Het houdt maar niet op. Wie dacht dat het wanhoopsoffensief van de gedachtenpolitie, post-Charlie Hebdo, zo langzamerhand wel was vastgelopen in een modderige loopgraaf, dat de But Brigade z’n laatste losse flodders had verschoten, die had buiten antropoloog Annette Jansen gerekend. “Zelfcensuur, wen er maar aan”, blafte Trouw intimiderend, en voegde er nog net niet aan toe, “en hou nu je mond”.

Nu hebben we al wat warrige ‘oplossingen’ voorbij zien komen, varierend van zalvende bezweringen en ontkenning tot wishful thinking. Dat krijg je, als het  iedereen duidelijk is dát er een probleem is, maar niemand wil erkennen wát dat probleem nou eigenlijk is.

“Islamofobie”, betweterde antropoloog Martijn de Koning, alsof hij niet wist dat deze nep-fobie in de jaren ’80 was bedacht door Khomeini om elk vorm van islamkritiek al bij voorbaat de mond te snoeren, en sindsdien voor hetzelfde doel wordt ingezet door de OIC. “Ongelijkheid”, orakelde Alexander Pechtold, alsof de voedingsbodemtheorie niet al door miljonair Bin Laden naar het rijk der fabeltjes was verwezen. Nog zo’n fabeltje: het idee dat gelovige moslims per definitie een machteloze, kwetsbare groep zijn die bescherming nodig heeft – al was het maar tegen hun eigen oncontroleerbare impulsen en woedeaanvallen. Wie wil weten hoe ‘machteloos’ de islam wel niet is, moet eens gaan praten met een afvallige.

Begrijpelijk is het wel, dat politici en sociale wetenschappers zich vastklampen aan dit soort versleten argumenten. Sociale ongelijkheid, daar kunnen we iets aan dóen. Dat is een stuk beheersbaarder dan een atavistische mengelmoes van lichtontvlambare religieus-politieke overtuigingen tussen de oren – overtuigingen die ons met verbijstering slaan maar die voor miljoenen moslims wereldwijd volstrekt vanzelfsprekend zijn. Nee, doe dan maar sociale ongelijkheid, da’s geruststellend en vertrouwd en te subsidiëren.

Maar de But Brigade bakte ze het bruinst. En daarvan is Jansen, die censuur met wellevendheid verwart, tot nog toe de meest uitgesproken exponent – een maar-extremist, zo je wilt. Gewoon je mond houden, beetje rustig aan met de profeet, stoppen met kwetsen. Je kunt heel goed vrijheid van meningsuiting hebben zonder wie dan ook te beledigen. Zo niet, dan ben je onbeschaafd, plat, racistisch, grof, onverantwoord, roept de But Brigade, alsof de vrijheid van meningsuiting er alleen is voor goede smaak. En nog iets over kaatsen, bal verwachten. Nota bene de Paus riep het ze na, met de logica van een verkrachter. Charlie Hebdo droeg gewoon een véél te kort, véél te hoerig rokje, de slet.

Een intrigerend fenomeen, met meer dan een zweempje masochisme, dat juist mensen die leven van het vrije woord – schrijvers, tekenaars, wetenschappers – de eersten waren om op te roepen tot zelfcensuur. Het leken wel bezweringen: wíj zouden ons nooit zo ordinair, zo provocerend, zo sletterig gedragen, dus wíj blijven gevrijwaard. Ons zal niets overkomen. Hopelijk. Toch?

Ook komisch was dat ze net deden alsof ze helemaal niet in een gênante spagaat stonden waar ze onmogelijk zelf weer uit konden komen: hoewel de aanslagen uiteraard niets te maken hadden met “de islam”, moeten we toch vooral “voorzichtig zijn met de profeet”. (maar waarom dan?)

Maar laten we nu voor de grap eens doen alsof ze gelijk hebben, alsof er absoluut geen principiële bezwaren zijn tegen zelfcensuur. Niet meer provoceren? Rustig aan met de profeet? Tuurlijk, doen we!

Maar hoe?

Dé grote denkfout van Jansen en al die anderen, de elementaire denkfout, is dat ‘kwetsen’ beheersbaar is. Dat het mogelijk is om je gedrag zó aan te passen dat er geen nare gedachten of gevoelens opkomen in het hoofd van een ander. Dat het mogelijk is te bepalen wat er wel en niet opkomt in het hoofd van een ander.

