2015 had de definitieve overwinning voor president Assad moeten brengen, maar een serie nederlagen op het slagveld en internationale ontwikkelingen zouden het wel eens het laatste jaar aan de macht voor de Syrische dictator kunnen maken.

Het zijn plaatsen waarvan buiten Syrië weinigen ooit hebben gehoord: Jisr al-Shugour, Bosra al-Sham, As-Sukhnah, Kweires. Toch wordt de toekomst van het land daar op dit moment bepaald. Vier plaatsen, vier fronten in vier verschillende provincies die een ding gemeen hebben: het Syrische leger (SAA) vecht er om behoud van de fragiele militaire status-quo en daarmee het voortbestaan van het bewind van de familie Assad.

Het had allemaal heel anders moeten lopen voor de machthebbers in Damascus. Nadat met behulp van de Libanees-sjiitische Hezbollah (Partij van God) het militaire tij in 2013 was gekeerd, koos het SAA vorig jaar de aanval. Met bescheiden succes: een belangrijk deel van de grootste stad van het land, Aleppo, werd heroverd op de coalitie van Syrische en buitenlandse jihadi’s en meer gematigd islamistische opstandelingen. Gebieden die van levensbelang zijn voor het Assad-regime werden met elkaar verbonden en opstandige enclaves opgerold. Alles duidde op het verdwijnen van de oorspronkelijke oppositietroepen van het Vrije Syrische Leger (FSA) en een eindstrijd om de macht tussen Assad en de Islamitische Staat.

Al-Qaida

Maar een vierde partij (eigenlijk vijfde, als je de Koerden in het noorden meetelt) greep in de eerste maanden van dit jaar haar kans en bracht het SAA een serie verrassende nederlagen toe: jihadisten die niet in dienst van de Islamitische Staat vechten. Geleid door de militaire vleugel van Al-Qaida in Syrië, Jabhat al-Nusra (het Ondersteuningsfront) en Ahrar al-Sham (Vrije Mannen van de Levant), een home-made jihadistische organisatie, schaarden tientallen islamistische milities zich onder één noemer, één bevel: Jaish al-Fatah, het Leger van de Verovering.

Jaish al-Fatah

Jaish al-Fatah

Het pad naar succes voor Jaish al-Fatah werd gebaand met bliksemsnelle overwinningen van het Nusrafront, niet op het regeringsleger maar op de gematigde, door het Westen gesteunde en bewapende milities SRF (Syrisch Revolutionair Front) en Harakat al-Hazzm (Standvastigheidsbeweging). SRF en Hazzm verdwenen als sneeuw voor de zon en de boodschap voor de andere milities was duidelijk: vecht mee met de jihadi’s of verdwijn. De effecten lieten niet lang op zich wachten.

Op 24 maart begon Jaish al-Fatah, met de jihadi’s van Al-Qaida als stoottroepen, met een offensief op Idlib, de hoofdstad van de gelijknamige provincie in het noordwesten van Syrië. Het SAA in de stad had twee jaar de tijd gehad zich op een aanval voor te bereiden, toch stortte de verdediging in een paar dagen ineen. Idlib is de enige provinciehoofdstad in handen van jihadisten die niet tot de Islamitische Staat behoren. De Syrische regering verplaatste haar zetel in de provincie naar Jisr al-Shugour, maar veel richtte die stap niet uit. Op 22 april zetten de islamisten hun offensief door en veroverden Jisr al-Shugour binnen enkele dagen. Alleen het Nationale Ziekenhuis aan de zuidrand van de stad bleef in handen van het SAA, sinds ruim twee weken worden enkele honderden regeringssoldaten daar belegerd door strijders van het Nusrafront.

Verwoestingen

De ineenstorting van het SAA in Idlib leidde tot geschokte reacties onder regeringsgetrouwe Syriërs. Niet alleen was het verlies van de provinciehoofdstad een symbolische nederlaag, de val van Jisr al-Shugour brengt de islamisten erg dichtbij de kustprovincie Lattakia, thuisbasis van de alevieten. Deze sjiitische stroming, traditioneel de machtsbasis van de Assad-clan, heeft als hoofdleverancier van het regeringsleger de afgelopen jaren een enorme tol in mensenlevens betaald, maar de streek die zij traditioneel bevolken is tot nu toe gevrijwaard gebleven van de enorme verwoestingen die de rest van het land tekenen.

