In het tv-programma Buitenhof bleef de Rotterdamse wethouder Maarten Struijvenberg (Leefbaar Rotterdam) koel en vastberaden toen zijn aanpak – het verplicht stellen van een tegenprestatie voor een uitkering – onder vuur werd genomen. Volgens critici ter linkerzijde is het Rotterdamse beleid “een mislukking”. Hun bezwaren zijn echter achterhaald, onbewezen of zelfs ronduit bizar.

Een lichtpuntje in Rotterdam, de uitkeringshoofdstad van Nederland en locatie van Jalta’s Bijstandsstraatproject. Het afgelopen jaar slaagden ruim 2.400 Rotterdamse bijstandsgerechtigden erin werk te vinden, een stijging van ruim 40 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Daarmee lijkt het Rotterdamse beleid van de afgelopen jaren – het verplicht stellen van een tegenprestatie en dreigen met sancties als de uitkeringsgerechtigde hier niet aan meewerkt –vruchten af te werpen.

Uitbreiding
Hoewel het vinden van een betaalde baan niet het voornaamste doel is van het project Maatschappelijke Inspanning, kan het er wel degelijk een gevolg van zijn. Uit onderzoek blijkt dat het dreigen met sancties de uitstroomkans verhoogt met 140 procent, zei hoogleraar Robert Dur onlangs tijdens een minicollege van het Rotterdamse online magazine Vers Beton.

De tegenprestatie werd tot dusver in veertien Rotterdamse wijken geëist en zal in 2015 worden uitgebreid naar 22 wijken. (Het Nieuwe Westen, de bijstandswijk die Jalta op de voet volgt, zal voorlopig nog even worden ontzien.)

Mislukking
In het kader van de Participatiewet zal de Rotterdamse aanpak dit jaar over het hele land worden uitgerold. Dit tot verontwaardiging van velen ter linkerzijde. De “experimenten in Rotterdam”, zo schreef De Correspondent onlangs, worden gepresenteerd als succesverhaal maar zijn “in werkelijkheid een mislukking”.

Het online magazine voerde vier “argumenten” op ter onderbouwing. 1) het beleid zorgt ervoor dat hoogopgeleiden met een uitkering papier moeten prikken, 2) bijstandsuitkeringen zijn een relatief kleine kostenpost, 3) de uitstroom uit de bijstand stijgt niet, en 4) driekwart van de uitkeringsgerechtigden in Rotterdam deed al vrijwilligerswerk vóór de tegenprestatiemaatregel werd ingevoerd.

Te goed voor
Het eerste argument is natuurlijk geen argument en verantwoordelijk wethouder Maarten Struijvenberg (Leefbaar Rotterdam) maakte hier afgelopen zondag bij Buitenhof dan ook korte metten mee, toen presentatrice Marcia Luyten een tranentrekkend beeld schetste van “mensen met een hoge opleiding die in een oranje hesje lopen te prikken naar bladeren”.

Struijvenberg: “Natuurlijk is het zo dat ook mensen met een hoge opleiding ook iets terug moeten doen voor hun uitkering. Het kan toch niet zo zijn dat iemand met een hoge opleiding zegt: ik doe dat werk niet, want daar ben ik te goed voor, en iemand met een lage opleiding zou dat wel verplicht moeten doen. Dat is natuurlijk heel vreemd, dus dat doen we niet.”

Achterhaald
Het tweede argument is een bliksemafleider (“er zijn grotere kostenposten”) en verengt het probleem bovendien tot een louter financiële kwestie, het derde argument is inmiddels achterhaald en van het vierde argument, dat driekwart van de Rotterdammers al vrijwilligerswerk doet, blijft bij nader onderzoek niets over. Desalniettemin werd het in Buitenhof gretig tegen Struijvenberg gebruikt.

Met het Correspondent-artikel in zijn achterhoofd wierp de Groningse wethouder Mattias Gijsbertsen (GroenLinks) in het tv-programma zijn Rotterdamse tegenstrever voor de voeten: “Feit is dat, ook bij u, een ruime meerderheid van de uitkeringsgerechtigden zelf al vrijwilligerswerk doet.”

“75 procent he,” haastte Buitenhofpresentatrice Marcia Luyten eraan toe te voegen, “doet uit zichzelf al vrijwilligerswerk in Rotterdam.”

Struijvenberg kende die cijfers niet. “Nou, dat geloof ik niet. Niet driekwart. Dat lijkt mij veel te hoog.”

Enquête
Dat de cijfers Struijvenberg onbekend en onrealistisch voorkwamen, is niet zo verwonderlijk. Die 75 procent, die wordt opgevoerd om nut en noodzaak van de verplichte tegenprestatie in twijfel te trekken, blijkt afkomstig uit een enquête van Burgerpanel Rotterdam, die door welgeteld 197 Rotterdammers is ingevuld, onder wie 57 met een bijstandsuitkering. Van hen kwamen 41 tot de vraag “verricht u vrijwilligerswerk?”, waarop er dertig bevestigend antwoordden.

Dertig.

Op basis waarvan De Correspondent concludeert dat “het beeld van participatiemijdende asocialen (…) bijstelling” behoeft (Gelukkig heeft u Jalta nog).

En dan behandelt de enquête nog niet eens de aard of het aantal uren van dit zelfgerapporteerde vrijwilligerswerk – de gemeente Rotterdam eist 20 uur per week.

Bijstandshel
Buitenhof-presentatrice Luyten bleef smalend spreken over dwang, “in een hesje bladeren prikken”, “uw repressieve methode” en “een bijstandshel”, maar wethouder Struijvenberg bleef koel en vastberaden – zich gesterkt wetende door het feit dat zijn vooruitstrevende beleid in 2015 in heel Nederland tot norm zal worden verheven.

Struijvenberg: “De maatschappij zegt: wij zijn beschaafd en modern, we laten mensen niet aan hun lot over en dus krijg je bijstandsuitkering. En dus is het ook normaal om te zeggen: de maatschappij verwacht daar iets voor terug. Het gaat om wederkerigheid en rechtvaardigheid in het systeem. Daar heeft het lang aan ontbroken.”

Helder Leefbaar-geluid
De tegenwerping dat met het verplicht stellen van vrijwilligerswerk geen tijd meer overblijft om een betaalde baan te vinden, wuifde Struijvenberg weg. Met een no-nonsense Leefbaar-geluid. Het gaat om 20 uur per week, zei hij. “Er zit 168 uur per week. Er blijft dus 148 uur over om al het andere te doen wat je wil doen, waaronder solliciteren.” Bovendien blijven reïntegratieprojecten gewoon bestaan. “Het één hoeft het ander niet uit te sluiten.”

Ongeveer 38.000 Rotterdammers ontvangen een bijstandsuitkering. Het college van Leefbaar Rotterdam, CDA en D66 wil het aantal uitkeringsgerechtigden voor het einde van de collegeperiode met 12.000 hebben teruggebracht.

Met een uitstroom van 2.400 het afgelopen jaar is een eerste stap in die richting gezet.