Gekwetstheid bestaat alleen in de eye of the beholder. De intentie van de ‘kwetser’ is irrelevant. Voorbeelden te over. Wat werd er de afgelopen weken allemaal wel niet als mogelijk kwetsend ervaren en daarom gecensureerd, weggeshopt, bestraft dan wel verboden? Cartoons. Vrouwelijke staatshoofden in een krantenfoto. Sneeuwpoppen. Varkensvlees, worstjes, honden en horoscopen in lesboeken. Varkensvlees in vliegtuigmaaltijden. Aldi-zeepjes. Reclameborden met de tekst ‘Vrijheid Overwint Altijd’ op Nederlandse stations. “Leven en laten leven” schrijven op je blog, ook echt enorm kwetsend en goed voor 1000 stokslagen.

We wisten natuurlijk al dat zingende vrouwen, lachende vrouwen en studerende meisjes door respectievelijk Hamas, de Turkse vice-premier Arınç en de Taliban als uitermate provocerend worden ervaren. Net als muziek in het algemeen trouwens, volgens IS. En Nokia ringtones (want ‘muziek’). Ach, de lijst is eindeloos.

Wat werd er níet als beledigend ervaren, en veroorzaakte geen enkele ophef? Afbeeldingen van de profeet. In tijdschriften van Newsweek tot De Groene verschenen artikelen over de islamitische traditie op dat gebied, mét illustraties. Er kraaide geen haan naar. Zo willekeurig is het dus.

Maar het blijft niet bij dingen die mensen zeggen, doen of maken. Het ‘er zijn’ is soms al genoeg. De staat Israel. Joden. Homo’s. Afvalligen. Heidenen. Hoogopgeleide vrouwen. Het feit dát ze bestaan is een abominatie, en daar moet dus zo snel mogelijk een eind aan worden gemaakt, aldus islamisten en hun talrijke sympathisanten. Alleen niet-zijn kan hier de belediging wegnemen.

Hoe kun je tegemoetkomen aan deze gevoeligheden, gekwetstheid voorkomen? Antwoord: Dat kan niet. Als je dat al zou willen. Of zou moeten willen. Voor de lichtontvlambare geest is álles een smeulende peuk naast een benzinepomp. Het dondert niet wat we zeggen of doen, niets is potentieel vrij van aanstoot. De werkelijkheid zelf is aanstootgevend, wanneer je het ideaal als maatstaf neemt.

Hoezeer intentie er niet toe doet, bleek al uit de Deense cartoonaffaire. Het was niet de intentie van de Franse boer Jacques Barrot om moslims te beledigen toen hij in 2005 meedeed aan het jaarlijkse varkensfestival in zijn dorp. Maar een foto van de bebaarde Barrot, voorzien van plastic varkensneus en varkensoren, belandde tussen de Deense cartoons die de beruchte haatimam Abu Laban meenam naar het Midden-Oosten, en werd hét bewijs dat het Westen de profeet belachelijk wilde maken. Gevolgen: ‘spontane’ woede, massademonstraties, en best veel doden.

Dat er niet zoiets bestaat als een ‘spontane’ demonstratie in het Midden-Oosten was ook vorige week weer te zien. De Tsjetsjeense regering kondigde zelfs een nationale vrije dag af voor de Hebdo-demo’s. Waar het politiek opportuun is, daar ontstaat verontwaardiging. En alleen daar. Want gekwetstheid is een politiek instrument. Net zoals het islamisme niet alleen een religieuze maar vooral ook een politieke ideologie is, en altijd een aanleiding kan vinden voor ophef – of we ons nu inhouden of niet.

Sterker nog, zoals Maajid Nawaz, zelf ex-islamist en nu voorzitter van de Quilliam stichting, het heeft uitgelegd: het doel van de islamisten is burgeroorlog, zodat Europese moslims accepteren dat ze alleen in het Kalifaat kunnen leven, en samenleven onmogelijk wordt. Als we toegeven op één vlak, zegt Nawaz, zullen de islamisten de spanning alleen maar opvoeren en weer iets anders bedenken.

Toegeven – zelfcensuur – werkt dus escalerend.

Die gecultiveerde gekwetstheid zet het islamisme (dat belang heeft bij een letterlijke interpretatie van de islam) alleen maar in als strategie om tweespalt te zaaien. Niet alleen tussen moslims en het Westen, maar ook om hervormers uit te sluiten, en elke vorm van herinterpretatie of vernieuwing van binnenuit al bij voorbaat te torpederen.

Bovendien streven islamisten naar wat in feite een discriminatoire status is voor de islam – wettelijk beschermd tegen elke vorm van kritiek (‘islamofobie’), terwijl zij zelf wel de vrijheid hebben om haatdragende meningen te verkondigen. Van wederkerigheid is geen sprake. Islamisten lijken niet te begrijpen of te accepteren dat juist die vrijheid die ze in staat stelt hun religie uit te dragen, anderen weer in staat stelt om die religie te kritiseren. Het een kan niet zonder het ander. Aboutaleb besefte dat toen hij zei, “Juist door onze vrijheden kan ik moslim zijn. Juist door de grondwetbescherming.”