Op video is te zien hoe Kolonel Suheil ‘de Tijger’ Hassan zijn superieuren smeekt om versterkingen en munitie.

Het gemak waarmee de islamisten Idlib onder de voet liepen, werd misschien nog wel het meest dramatisch geschetst door een telefoongesprek van Kolonel Suheil ‘de Tijger’ Hassan, een van de meest succesvolle SAA-officieren, die speciaal naar Jisr al-Shugour was gestuurd om de opmars van Jaish al-Fatah tot staan te brengen. Op video is te zien hoe Hassan zijn superieuren smeekt om versterkingen en munitie. Ook in de zuidelijke provincies Quneitra en Daraa lijkt het SAA op zijn laatste benen te lopen. Een groot offensief bij de door Israel bezette Golanhoogte leidde in het begin van dit jaar nauwelijks tot terreinwinst. Integendeel, milities van het FSA, gesteund door opnieuw het Nusrafront, veroverden de afgelopen maanden in Daraa de stad Bosra al-Sham en een strategisch gelegen grensovergang met Jordanië.

Islamitische Staat

Ook de strijd met de Islamitische Staat verloopt voor Damascus niet bepaald naar wens. IS-strijders voerden deze week aanvallen uit op de geïsoleerde luchtmachtbasis Kweires, oostelijk van Aleppo. De jihadi’s zijn na de nederlagen tegen de Koerden in Kobane en de Iraki’s in Tikrit op zoek naar een snelle overwinning om het moreel van de eigen troepen en de rekrutering in het buitenland op te vijzelen. Kweires lijkt een gemakkelijke prooi voor IS, al houdt het al meer dan een jaar belegerde SAA-garnizoen vooralsnog stand. Een herhaling van het drama van de Syrische nederlaag in Taqba in augustus vorig jaar hangt in de lucht, wat verder afbreuk zal doen aan het vertrouwen van regeringsgezinde Syriërs in hun militaire leiders.

Tot overmaat van ramp begon de Islamitische Staat de afgelopen dagen een verrassingsaanval op Tadmur, in het Westen beter bekend als Palmyra. IS liet vorig jaar al zijn oog op deze oostelijke woestijnstad vallen maar de afgelopen dagen veroverden de jihadi’s As-Sukhnah ten noordoosten van Tadmur en bedreigen de stad nu zelf. Tadmur ligt op de route die het door Assad beheerste gebied in westelijk Syrië verbindt met het aan de Eufraat gelegen Deir Ez-Zor, het laatste regeringsbolwerk in Oost-Syrië (niet toevallig voert IS sinds deze week ook daar de druk op het SAA op). Bovendien liggen om Tadmur gasvelden, die een welkome aanvulling kunnen vormen voor de door de Amerikaanse bombardementen steeds leger rakende oorlogskas van de jihadisten.

De ruïnes  van Palmyra  (©Arian Zwegers)

De ruïnes van Palmyra (©Arian Zwegers)

Mocht Tadmur/Palmyra in handen van de Islamitische Staat vallen, betekent dat niet alleen opnieuw een gevoelige nederlaag voor de regering-Assad in Damascus maar ook en vooral een ramp voor de gehele mensheid. Het is een van de belangrijkste archeologische schatkamers van het Midden-Oosten en de schade die de beeldenstormende jihadi’s er zouden kunnen aanrichten, is onvoorstelbaar. Te hopen valt dat de Amerikanen een uitzondering zullen maken op hun beleid dat luchtaanvallen op IS geen voordeel voor Assads regeringsleger mogen opleveren, want verwoesting van de kunstschatten van Palmyra is een misdaad die de mensheid niet kan toestaan.

