Als vrijheid ook maar iets betekent dan is het wel het recht om mensen te vertellen wat  zij niet willen horen.                              

George Orwell

 

 

Woensdag kreeg Geert Wilders een klein halfuur om zonder enige interruptie zijn politieke boodschap via TV aan ons door te zenden. Hij benutte die uitgelezen kans in het laatste woord, een recht waar iedere aangeklaagde zich van mag bedienen tijdens een proces in een rechtszaal, waarbij de rechters en de aanklagers al dan niet aandachtig luisteren. Wilders zei nog net niet zoals Maarten Luther: ‘hier sta ik, ik kan niet anders’, maar veel scheelde het niet. Hij keerde zich net als de reformator tegen de gevestigde orde.

Het openbaar ministerie acht Wilders schuldig aan haat zaaien en het ophitsen tegen – dan wel het beledigen van – een bevolkingsgroep.

Aan de orde was een vrij onbenullige retorische uitspraak op een verkiezingsavond van Wilders, ‘Minder Marokkanen? Minder… dan gaan wij dat regelen.’ Dit is een mening die waarschijnlijk door veel kiezers wordt gedeeld, omdat zij het gevoel hebben dat criminele Marokkanen het er naar hebben gemaakt.

In dit betoog gaat het er niet primair om of Wilders zich al dan niet schuldig heeft gemaakt aan discriminatie of racisme. Nee, het gaat er mij om hoe een rechtstaat functioneert in een democratie, in het bijzonder hoe de rechterlijke, wetgevende en uitvoerende macht  onderling op elkaar inwerken. Dit betoog is niet juridisch, maar gaat uit van de principes redelijkheid en billijkheid. De rede is immers de basis van kennis, zoals filosoof Immanuel Kant ooit heeft uitgelegd.

 

Grondlegger van visie op scheiding van machten: Montesquieu (1689-1755)

In 1748 publiceerde rechtsfilosoof Montesquieu in Geneve zijn bekendste en meest invloedrijke werk, Over de geest van de wetten (De l’Esprit des Lois). Dat was een doorwrochte studie naar allerlei staatsvormen – waaronder dictaturen,  republieken en monarchieën – waarbij hij zocht naar mogelijkheden om vrijheid te vergroten en tirannie te voorkomen.

In het hoofdstuk “Over de Engelse staatsinrichting” kwam Montesquieu tot de conclusie dat het Engelse democratische systeem het effectiefst was, door het scheiden van machten.

In zijn ‘Trias Politica’ gaat het om de wetgevende macht (parlement) , de uitvoerende macht (regering) en de rechterlijke macht (rechtbanken). Scheiding was volgens Montesquieu noodzakelijk om machtsmisbruik tegen te gaan. Voorkomen moest worden dat één macht de bovenhand zou krijgen, om zo vrijheid en gelijkheid van de burger te waarborgen en despotisch gedrag tegen te gaan. De Westerse wereld heeft de trias politica omarmd als een van de pilaren, wellicht zelfs als de belangrijkste steunpilaar, voor een vitale democratie.

 

Tolerantie

Met het aanklagen van een politicus die – wellicht – uitspraken doet die racistisch zijn of beledigend voor bepaalde groepen, komen we op een weg die Nederland niet zou moeten inslaan.

De prachtige maar helaas apocriefe uitspraak van Voltaire blijft actueel: ‘Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen.’ 

Deze opvatting zou in een democratie een leidraad moeten zijn: vrijheid van meningsuiting moet ver kunnen gaan. Een grens is moeilijk te bepalen, maar een uitspraak dat er minder leden van een groep zouden moeten zijn is op zich nauwelijks enige opwinding waard. Mits dit maar een mening is en niet dat de daad bij het woord wordt gevoegd.

In het geval dat een lid van de wetgevende macht zulke dingen zegt zou de rechterlijke macht zich al helemaal moeten onthouden van enige interventie. Dit om te voorkomen dat meningsverschillen worden gepolitiseerd, zoals nu het geval is. Hierdoor kan zelfs de democratie worden bedreigd, omdat het draagvlak in gevaar komt.

Het is niet uit te leggen dat Wilders zijn uitspraken straffeloos kan doen in het parlement maar niet daarbuiten.

Zolang hij een gekozen lid is van de wetgevende macht zou de vrijheid van meningsuiting buiten beoordeling van de rechterlijke macht moeten staan. Slechts bij zware strafrechtelijke daden van een politicus,  bijvoorbeeld een moord of aansporing daartoe, zou vervolging mogelijk moeten zijn. Vervolging mag niet bij meningen, hoe abject dan ook. Dat was ook de boodschap van Paul Cliteur, getuige in het proces-Wilders: strafrechtelijke vervolging van politici leidt van kwaad tot erger.

 

Wat Wilders zei in zijn slotwoord

Wilders kreeg van de rechtbank, die hij betitelde als nep,  een ongewilde kans om zijn propaganda over het volk uit te strooien.  Hij noemde het optreden van premier Rutte na de minder-minder-uitspraken ‘kwaadaardig en vals’: ‘Het kabinet heeft een hetze tegen mij gecreëerd. Rutte zei in het Jeugdjournaal dat Marokkaanse kinderen het land niet zouden worden uitgezet. Alsof ik dat zou hebben gezegd. Laaghartiger en valser kan de premier haast niet zijn.’ Hij keerde zich, naar eigen zeggen namens miljoenen Nederlanders, ‘slechts’ tegen criminele Marokkanen.

Wilders  noemde de leden van het openbaar ministerie ‘marionetten’ van het kabinet. ‘Dit absurde proces tegen mij stinkt aan alle kanten.’

‘In Turkije of Iran zou een dergelijke proces tegen een oppositieleider niet misstaan. Hier is sprake van een aanfluiting voor de rechtsstaat, een blamage voor Nederland.’

Wilders zag de toekomst echter zonnig tegemoet. ‘Politieke ontwikkelingen in het buitenland geven ook aan dat in Nederland de tijd voor de PVV is aangebroken’, zo betoogde hij : ‘Zie het aan de Brexit, aan de Amerikaanse verkiezingen. De wal is bezig het schip te keren. Burgers pikken het niet meer. Ik zeg u: De bevolking zal de strijd tegen de elite winnen. Hij vrije woord laat zich niet opsluiten. Het vrije woord schreeuwt het uit.’

 

Scheiding van machten is in acuut gevaar

Wilders tracht de uitvoerende macht (de premier en het kabinet) en de rechterlijke macht die hem vervolgt in diskrediet te brengen. Dat is hem al aardig gelukt, onafhankelijk of hij wel of niet veroordeeld wordt. Dat is de schade van dit proces.

De rechterlijke macht heeft weinig geleerd, want bij het vorig proces tegen Wilders waren ze zelfs initiatiefnemer van vervolging, aldus strevend om de overhand te krijgen op de wetgevende macht. Het openbaar ministerie kreeg opdracht Wilders te vervolgen, maar vroeg uiteindelijk vrijspraak. De rechterlijke macht had de huidige en tweede aanklacht niet ontvankelijk moeten verklaren.

Nederland heeft met zijn poldermodel toch al niet veel begrip hoe belangrijk die scheiding van machten is. Immers, via talloze adviescolleges vol met ex-politici wordt de macht van de wetgevende macht uitgehold. Daar doet de rechterlijke macht nu ook aan mee.

Wilders misbruikt deze ongewenste gang van zaken om met onvervalste politieke propaganda zijn gram te halen. Hij behoort niet de kans te krijgen martelaar te worden. Hoe dom kan de rechterlijke macht zijn?  Op 9 december doet de rechtbank uitspraak.