En zo zijn we toch nog aangekomen bij het, kuch, kleine detail van principiële bezwaren tegen zelfcensuur. Gelijkheid voor de wet enzo. Moeizaam bevochten grondrechten waar je misschien niet zo achteloos mee om zou moeten springen. Hoe zit het eigenlijk met de gevoelens van al die afvalligen, homo’s en vrouwen die tot het diepst van hun ziel gekwetst zijn omdat de islam ze ziet als onrein, minderwaardig, of stelt dat ze dood moeten? Hoe beschaafd en wellevend zijn Jansen en haar medestanders als het om déze gevoelens gaat? Dan blijkt ineens dat mensen die nooit naar een kalasjnikov zullen grijpen om hun gelijk te halen, een stuk minder ‘kwetsbaar’ zijn, dat er met hún gevoelens een stuk minder rekening hoeft te worden gehouden. Kortom, de oproep tot zelfcensuur heeft niets te maken met principiële overwegingen, hoffelijkheid of beschaving, en alles met pure angst. Zoals het Ex-Muslims Forum schrijft: “True Islamophobia is being so frightened of Muslims that you try to stifle free speech to appease them.”

Opvallend trouwens dat je dit soort geluiden nauwelijks hoort in de Nederlandse pers. Ze worden overstemd door de professionele wegkijkers die alle ruimte krijgen om de vrijheid van meningsuiting te bagatelliseren en namens moslims te bepalen wat er nu wel of niet kwetsend is. Lieten we seculiere, progressieve , of ex-moslims aan het woord (degenen die vaak weten wat het is om te leven zonder vrijheid van meningsuiting), dan zouden we juist een hartstochtelijke  verdediging van die vrijheid horen. Zoals zelfs Ahmed Marcouch zegt: “De vinger op de zere plek leggen is een teken van liefde.”

De zere plek afdoen als psychosomatisch is een teken van angst. En smetvrees.

Nee, de vrijheid van meningsuiting is nooit absoluut. Ja, de vrijheid van meningsuiting wordt begrensd door wetten. En het zou goed zijn als die werden verruimd, zodat alleen de wetsartikelen tegen smaad, laster en oproepen tot geweld blijven staan. Dus ook vrijheid van meningsuiting voor Dieudonné, voor beledigers van het Koningshuis, voor Holocaust-ontkenners en andere dwaallichten. Willen we meer of minder vrijheid van meningsuiting? Meer, meer, meer! Want alleen zo kunnen we de open samenleving waarborgen, alleen zo kunnen we het debat gaande houden. Abjecte meningen verdwijnen niet wanneer je het uiten ervan verbiedt. Een holocaustontkenner die ondergronds gaat, krijgt geen weerwoord.

Diegenen die vinden dat we maar een toontje lager moeten zingen, op onze woorden moeten letten, gewoon rustig aan doen met de profeet, die kiezen niet (zoals ze misschien denken) voor de zwakkeren en kwetsbaren, nee, zij kiezen de kant van de macht, van de reactionaire krachten binnen de islam, van de fatwa’s uitvaardigende <i>bullies</i>, van de zelfbenoemde ‘community leaders’ en door Golfstaten gefinancierde imams, van repressieve en totalitaire ideologieën. En zij laten de échte kwetsbaren, de progressieve, seculiere, hervormingsgezinde en afvallige moslims, als een baksteen vallen. Zoek het maar lekker uit met je bloedlinke Verlichtingsidealen en herinterpretaties, met je levensgevaarlijke romans en je blogs en je films en je cartoons en je islamkritiek, wíj branden er onze vingers niet aan. 

Maar van die hervormers moeten we het nou juist hebben, van de Raif Badawi’s, de Waleed Al-Husseini’s, de Wafa Sultans, de Tarek Fatahs, de Rushdie’s, de Aboutalebs. Zij hebben alle steun nodig die ze maar kunnen krijgen. En het minste wat we kunnen doen, is hun vrijheid van meningsuiting onvoorwaardelijk verdedigen en waarborgen, en dus geen duimbreed, nee, geen milimeter toegeven aan de roep om zelfcensuur. Want zij halen de hete kolen uit het vuur voor ons allemaal, al betalen ze daar zelf soms een hoge prijs voor. Zij durven de vinger wél op de zere plek te leggen.