Nederland blijkt alle verzoeken om semi-militaire hulp te hebben geweigerd. En nee, we steunden geen jihadisten.

We spraken met de commandanten van twee van de brigades die betrokken waren bij de omstreden Nieuwsuuruitzending. Zij vertelden over hoe de steun tot stand kwam, wat voor hulp wel en niet werd verstrekt en hoe zij zich door Nieuwsuur belazerd voelen.

Het eerste gesprek was met Baraa’ El-Shami, officieel militair woordvoerder van al-Jabha al-Shaamiya. Hem vroegen we concreet over het oordeel van het OM.

Er is nogal wat verwarring over de ontstaansgeschiedenis van uw brigade. Het Nederlandse Openbaar Ministerie heeft het over een oprichting in medio 2014, klopt dat?

“JaS heeft twee fases gekend. De eerste fase was een bundeling van krachten van brigades in het noorden van Syrie. De wens van sommigen was om tot een gezamenlijke militaire organisatie te komen. Dat werd het Jabha Shaamiya. Niet vanaf midden 2014 nee, maar vanaf begin 2015. De betrokken brigades waren Liwaa al-Tawheed, Jeish almujahideen, harakat Nur alDeen Zenki, Ahrar al-Sham, Tamajju Fastaqim. Die verenigden zich.”

Ook Ahrar al-Shaam? Daar zitten jihadistische elementen bij.

“Ja, maar alleen Ahrar al-Shaam in Aleppo, via de gezamenlijke Operation Room in die stad. Maar dit blok bestond niet lang. Vier maanden duurde het maar. In mei 2015 stopte het alweer [de Nederlandse hulp dateert van na midden 2015, RN]”

Wie nog meer?

“De volgende organisatie bleven: al-Jabha al-Shaamiya. Zinki ging weg, Ahrar al-Sham ging weg, Tajammu Fastaqim ging weg, Jaish al-Mujahideen ging weg, die gingen allemaal weg. De naam werd verder gehandhaafd.”

“Jullie Openbaar Ministerie heeft zijn mening over onze organisatie blijkbaar gebaseerd op het oude, grotere samenwerkingsverband. Dat bestond dus nog niet in 2014, zoals zij claimden, maar pas vanaf begin 2015.”

Dus de naam al-Jabha al-Shaamiya bestaat pas vanaf 2015?

“Vanaf begin 2015. En medio 2015 eindigde dat samenwerkingsverband dus in die samenstelling. Er is ook een video op youtube die dat bevestigt.”

Over het inhoudelijke oordeel van het OM heeft de brigade verder aan Jalta een verklaring afgegeven, die zullen we vanmiddag apart publiceren.

Het andere vraaggesprek was met Hasan Hajj Ali, ook wel Abu Khaleel genoemd. Hij is de leider van de Soqour al-Jabal al-Zawya brigade.

Van wanneer tot wanneer heeft uw brigade Nederlandse steun ontvangen?

“De Nederlandse steun kregen we ongeveer in 2015 tot ik denk ongeveer medio 2017. Ik kreeg aanvankelijk steun voor de Soqour al-Jabal al-Zawya brigade, en daarna kreeg ik steun onder de naam het Vrije Idlib Leger, waarin Soqour al-Jabal al-Zawya, de Noordelijke Brigade, Divisie en Brigade, Divisie 13 zich bijeenvoegden.

Als wij extremisten of terroristen waren dan hadden we uiteraard geen steun van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken gehad. Wij vochten juist tegen Daesh, en tegen het regime. De steun die wij krijgen was humanitaire hulp, en was geen militaire. Humanitaire hulp, niet om mee te vechten, dat was de voorwaarde voor de steun. En we kregen tegelijkertijd steun van de Operatie Kamer MOM [militair operatiecentrum, gesitueerd in Ankara, onder leiding van de Amerikanen en de Turken, RN]. Er waren landen, waaronder ook landen van de Europese Unie die ons op die manier hulp gaven.”

Kan u ons vertellen over de manier waarop die hulpverlening tot stand kwam?

“Wat de ontmoeting met de Nederlanders betreft, dat ging via een vriend van mij, een Syrische jongen genaamd Hasan. Er was contact met mij gelegd en ik heb vervolgens een ontmoeting gehad in Turkije met een groep Nederlanders, waaronder de leider van de missie in Turkije. Ik vermoed dat hij de ambassadeur was, weet ik eigenlijk niet zeker. Hij was iig de persoonlijk vertegenwoordiger van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Wij hebben een aantal ontmoetingen met hem gehad. De ontmoetingen waren officieel maar niet in de media aangekondigd. Verder hadden ze ontmoetingen met andere Syriers en elke keer als er een meeting was speciaal met Syriers was de vertegenwoordiger van het Nederlands ministerie van Buitenlandse Zaken aanwezig. Een lange, slanke persoon en wat ouder. Hij werd telkens vergezeld door drie andere personen, elke keer waren dat anderen.

