Dijkhoffs discussiestuk maakt vooral duidelijk dat de VVD niets heeft geleerd van de afgelopen jaren.

Het gaat niet goed met de VVD. De partij verliest behalve zetels in de peilingen inmiddels ook verkiezingen. Men lijkt zich ook geen raad te weten met de nieuwe concurrent op de uiterst rechtse vleugel. Er moet dus iets gebeuren.

De meest voor de hand liggende oplossing is dat de partij de nationalistische, van Janmaat geleende anti-migranten retoriek overboord zet: de tenenkrommende uitspraken over ‘onze straten’ en ‘onze uitkeringen’ waarmee ze extreemrechtse kiezers toch niet paaien en die gematigder kiezers juist van de partij vervreemden. De toekomst van de VVD ligt in het centrum – niet alleen qua politieke samenwerking maar ook qua zetelwinst. De flanken vertegenwoordigen samen hooguit 50 zetels. Partijen die op de flanken opereren, zullen bovendien niet snel voor regeringsdeelname in aanmerking komen. De partij die in het centrum een dominante positie verwerft, zal dus het komende decennium spekkoper zijn. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat dit niet de VVD kan worden,

Dat betekent dan wel dat de partij het debat vanaf nu minder over de culturele as moet voeren, en meer over de sociaal-economische as. Het is op die as dat we de thema’s vinden waarmee mensen in het leven van alledag het meeste worstelen: onderwerpen als koopkracht, huisvesting, toegang tot betaalbare zorg, schoolkeuze voor kinderen, (studie en andere) schulden. Op deze as gaat het over verdelende rechtvaardigheid, duurzame groei en houdbaarheid.

De VVD heeft sinds de oprichting bewust gekozen voor sterke posities op deze as: lagere belastingen en geringere regeldruk, en vooral ook voor het vrije ondernemerschap als alternatief voor overheidsingrijpen. Deze sterke posities maken het zowel makkelijker als moeilijker om naar deze as terug te keren. Makkelijker omdat de partij hier al een herkenbare eigen positie heeft. Moeilijker omdat de prioriteiten van de middenklasse van vandaag heel andere zijn dan die van twintig (Bolkestein), veertig (Wiegel) of zestig jaar geleden (Oud & Stikker). Het is niet langer de regeldruk of lastendruk die door de gemiddelde burger als grootste probleem wordt ervaren, maar het uitblijven van salarisverhoging en een duidelijke koopkrachtstijging. Het onrechtvaardigheidsgevoel daarover wordt mede gevoed door torenhoge bedrijfswinsten, vooral in combinatie met praktijken van (door overheden gefaciliteerde) stelselmatige belastingontwijking door multinationals.

Dijkhoff lijkt dit te erkennen. Zijn voorstel om niet langer op te treden als kampioen van multinationals is een stap in de juiste richting – al zal hij daarmee ook moeten accepteren dat Nederland niet langer kan opereren als belastingparadijs. Minder duidelijk is hij over zijn plannen om de zorgen over uitblijvende loonsverhogingen aan te pakken. Het is op dat punt niet genoeg om frustraties over multinationals te voeden, mensen zullen ook daadwerkelijk meer geld moeten overhouden aan het eind van de maand. Dat betekent een investering in betaalbare huisvesting, hogere (minimum)lonen, en een eerlijker verdeling van de lasten tussen huishoudens en bedrijfsleven, ook inzake de verduurzaming van de economie.

Met goede bedoelingen alleen gaat het echter niet lukken om de partij te herpositioneren. Het gedrag, de agenda en de retoriek moeten er ook op worden aangepast. En hier vliegt Dijkhoffs plan al meteen van de rails. Of het nu Koerhuis is met zijn aanvallen op de sociale huursector (voor lagere middeninkomens vaak de enige betaalbare woonoptie), Wiersma met zijn nationalistische retoriek over ‘onze uitkeringen’ of Becker met haar voortdurende gebruik van dog whistles over asiel en migratie, het geluid van de VVD klinkt nog steeds als Janmaat met een aardappel in de keel. Zolang dat niet verandert, zal de partij door de kiezer nooit gehoord worden – laat staan geloofd. Dijkhoffs discussiestuk zal worden afgedaan als een cynische schijnbeweging. En als hij geen serieus werk maakt van het wijzigen van retoriek en beleidsvoorstellen, zal het dat oordeel ook verdienen.