU. Het meest tekenende voorbeeld is het uitrusten van onze mujahideen-vrienden in Afghanistan met allerlei leuk wapentuig, die tegen de Russen vochten in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Die vrienden bleken later geduchte vijanden in de vorm van Al-Qaeda en de Taliban.

Door het bewapenen van rebellen hanteert de leverende partij zelf actief hybride tactieken. Op papier is het de meest krachtige maatregel om aan te tonen dat je iets aan de situatie doet, zonder all the way te gaan met grondtroepen. Toch komen er stevige nadelen bij kijken. Zo zorgt inmenging van buiten in een burgeroorlog er over het algemeen voor dat de conflicten langer duren, waarmee logischerwijze ook het aantal slachtoffers toeneemt. Ten tweede is, ondanks bestaande ideeën daarover, het coördineren van de geselecteerde rebellen lastig in de hand te houden. Aan wie lever je de wapens en hoe voorkom je dat ze in verkeerde handen vallen? Dat gebeurde namelijk wel vaker. Zijn extremisten überhaupt te negeren als zij een elementair onderdeel vormen van de strijd tegen de bad guy? De kans is daarnaast klein dat wapens van de VS en/of de EU – tenzij in enorme aantallen geleverd – echt een verschil gaan maken in de strijd. Als een doorbraak uitblijft na Westerse wapenleveranties, is de stap naar een (all out) interventie dan niet bijna automatisch de volgende? Zelfs als het wel tot de bedoelde resultaten leidt is het nog maar de vraag of we na een korte overwinningsroes nog steeds zo blij zullen zijn met de uitkomst. De gewapende mannen hebben het dan voor het zeggen en zullen hun invloed willen doen gelden.

Drones

Een andere mogelijkheid is de inzet van drones, en targeted killings. De inzet van drones zijn onderdeel van een (verhitte) discussie, vanwege de hoeveelheden burgerslachtoffers die er zouden vallen. Toch dient hier een kanttekening te worden geplaatst: het is namelijk onmogelijk om met zekerheid te bepalen hoeveel slachtoffers precies vallen bij dergelijke aanvallen. Zo heeft de Amerikaanse regering er baat bij om de cijfers een beetje naar beneden bij te stellen, maar hebben bepaalde regeringen (en niet te vergeten bepaalde NGOs) er baat bij om deze cijfers naar boven af te ronden.

Momenteel zit de meeste kennis omtrent drones bij de CIA. Zij zijn er steeds beter in geworden om het proces te stroomlijnen en burgerslachtoffers zoveel mogelijk te voorkomen. Halverwege december 2013 heeft het Pentagon een dronestrike vanuit Djibouti uitgevoerd met desastreuze afloop: er vielen in Jemen tientallen burgerslachtoffers. Juist door dit soort incidenten heeft president Obama er moeite mee zijn plan om de verantwoordelijkheid voor targeted killing onder te brengen bij het Pentagon in plaats van bij de CIA er doorheen te krijgen. Toch is het belangrijk deze eindverantwoording neer te liggen waar deze hoort: bij het ministerie van Defensie en dus weg van de CIA. Het gevaar bestaat anders dat een Amerikaanse president de CIA kan inzetten als een soort paramilitaire macht, en militair kan ingrijpen zonder de juiste democratische route te bewandelen voor een interventie. Door de bevoegdheden te verschuiven wordt het hele proces ook transparanter en is democratische (eind)verantwoording moeilijker te omzeilen.

Permanente oorlog

Zoals James Madison ooit waarschuwde in de Federalist Papers, is het onwenselijk dat een staat continu in oorlog is. Oorlog is een uitzonderingssituatie en bij een permanente uitzonderingssituatie bestaat het gevaar dat teveel zeggenschap komt te liggen bij de uitvoerende macht. Vergelijk het met een burgermeester die in 2002 de noodtoestand heeft afgekondigd, de mate van zeggenschap eigenlijk wel is gaan bevallen en deze situatie nooit heeft willen terugdraaien. Het blijft zorgelijk dat een Amerikaans staatsburger een drone-target kan zijn wanneer er verdenking bestaat, uiteraard op basis van niet openbare en dus niet controleerbare NSA-analyses, dat deze gelieerd is aan Al Qaeda. Zodra targeted killing een wezenlijk onderdeel is geworden van je buitenlandse strategie in een oorlog (dit geval de War on Terror) dient deze ook te vallen onder Defensie.

Tegelijkertijd moeten we er voor waken niet te hysterisch om te gaan met drones als middel. Het merendeel van de inzet is, in tegenstelling tot wat organisaties zoals Pax Christi u willen doen geloven, niet om onschuldige burgers neer te maaien maar voor verkenningsmissies. Daarnaast zijn drones relatief goedkoop en bieden ze grote tactische voordelen op het moderne slagveld. Risicovolle grondoperaties hoeven niet altijd meer te worden uitgevoerd en tegelijkertijd is er geen direct fysiek gevaar voor de bestuurder van het toestel. Ook zijn aanvallen met onbemande vliegtuigjes, in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, een stuk preciezer dan andere manieren van oorlogvoeren. Dat komt mede doordat drones lang onopgemerkt boven het slagveld kunnen blijven vliegen om informatie te verzamelen, zodat men vervolgens weloverwogen tot een aanval kan overgaan. Daarom is er ook alles voor te zeggen om, ook in Nederland, over te gaan tot de aanschaf van bewapende drones.

Tot slot

Al met al is het duidelijk dat veranderingen in oorlogsvoering ons voor nieuwe uitdagingen stellen. Denk aan de mogelijke invloed ervan op het fundament van het NAVO-bondgenootschap, het vervagen van grenzen tussen binnenlandse en buitenlandse veiligheid en de contradicties in de manier waarop veiligheidsbeleid tot stand komt. Die uitdagingen hebben gevolgen voor de wijze waarop op dreigingen wordt gereageerd. Of dat nu door middel van interventies is of niet.