De partijen die het debat naar hun hand wisten te zetten wonnen. Degenen die achter de feiten aanliepen verloren.

Als we ons morele oordeel over de uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen even opschorten, kunnen we vaststellen dat deze verkiezingen weer eens aantoonden waarom campagnes er wel degelijk toe doen. De twee partijen die erin slaagden het publieke debat naar hun hand te zetten met thema’s die goed scoorden bij hun achterban, FvD en GroenLinks gingen er met de winst vandoor.

De FvD campagne begon feitelijk al vorige zomer met het opkloppen van de hysterie over het verdrag van Marrakesh, en liep vervolgens de hele herst en winter door met het grote offensief tegen het klimaatpact. Op beide dossiers profiteerde het van een rechtse echokamer bestaande uit Telegraaf, Elsevier, WNL en de uiterste rechtse opinieblogs, aangevuld met een kleine maar fanatieke verzameling activisten op social media.

Hettzelfde klimaatpact werd door GroenLinks gebruikt om de eigen achterban te mobiliseren. De scholierenstakingen en de grote klimaatmars in de week voorafgaand aan de stembusgang waren weliswaar breder gedragen maatschappelijk initiatieven, maar het hielp wel om de boodschap van GroenLinks meer reikwijdte te geven. De publieke knieval van het kabinet op dit dossier, kort na de mars, bevestigde in de ogen van de kijkers ongetwijfeld het belang van die boodschap.

De andere partijen stelden daar buitengewoon weinig tegenover. Bij de ophef over het verdrag van Marrakesh viel vooral op hoe onmachtig men opereerde. Coalitie en oppositie leken aanvankelijk niet geneigd het hysterische gekrijs van Baudet en de blogosfeer te waardigen met een antwoord. Toen vervolgens Telegraaf en Elsevier aanhaakten, en het geluid dus ook de gevestigde media bereikte, duurde het veel te lang voordat er een coherent antwoord werd geformuleerd. Het verdrag viel op zich prima te verdedigen. Maar door lang te treuzelen voordat men in verzet kwam tegen de leugens en overdrijvingen liet men het debat veel te lang doorlopen. Een verhaal dat in een week de kop in had kunnen worden gedrukt, domineerde zo maandenlang het debat.

Bij het milieudossier gebeurde in zekere zin het omgekeerde. Wellicht wijs geworden door het Marrakechdebacle besloot het kabinet om al in een vroeg stadium van het debat te reageren. De reactie die men vervolgens koos, was helaas volkomen de verkeerde. In plaats van het geformuleerde beleid voluit te verdedigen als zowel principieel juist als praktisch haalbaar, koos men bij VVD en CDA ervoor om in oppositie te gaan tegen het eigen voorstel. Het leverde verwarrende beelden op van coalitiepolitici die deden alsof ze afstand namen van het klimaatakkoord terwijl ze tegelijkertijd wel gewoon ervoor verantwoordelijk bleven. Dat men daarbij de (achteraf volkomen onschuldige) doorrekening behandelde als een soort politieke tijdbom, hielp ook bepaald niet bij de beeldvorming. Het gevolg van dit geschutter was dat feitelijk de hele campagne in het eigen strafschopgebied werd gespeeld. Baudet en Klaver hoefden de bal uiteindelijk alleen nog maar over de doellijn te wandelen.

Voor de Europese verkiezingen komen deze lessen wellicht te laat. Met minder dan 50 dagen te gaan is het te laat om nog bij te sturen op strategie. Die hoeft overigens niet zo gecompliceerd te zijn. Baudet is nu de grootste dus alle pijlen zullen op hem gericht worden. Hij heeft bovendien een probleem van formaat met zijn geloofwaardigheid door het gejojo over zijn kernbelofte om Nederland uit de Unie te halen – een voorstel dat bizar slecht is en daardoor ook uitgesproken impopulair bij het electoraat. Zelf is hij voor, zijn Europese lijsttrekker heeft het een oliedom idee genoemd. In een poging de schade te beperken, probeert de FvD-fractievoorzitter in de Senaat, Henk Otten, het voorstel over de verkiezingen te tillen door te stellen dat het “nu niet aan de orde is”. Verder is er inmiddels een goed gevulde map met Baudetleugens over zowel Marrakesh als klimaatakkoord. Als de gevestigde partijen dit allemaal niet kunnen uitbuiten, kunnen ze hun tenten net zo goed meteen opvouwen.

Voor de toekomst geldt dat de gevestigde partijen meer bereid zullen moeten zijn hun eigen beginselen centraal te stellen en die beginselen – en het erop gebaseerde beleid – enthousiast en met kracht te verdedigen. En die verdediging ook al in een zo vroeg mogelijk stadium te beginnen. Wie wacht tot de laatste weken, en dus zijn tegenstanders het verhaal van de campagne laat schrijven, is al bij voorbaat kansloos. Een herhaling van de passiviteit en de verwarring van de afgelopen campagne kunnen ze zich in ieder geval niet veroorloven.