Nieuwe strategie

De enorme druk op het Syrische regeringsleger van de afgelopen jaren en de versnippering van zijn eenheden over de lange en grillige frontlijn beginnen hun tol te eisen. In Damascus begint het besef te groeien dat het wellicht tijd is voor een nieuwe militaire strategie waarbij onverdedigbare buitenposten worden opgegeven en de daardoor vrijkomende mankracht kan worden ingezet bij het verdedigen van het gebied dat er voor de familie Assad en het merendeel van de aanhangers echt toe doet: de hoofdstad Damascus, de alevitische kustprovincies en de verbindingsroute hiertussen, die vooral door het westen van de provincies Homs en Hama loopt. (Bekijk hier de kaart van wie welke gebieden in Syrië beheerst.)

Dit zou betekenen dat de regering in Damascus de pretentie opgeeft ooit nog de scepter over heel Syrië te zwaaien en zich concentreert op bescherming van gebied met een meerderheid van alevieten, sjiieten en urbane soennieten – de machtsbasis van de Assads. Hiermee zou Syrië de facto in vier delen worden gesplitst: het westen in handen van de regering-Assad, het noorden en uiterste zuiden onder invloed van jihadisten, islamisten en de restanten van het FSA, het Koerdische gebied langs de noordgrens met Turkije en het oosten van het land onder controle van de Islamitische Staat. Steden als Deir-Ez Zor en zelfs Aleppo, voor de oorlog de grootste stad en economische motor van Syrië, zouden in dit scenario worden opgegeven, waarna de verschillende rebellenmilities elkaar en IS in de haren kunnen vliegen over de verdeling van de buit.

Washington zit in een onmogelijke spagaat: aan de ene kant bestrijdt het de Islamitische Staat, aan de andere wenst het een vertrek van de regering-Assad, maar dan zonder dat de hele Syrische staat uit elkaar valt.

Het is een situatie die eigenlijk niemand in de internationale gemeenschap graag ziet (met de mogelijke uitzondering van Israel dat een dergelijke versnippering van zijn traditionele vijand ziet als een verbetering van de eigen veiligheid). Syrië als lappendeken van kalifaten, emiraten en staatjes van islamistische warlords, draagt niet bepaald bij aan de kansen op veiligheid en vrede in de regio. De angst voor dit scenario is de reden dat de Amerikanen er tot op de dag van vandaag niet van overtuigd zijn dat een val van Assad wel zo’n zegen is. Washington zit in een onmogelijke spagaat: aan de ene kant bestrijdt het de Islamitische Staat (en in mindere mate ook Al-Qaida/Nusra), aan de andere wenst het het vertrek van de regering-Assad, maar dan zonder dat de hele Syrische staat uit elkaar valt. De hoop die de Amerikanen hadden gevestigd op het trainen en bewapenen van gematigde milities ligt in duigen na de afrekening van het Nusrafront met het SRF en Hazzm. Dat de daarbij door de jihadi’s buitgemaakte Amerikaanse wapens een belangrijke factor hebben gespeeld bij hun successen in Idlib, maakt de kwestie van wie te steunen in het Syrische moeras alleen maar prangender voor de beleidsmakers in Washington.

Rivalen

Terwijl de strijd op de Syrische slachtvelden aan intensiteit toeneemt, gebeurt hetzelfde op internationaal vlak. Saoedi-Arabië, Qatar en Turkije – eigenlijk drie regionale rivalen die allen hun eigen milities in Syrië voorzien van geld en wapens – lijken de handen ineen te hebben geslagen om de invloed van Iran en zijn sjiitische bondgenoten in het land te counteren. Dit betekent dat Assads SAA tegenover steeds beter bewapende en betaalde tegenstanders komt te staan. Er is zelfs sprake van gemeenschappelijke luchtaanvallen op Assads regeringsleger à la Operatie “Decisive Storm” en “Restoring Hope” in Jemen. Tegelijkertijd geniet de Syrische president de vooralsnog onvoorwaardelijke steun van Iran. Deze bestaat uit Iraanse militaire adviseurs, door Teheran getrainde en gestuurde sjiitische vrijwilligers uit Irak, Afghanistan en in toenemende mate uit Iran zelf, broodnodige kredieten om de imploderende Syrische economie op de been te houden en vooral de voortdurende steun van duizenden goed getrainde, bewapende en gemotiveerde Hezbollah-strijders uit Libanon.

Teheran heeft laten weten dat het overleven van de Assads van cruciaal belang is voor het in stand houden van de sjiitische as die van de Perzische Golf  via Irak tot de Middellandse Zee loopt.