Ze hadden natuurlijk allerlei vragen: waar zijn we aanwezig? Waar zitten we verspreid, als in: in welke geografische gebieden? Wat zijn de frontlinies waar we op aanwezig zijn? Ik heb hem geantwoord dat wij aan het front tegenover het regime aan de kuststreek Sahil, Aleppo en Idlib zaten. Verder waren we aanwezig bij Azaz, en bij Tel Rifaat – in die tijd werd dat gebied bezet door Daesh. We stonden met elkaar in verbinding [als VSL groepen, RN] en we hebben een lange strijd gevoerd tegen Daesh in dit gebied.

Wat voor steun vroegen jullie? En hebben jullie die ook ontvangen?

We vroegen om bepaalde goederen, ze gaven ons vervolgens een bedrag en daar hebben wij die goederen voor aangekocht. De aankoop daarvan ging via het bedrijf Creative. Creative was een bedrijf dat samenwerkte met het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken voor het verlenen van steun aan militaire groepen. Creative gaf ons de Nederlandse steun: Tehina, voedselpakketten, computers. Ik herinner me niet meer of ze ons kleren hebben gegeven. Wel reparatie-onderdelen voor auto’s, electriciteitsgeneratoren, middelen om in ambulances te gebruiken.

Hebben ze ook zaken geweigerd?

“We hebben een aantal keren gevraagd om semi-militaire spullen te ontvangen, camouflagekleding bijvoorbeeld. Maar dan zeiden ze tegen ons: er is geen mogelijkheid om dat te leveren. Zelfs medicijnen waren niet toegestaan door onze vrienden de Turken. De zaken die we wel ontvangen zijn die ik je zo net heb verteld. En het was enorm enorm nuttig voor ons. We hebben meer dan tien dorpen van brood en tehina kunnen voorzien met wat we van de Nederlanders kregen.“

Hoe kwam het gesprek met Nieuwsuur tot stand?

“Ongeveer zes maanden geleden nam er iemand contact met mij op die Arabisch sprak. Hij kwam uit Tunesie, vertelde hij. Hij was een vertaler die met een Nederlandse journaliste werkt. Zij maakten een programma, over de steun van de Nederlandse regering aan de Syrische oppositie. Ik sprak lange tijd met hen via Skype en ik heb hen op een gedetailleerde en specifieke manier verteld waar de steun uit bestond en hoe die tot stand kwam. Over de vergaderingen, en waar we exact zitten, en de brigades waarvan ik wist dat ze steun hebben gekregen: Sultaan Mourad, (Brigade) 51 en Soqour al-Jabal al-Zawya. Ik heb hen exact uitgelegd hoe wij als VSL tegen IS hebben gevochten en dat de Nederlandse hulp ons hierbij enorm heeft geholpen. En ik vertelde over de focus van de ambassadeur – bij alle ontmoetingen drong hij erop aan dat de hulp terecht zou komen bij de burgers, bij de humanitaire gevallen die die hulp nodig hadden. Hij was altijd enorm duidelijk dat de steun niet altijd door zou gaan en dat de steun aan deze brigades bedoeld was om terrorisme te bestrijden. Ik ben duidelijk geweest in deze zaak. Als zij dezelfde journalisten zijn, hebben ze mijn vertrouwen belazerd.”

De Nieuwsuuruitzending wekte de indruk dat Nederlandse steun naar ‘jihadisten’ zou zijn gegaan. Is uw brigade jihadistisch?

“Wij zijn een nationale brigade, opgericht om het volk te beschermen. We vechten tegen IS en tegen Nusra en tegen die gehele denkwijze. Wij geloven in een verenigd Syrie waarin vrijheid en democratie heerst. Ik ben de leider van deze brigade. Ik heb volledig meegedaan aan de besprekingen in Geneve, ik ben lid van het Hoger onderhandelingsteam, van het eerste en het tweede. Ik zat daarbij in een delegatie met mijn vriend George Sabra, hij is een christen, en met mijn collega van het Koerdische National Council. Dat is de brigade die de Nederlandse regering heeft gesteund. Jihadistisch? Nee.”