Waar de Amerikanen de strijd tegen de Iraniërs van de door de Saoedische koning Salman geleide soennitische coalitie in Jemen ondersteunen, proberen zij tegelijkertijd met Teheran tot een overeenkomst te komen op het gebied van nucleaire proliferatie. Op hun beurt hebben de Iraniërs er groot belang bij tot een deal met de regering van president Obama te komen omdat dit het einde van de economische sancties tegen het land zou betekenen. Een deel van het geld dat hierdoor Iran binnenstroomt, zal ongetwijfeld worden gebruikt om de militaire en financiële steun aan het Assad-regime op te schroeven. Teheran heeft laten weten dat het overleven van het bewind van Assad van cruciaal belang is voor het in stand houden van de sjiitische as die van de Perzische Golf via Irak tot de Middellandse Zee loopt. Maar de vraag is of dit Iraanse streven gehandhaafd kan blijven onder de aanhoudende druk van de soennitisch-Arabische coalitie, de Islamitische Staat en het Westen. De kans dat Bashar al-Assad wordt opgeofferd als wisselgeld bij een veelomvattende overeenkomst tussen de regionale grootmachten zal zeker door de hoofden van de machthebbers in Damascus spoken.

Koning Salman van Saoedi-Arabië

Koning Salman van Saoedi-Arabië

Couppoging

Inmiddels beginnen zich daar ook de eerste scheuren te vertonen. Deze week verdween opeens het hoofd van de Nationale Veiligheidsraad, generaal Ali Mamlouk, uit beeld na geruchten over een mogelijke couppoging onder zijn leiding. Dat het regime in Damascus 48 uur later videobeelden van Assad en Mamlouk tijdens een vergadering verspreidde, deed weinig af aan de onrust die ontstond nadat vorige maand generaal Rustum Ghazaleh werd doodgeslagen door de lijfwachten van een rivaal binnen het Syrische veiligheidsapparaat, generaal Rafiq Shehadeh. Deze laatste werd onmiddellijk door Assad uit zijn functie ontheven en gevangengezet, maar twijfel over de vraag of de president zijn generaals nog wel in de hand heeft, lijkt gezaaid. Soennitische kopstukken van het bewind in Damascus vragen zich volgens waarnemers steeds vaker af of na de nederlagen in Idlib de militaire situatie nog wel valt te redden en of een andere leider wellicht via onderhandelingen met de opstandelingen tot een akkoord kan komen.

De alevieten lijken trouw te blijven aan hun president, vooral omdat zij beseffen dat welke deal met de rebellen dan ook het einde van hun macht en waarschijnlijk zelfs van hun bestaan in Syrië zal betekenen. Sowieso is het de vraag of de regering in Damascus wel iemand heeft om mee te onderhandelen: de politieke oppositie, op papier verenigd in het SNC (de Syrische Nationale Raad), lijkt haar invloed op de opstandige milities al lang geleden te hebben verloren en op de veel machtigere islamisten en jihadi’s heeft zij die zelfs nooit gehad. Als de soennieten binnen de regering zich van Assad afkeren, lijkt het regime in Damascus ten dode opgeschreven. Onvoorwaardelijke steun van de alevieten is leuk en aardig voor de Assads, maar aangezien zij slechts tien procent van de Syrische bevolking vormen, heeft Bashar de stedelijke soennitische middenklasse en haar mankracht hard nodig. Het zijn juist deze soennitische Arabieren die bezwaar maken tegen de toenemende invloed van Iran en Hezbollah in hun land.

De Alevieten lijken onvoorwaardelijk trouw te blijven aan hun president, vooral omdat zij beseffen dat welke deal met de rebellen dan ook het einde van hun macht en waarschijnlijk zelfs van hun bestaan in Syrië zal betekenen.

Is het dan allemaal slecht nieuws voor Assad en zijn aanhangers? Er zijn voor het regime wel degelijk lichtpuntjes. Zoals gezegd kan een overeenkomst tussen Teheran en Washington leiden tot een nieuwe financiële en daardoor militaire impuls. Ook lijkt het erop dat de grote veroveringstocht van de Islamitische Staat in Irak definitief tot stilstand is gekomen. De druk die het Irakese leger en sjiitische milities op IS uitoefenen, leidt ertoe dat ‘het kalifaat’ jihadi’s van Syrië naar de fronten rond Tikrit, in de Anbarprovincie en bij Mosul overhevelt, wat het SAA wat lucht zou kunnen geven. En ja, As-Sukhnah lijkt in handen van IS te zijn gevallen en Tadmur/Palmyra wordt bedreigd, maar de jihadi’s hebben eerder gebieden rond deze steden veroverd en deze steeds moeten opgeven onder druk van tegenoffensieven van het Syrische leger. Het verlies van Kweires bij Aleppo zou een symbolische nederlaag voor Damascus kunnen betekenen, maar strategisch heeft de luchtmachtbasis weinig waarde.

‘Tijgers’

De Assads kunnen moed putten uit het feit dat het verlies van Idlib en Jisr al-Shugour niet hebben geleid tot een volledige ineenstorting van het front in het noorden. Onder leiding van Kolonel Hassans ‘Tijgereenheden’ is het SAA zelfs een tegenoffensief begonnen met als objectief het stabiliseren van de frontlijn en mogelijk zelfs het heroveren van Jisr al-Shugour (of toch tenminste het ontzetten en redden van het garnizoen in het Nationale Ziekenhuis). Daarnaast is de coalitie van Jaish al-Fatah, de jihadi’s van het Nusrafront en Ahrar al-Sham allesbehalve stabiel, onder druk van het tegenoffensief van de ‘Tijgers’ begonnen de verschillende islamistische commandanten elkaar al over en weer te beschuldigen van lafheid en plichtsverzuim.

 

Video van de opmars van Hezbollah en SAA in het Qalamoun-gebergte.

Hetzelfde is zichtbaar bij de belangrijkste bron van hoop voor Assad en de zijnen op dit moment: het tot nu toe succesvol verlopen offensief in de Qalamoun. In dit gebergte op de grens van Syrië en Libanon zijn Hezbollah en het SAA begonnen met een aanval op de duizenden opstandelingen die vorig jaar vanuit de steden en dorpen aan de voet van de Qalamoun de bergen in zijn gedreven. De afgelopen dagen veroverde vooral Hezbollah de ene na de andere strategische top, de rebellen schijnbaar met gemak voor zich uit drijvend. Tegelijkertijd braken er in het hoogland gevechten uit tussen Nusrafrontstrijders en IS-extremisten. Slagen Hezbollah en SAA erin de opstandelingen in de Qalamoun te neutraliseren, dan betekent dit dat hun eenheden kunnen worden ingezet op andere fronten, bijvoorbeeld in Idlib, waar de invloed van de gemotiveerde Libanees-sjiitische strijders node wordt gemist. Hezbollahleider Hassan Nasrallah heeft aangegeven Assad tot het bittere einde te steunen en heeft daar ook goede redenen voor. Als heel Syrië onder soennitisch bewind komt is de cruciale aanvoerlijn met Iran afgesneden en komt de invloed van Hezbollah in Libanon zelf in gevaar.

Dus hoewel het erop lijkt dat 2015 een rampjaar is voor Bashar al-Assad en de zijnen, is het ook denkbaar dat de fronten zich op korte termijn zullen stabiliseren, dat de Amerikanen een actievere luchtcampagne tegen de Islamitische Staat in Syrië zullen gaan voeren en dat Iran (met behulp van Rusland) een nieuwe impuls zal geven aan de vechtlust en bewapening van het Syrische leger. Als het Irakese leger en sjiitische milities met hulp van Iran erin slagen de jihadi’s van de Islamitische Staat uit hun land te verdrijven, is het zeker geen gegeven dat zij bij de grens zullen stoppen. Een aanval op de oostflank van IS in Syrië zou de druk op het SAA enorm verminderen. Tot het zover is (en de aanwezigheid van IS in Irak kan nog jaren duren) zullen Assad, zijn aanhangers en het SAA moeten volhouden. Dat hij een overlever van de eerste orde is, heeft de Syrische dictator de afgelopen jaren meer dan eens bewezen.